1給五千人吃飽的神蹟(太14:13~21;可6:32~44;路9:10~17)這些事以後,耶穌渡過加利利海,就是提比里亞海。
1Na dezen vertrok Jezus over de zee van Galilea, welke is de zee van Tiberias.
2有一大群人,因為看見了他在病人身上所行的神蹟,就跟隨了他。
2En Hem volgde een grote schare, omdat zij Zijn tekenen zagen, die Hij deed aan de kranken.
3耶穌上了山,同門徒坐在那裡。
3En Jezus ging op den berg, en zat aldaar neder met Zijn discipelen.
4那時猶太人的逾越節近了。
4En het pascha, het feest der Joden, was nabij.
5耶穌舉目觀看,見一大群人向他走過來,就對腓力說:“我們從哪裡買餅給這些人吃呢?”
5Jezus dan, de ogen opheffende, en ziende, dat een grote schare tot Hem kwam, zeide tot Filippus: Van waar zullen wij broden kopen, opdat deze eten mogen?
6他說這話,是要試驗腓力,因他自己早已知道要怎樣作。
6(Doch dit zeide Hij, hem beproevende; want Hij wist Zelf, wat Hij doen zou.)
7腓力回答:“就算二百銀幣買的餅,每人分一點,也是不夠的。”
7Filippus antwoordde Hem: Voor tweehonderd penningen brood is voor dezen niet genoeg, opdat een iegelijk van hen een weinig neme.
8有一個門徒,就是西門.彼得的弟弟安得烈,對耶穌說:
8Een van Zijn discipelen, namelijk Andreas, de broeder van Simon Petrus, zeide tot Hem:
9“這裡有個小孩子,帶著五個大麥餅、兩條魚;只是分給這麼多人,有甚麼用呢?”
9Hier is een jongsken, dat vijf gerstebroden heeft, en twee visjes; maar wat zijn deze onder zo velen?
10耶穌吩咐他們:“你們叫眾人坐下。”原來那地方的草很多,眾人就坐下,單是男人的數目約有五千。
10En Jezus zeide: Doet de mensen nederzitten. En er was veel gras in die plaats. Zo zaten dan de mannen neder, omtrent vijf duizend in getal.
11耶穌拿起餅來,祝謝了,就分給坐著的人;分魚也是這樣,都是隨著他們所要的。
11En Jezus nam de broden, en gedankt hebbende, deelde Hij ze den discipelen, en de discipelen dengenen, die nedergezeten waren; desgelijks ook van de visjes, zoveel zij wilden.
12他們吃飽了之後,耶穌對門徒說:“把剩下的零碎收拾起來,免得浪費。”
12En als zij verzadigd waren, zeide Hij tot Zijn discipelen: Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga.
13門徒就把眾人吃剩那五個大麥餅的零碎收拾起來,裝滿了十二個籃子。
13Zij vergaderden ze dan, en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, welke overgeschoten waren dengenen, die gegeten hadden.
14眾人看見耶穌所行的神蹟,就說:“這真是那要到世上來的先知。”
14De mensen dan, gezien hebbende het teken, dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou.
15耶穌知道群眾要來強迫他作王,就獨自又退到山上去了。
15Jezus dan, wetende, dat zij zouden komen, en Hem met geweld nemen, opdat zij Hem Koning maakten, ontweek wederom op den berg, Hij Zelf alleen.
16耶穌在海面上行走(太14:22~33;可6:47~51)到了晚上,他的門徒下到海邊去。
16En als het avond geworden was, gingen Zijn discipelen af naar de zee.
17他們上了船,要渡海往迦百農去。那時天已經黑了,耶穌還沒有到他們那裡。
17En in het schip gegaan zijnde, kwamen zij over de zee naar Kapernaum. En het was alrede duister geworden, en Jezus was tot hen niet gekomen.
18忽然海上起了狂風,波浪翻騰。
18En de zee verhief zich, overmits er een grote wind waaide.
19門徒搖櫓約行了五六公里,看見耶穌在海面上行走,漸漸靠近船,就害怕起來。
19En als zij omtrent vijf en twintig of dertig stadien gevaren waren, zagen zij Jezus, wandelende op de zee, en komende bij het schip; en zij werden bevreesd.
20耶穌對他們說:“是我,不要怕。”
20Maar Hij zeide tot hen: Ik ben het; zijt niet bevreesd.
21他們這才把他接上船,船就立刻到了他們要去的地方。
21Zij hebben dan Hem gewilliglijk in het schip genomen; en terstond kwam het schip aan het land, daar zij naar toe voeren.
22耶穌是生命的食物第二天,站在海那邊的群眾,看見只有一隻小船留在那裡,並且知道耶穌沒有和他的門徒一同上船,門徒是自己去的;
22Des anderen daags de schare, die aan de andere zijde der zee stond, ziende, dat aldaar geen ander scheepje was dan dat ene, daar Zijn discipelen ingegaan waren, en dat Jezus met Zijn discipelen in dat scheepje niet was gegaan, maar dat Zijn discipelen alleen weggevaren waren;
23不過有幾隻從提比里亞來的船停在那裡,靠近他們在主祝謝以後吃餅的地方。
23(Doch er kwamen andere scheepjes van Tiberias, nabij de plaats, waar zij het brood gegeten hadden, als de Heere gedankt had.)
24群眾見耶穌和門徒都不在那裡,就上船往迦百農去找耶穌。
24Toen dan de schare zag, dat Jezus aldaar niet was, noch Zijn discipelen, zo gingen zij ook in de schepen, en kwamen te Kapernaum, zoekende Jezus.
25他們在對岸找到了耶穌,就問他:“拉比,你幾時到這裡來的?”
25En als zij Hem gevonden hadden over de zee, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen?
26耶穌回答:“我實實在在告訴你們,你們找我,不是因為看見了神蹟,而是因為吃了餅又吃飽了。
26Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.
27不要為那必朽壞的食物操勞,卻要為那存到永生的食物操勞,就是人子所要賜給你們的,因為人子是父 神所印證的。”
27Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld.
28眾人又問他:“我們應該作甚麼,才算是作 神的工作呢?”
28Zij zeiden dan tot Hem: Wat zullen wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?
29耶穌回答:“信 神所差來的,就是作 神的工了。”
29Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft.
30於是他們就說:“你要行甚麼神蹟,讓我們看了就信你呢?你到底能作甚麼呢?
30Zij zeiden dan tot Hem: Wat teken doet Gij dan, opdat wij het mogen zien, en U geloven? Wat werkt Gij?
31我們的祖宗在曠野吃過嗎哪,正如經上所記:‘他把從天上來的食物賜給他們吃。’”
31Onze vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun het brood uit den hemel te eten.
32耶穌對他們說:“我實實在在告訴你們,不是摩西把那從天上來的食物賜給你們,而是我父把天上來的真食物賜給你們;
32Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel.
33因為 神的食物就是從天上降下來,把生命賜給世人的那一位。”
33Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.
34他們對耶穌說:“主啊,求你常把這食物賜給我們。”
34Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood.
35耶穌說:“我就是生命的食物,到我這裡來的,必定不餓;信我的,永遠不渴。
35En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
36但我告訴你們,你們雖然見了我,還是不信。
36Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en gij gelooft niet.
37凡是父賜給我的人,必到我這裡來;到我這裡來的,我決不丟棄他,
37Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
38因為我從天上降下來,不是要行自己的意思,而是要行那差我來者的旨意。
38Want Ik ben uit den hemel nedergedaald, niet opdat Ik Mijn wil zou doen, maar den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft.
39那差我來者的旨意就是:他所賜給我的人,我連一個也不失落,並且在末日我要使他們復活。
39En dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.
40因為我父的旨意,是要使所有看見了子而信的人有永生,並且在末日我要使他們復活。”
40En dit is de wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, dat een iegelijk, die den Zoon aanschouwt, en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
41猶太人因為耶穌說“我是從天上降下來的食物”,就紛紛議論他。
41De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is.
42他們說:“這不是約瑟的兒子耶穌嗎?他的父母我們不都認識嗎?他現在怎麼說‘我是從天上降下來的’呢?”
42En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald?
43耶穌回答:“你們不要彼此議論。
43Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander.
44如果不是差我來的父吸引人,就沒有人能到我這裡來;到我這裡來的,在末日我要使他復活。
44Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
45先知書上記著:‘眾人都必受 神的教導。’凡聽見從父那裡來的教訓而又學習的,必到我這裡來。
45Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan, die het van den Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.
46這不是說有人見過父;只有從 神那裡來的那一位,他才見過父。
46Niet dat iemand den Vader gezien heeft, dan Die van God is; Deze heeft den Vader gezien.
47我實實在在告訴你們,信的人有永生。
47Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die in Mij gelooft, heeft het eeuwige leven.
48我就是生命的食物,
48Ik ben het Brood des levens.
49你們的祖宗在曠野吃過嗎哪,還是死了。
49Uw vaders hebben het Manna gegeten in de woestijn, en zij zijn gestorven.
50這是從天上降下來的食物,使人吃了就不死。
50Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve.
51我就是從天上降下來生命的食物,人若吃了這食物,就必活到永遠。我要賜的食物就是我的肉,是為了世人的生命而賜的。”
51Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.
52於是,猶太人彼此爭論,說:“這個人怎能把他的肉給我們吃呢?”
52De Joden dan streden onder elkander, zeggende: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
53耶穌就對他們說:“我實實在在告訴你們,你們若不吃人子的肉,不喝人子的血,就沒有生命在你們裡面。
53Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Tenzij dat gij het vlees des Zoons des mensen eet, en Zijn bloed drinkt, zo hebt gij geen leven in uzelven.
54吃我肉、喝我血的,就有永生,在末日我要使他復活;
54Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.
55因為我的肉是真正的食物,我的血是真正的飲料。
55Want Mijn vlees is waarlijk Spijs, en Mijn bloed is waarlijk Drank.
56吃我肉、喝我血的人,就住在我裡面,我也住在他裡面。
56Die Mijn vlees eet, en Mijn bloed drinkt, die blijft in Mij, en Ik in hem.
57正如永活的父差遣了我,我也因父活著;照樣,吃我肉的人也必因我而活。
57Gelijkerwijs Mij de levende Vader gezonden heeft, en Ik leve door den Vader; alzo die Mij eet, dezelve zal leven door Mij.
58這就是從天上降下來的食物,不像嗎哪,你們的祖宗吃過,還是死了;吃這食物的,必活到永遠。”
58Dit is het Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; niet gelijk uw vaders het Manna gegeten hebben, en zijn gestorven. Die dit Brood eet, zal in der eeuwigheid leven.
59這些話是耶穌在迦百農會堂裡教導人的時候說的。
59Deze dingen zeide Hij in de synagoge, lerende te Kapernaum.
60永生之道他的門徒中,有許多人聽了,就說:“這話很難,誰能接受呢?”
60Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen?
61耶穌心裡知道門徒為了這事議論紛紛,就對他們說:“這話使你們動搖嗎?
61Jezus nu, wetende bij Zichzelven, dat Zijn discipelen daarover murmureerden, zeide tot hen: Ergert ulieden dit?
62如果你們看見人子升到他原來所在的地方,又怎樣呢?
62Wat zou het dan zijn, zo gij de Zoon des mensen zaagt opvaren, daar Hij te voren was?
63使人活的是靈,肉體是無濟於事的。我對你們所說的話是靈、是生命。
63De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.
64然而你們中間卻有不信的人。”原來從起初耶穌就知道那些不信的是誰,那要把他出賣的又是誰。
64Maar er zijn sommigen van ulieden, die niet geloven. Want Jezus wist van den beginne, wie zij waren, die niet geloofden, en wie hij was, die Hem verraden zou.
65耶穌跟著說:“所以我對你們說過,如果不是父所賜的,沒有人能到我這裡來。”
65En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij dat het hem gegeven zij van Mijn Vader.
66從此,他的門徒中有許多人退去了,不再與他同行。
66Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem.
67於是耶穌對十二門徒說:“你們也想離去嗎?”
67Jezus dan zeide tot de twaalven: Wilt gijlieden ook niet weggaan?
68西門.彼得回答:“主啊,你有永生之道,我們還跟從誰呢?
68Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.
69我們已經相信,並且知道你是 神的聖者。”
69En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.
70耶穌說:“我不是揀選了你們十二個人嗎?但你們中間有一個是魔鬼。”
70Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u twaalf uitverkoren? En een uit u is een duivel.
71耶穌這話是指著加略人西門的兒子猶大說的,因為他雖然是十二門徒之一,卻要出賣耶穌。
71En Hij zeide dit van Judas, Simons zoon, Iskariot; want deze zou Hem verraden, zijnde een van de twaalven.