1耶穌復活(太28:1~8;可16:1~8;約20:1~10)禮拜日大清早的時候,婦女們帶著預備好的香料,來到墳墓那裡,
1En op den eersten dag der week, zeer vroeg in den morgenstond, gingen zij naar het graf, dragende de specerijen, die zij bereid hadden, en sommigen met haar.
2發現石頭已經從墳墓輥開了,
2En zij vonden den steen afgewenteld van het graf.
3就進去,卻找不著主耶穌的身體。
3En ingegaan zijnde, vonden zij het lichaam van den Heere Jezus niet.
4她們正為此事猜疑的時候,忽然有兩個人,穿著閃爍耀目的衣服,站在她們旁邊。
4En het geschiedde, als zij daarover twijfelmoedig waren, zie, twee mannen stonden bij haar in blinkende klederen.
5她們害怕,把臉伏在地上。那兩個人對她們說:“為甚麼在死人中找活人呢?
5En als zij zeer bevreesd werden, en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden?
6他不在這裡,已經復活了。你們應當記得他還在加利利的時候,怎樣告訴你們,
6Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,
7說:‘人子必須被交在罪人手裡,釘在十字架上,第三日復活。’”
7Zeggende: De Zoon des mensen moet overgeleverd worden in de handen der zondige mensen, en gekruisigd worden, en ten derden dage wederopstaan.
8她們就想起他的話,
8En zij werden indachtig Zijner woorden.
9於是從墳地回去,把這一切事告訴十一個使徒和其餘的人。
9En wedergekeerd zijnde van het graf, boodschapten zij al deze dingen aan de elven, en aan al de anderen.
10那些婦女就是抹大拉的馬利亞,約亞拿和雅各的母親馬利亞,以及其他在一起的婦女,她們把這些事向使徒說了。
10En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.
11使徒以為這些話是無稽之談,就不相信。
11En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.
12彼得卻起來跑到墳墓那裡,屈身往裡觀看,只見細麻布在那裡,就回去了,對所發生的事非常驚奇。
12Doch Petrus opstaande, liep tot het graf, en nederbukkende, zag hij de linnen doeken, liggende alleen, en ging weg, zich verwonderende bij zichzelven van hetgeen geschied was.
13在以馬午斯路上顯現(可16:12~13)同一天,門徒中有兩個人往一個叫以馬午斯的村子去,那村子距耶路撒冷約十一公里;
13En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadien van Jeruzalem was, welks naam was Emmaus;
14他們彼此談論所發生的這一切事。
14En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.
15正在交談議論的時候,耶穌親自走近他們,與他們同行,
15En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.
16但他們的眼睛卻給蒙蔽了,認不出他來。
16En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.
17耶穌說:“你們走路的時候,彼此討論的是甚麼事呢?”他們就站住,面帶愁容;
17En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?
18一個名叫革流巴的回答他:“在耶路撒冷作客的,難道只有你不知道這幾天在那裡所發生的事嗎?”
18En de een, wiens naam was Kleopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die dezer dagen daarin geschied zijn?
19他說:“甚麼事呢?”他們說:“就是拿撒勒人耶穌的事。他是先知,在 神和眾人面前,說話行事都有大能。
19En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
20我們的祭司長和官長,竟把他交出去,判了死罪,釘在十字架上。
20En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
21但我們素來盼望要救贖以色列的就是他。不但這樣,這些事發生到今天,已經是第三天了。
21En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israel verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.
22而且我們中間有幾個婦女使我們驚奇,她們清早到墳墓那裡去,
22Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;
23卻找不到他的身體。她們回來說看見天使顯現,天使說他活了。
23En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
24又有我們中間的幾個人到墳墓那裡去,所看見的正如婦女們所說的,只是沒有看見他。”
24En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.
25耶穌說:“無知的人哪,先知所說的一切話,你們心裡信得太遲鈍了!
25En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
26基督這樣受害,然後進入他的榮耀,不是應當的嗎?”
26Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?
27於是他從摩西和眾先知起,把所有關於自己的經文,都給他們解釋明白了。
27En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.
28他們走近要去的村子,他好像還要往前行,
28En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.
29他們強留他說:“天晚了,太陽下山了,請與我們同住吧!”他就進去與他們同住。
29En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
30到了吃飯的時候,他拿起餅來,感謝了,擘開遞給他們,
30En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.
31他們的眼睛開了,才認出是耶穌來;他卻從他們面前不見了。
31En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.
32他們彼此說:“在路上他對我們說話,給我們解釋聖經的時候,我們的心不是火熱的嗎?”
32En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
33他們就立時起來回耶路撒冷去。在那裡遇見十一個使徒和跟他們聚在一起的人,
33En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;
34說:“主果然復活了,已經向西門顯現了。”
34Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.
35兩個人就把在路上的事,和擘餅的時候他們怎樣認出耶穌來的事,都述說了一遍。
35En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
36向眾門徒顯現(太28:16~20;可16:14~18;約20:19~23。參徒1:6~8)正說這話的時候,耶穌親自站在他們當中,說:“願你們平安。”
36En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!
37他們非常驚怕,以為看見了靈。
37En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen.
38他說:“你們為甚麼驚慌,為甚麼心裡疑惑呢?
38En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten?
39你們看我的手、我的腳,就知道我是誰。摸我看看,靈沒有骨,沒有肉;你們看,我是有的。”
39Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb.
40說了這話,就把手和腳給他們看。
40En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten.
41他們歡喜到不敢相信,並且很驚奇。耶穌說:“你們這裡有甚麼吃的沒有?”
41En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten?
42他們就給了他一片燒魚。
42En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten.
43他接過來,在他們面前吃了。
43En Hij nam het, en at het voor hun ogen.
44主對他們說:“這就是我從前與你們同在的時候,對你們說過的話:摩西的律法、先知書和詩篇上所記關於我的一切事,都必定應驗。”
44En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.
45於是他開他們的心竅,使他們明白聖經;
45Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
46又說:“經上這樣記著:基督必須受害,第三天從死人中復活。
46En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.
47人要奉他的名,傳講悔改與赦罪的道,從耶路撒冷起,直傳到萬國。
47En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
48你們就是這些事的見證。
48En gij zijt getuigen van deze dingen.
49我要使我父的應許臨到你們身上,你們當在城裡等候,直到得著從上面來的能力。”
49En ziet, Ik zende de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.
50耶穌升天(參可16:19~20;徒1:9~11)主帶他們出去,到了伯大尼附近,舉手給他們祝福。
50En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanie, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen.
51正在祝福的時候,他就離開他們,被接到天上去了。
51En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.
52他們就敬拜他,歡歡喜喜地回到耶路撒冷,
52En zij aanbaden Hem, en keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap.
53常常在殿裡稱頌 神。
53En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.