1呼召四個門徒(太4:18~22;可1:16~20;約1:40~42)耶穌站在革尼撒勒湖邊,眾人擁擠他,要聽 神的道。
1En het geschiedde, als de schare op Hem aandrong, om het Woord Gods te horen, dat Hij stond bij het meer Gennesareth.
2他看見兩隻船停在湖邊,漁夫離開船洗網去了。
2En Hij zag twee schepen aan den oever van het meer liggende, en de vissers waren daaruit gegaan, en spoelden de netten.
3他上了西門的那一隻船,請他撐開,離岸不遠,就坐下,從船上教導眾人。
3En Hij ging in een van die schepen, hetwelk van Simon was, en bad hem, dat hij een weinig van het land afstak; en nederzittende, leerde Hij de scharen uit het schip.
4講完了,就對西門說:“把船開到水深的地方,下網打魚!”
4En als Hij afliet van spreken, zeide Hij tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen.
5西門說:“主啊,我們整夜勞苦,毫無所得,不過,我願照你的話下網。”
5En Simon antwoordde en zeide tot Hem: Meester, wij hebben den gehelen nacht over gearbeid, en niet gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen.
6他們下了網,就圈住很多魚,網幾乎裂開,
6En als zij dat gedaan hadden, besloten zij een grote menigte vissen, en hun net scheurde.
7就招呼另外那隻船上的同伴來幫助,他們就來把兩隻船裝滿,甚至船要下沉。
7En zij wenkten hun medegenoten, die in het andere schip waren, dat zij hen zouden komen helpen. En zij kwamen, en vulden beide de schepen, zodat zij bijna zonken.
8西門.彼得看見這種情景,就俯伏在耶穌膝前,說:“主啊,離開我,因為我是個罪人。”
8En Simon Petrus, dat ziende, viel neder aan de knieen van Jezus, zeggende: Heere! ga uit van mij; want ik ben een zondig mens.
9他和跟他在一起的人,因這網所打的魚,都十分驚駭。
9Want verbaasdheid had hem bevangen, en allen, die met hem waren, over de vangst der vissen, die zij gevangen hadden;
10西門的夥伴,西庇太的兒子雅各、約翰也是這樣。耶穌對西門說:“不要怕!從今以後,你要作得人的漁夫了。”
10En desgelijks ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeus, die medegenoten van Simon waren. En Jezus zeide tot Simon: Vrees niet; van nu aan zult gij mensen vangen.
11他們把兩隻船攏了岸,撇下一切,跟從了耶穌。
11En als zij de schepen aan land gestuurd hadden, verlieten zij alles, en volgden Hem.
12治好痲風病人(太8:2~4;可1:40~45)有一次,耶穌在一個城裡,突然有一個滿身痲風的人看見他,就把臉伏在地上,求他說:“主啊!如果你肯,必能使我潔淨。”
12En het geschiedde, als Hij in een dier steden was, ziet, er was een man vol melaatsheid; en Jezus ziende, viel hij op het aangezicht, en bad Hem, zeggende: Heere! zo Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
13耶穌伸手摸他,說:“我肯,你潔淨了吧!”痲風立刻離開了他。
13En Hij, de hand uitstrekkende, raakte hem aan; en zeide: Ik wil, word gereinigd! En terstond ging de melaatsheid van hem.
14耶穌囑咐他不可告訴任何人,“你只要去給祭司檢查,並且照著摩西所規定的,為你得潔淨獻祭,好向大家作證。”
14En Hij gebood hem, dat hij het niemand zeggen zou; maar ga heen, zeide Hij, vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, gelijk Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.
15但他的名聲卻越發傳揚出去,成群的人來聚集,要聽道,並且要使他們的疾病痊愈。
15Maar het gerucht van Hem ging te meer voort; en vele scharen kwamen samen om Hem te horen, en door Hem genezen te worden van hun krankheden.
16耶穌卻退到曠野去禱告。
16Maar Hij vertrok in de woestijnen, en bad aldaar.
17治好癱子(太9:2~8;可2:3~12)有一天,耶穌正在教導人,法利賽人和律法教師也坐在那裡,他們是從加利利和猶太各鄉村,並耶路撒冷來的;主的能力與他同在,叫他能醫病。
17En het geschiedde in een dier dagen, dat Hij leerde, en er zaten Farizeen en leraars der wet, die van alle vlekken van Galilea, en Judea, en Jeruzalem gekomen waren; en de kracht des Heeren was er om hen te genezen.
18有人用床抬著一個癱子,想送進去,放在耶穌跟前。
18En ziet, enige mannen brachten op een bed een mens, die geraakt was, en zochten hem in te brengen, en voor Hem te leggen.
19因為人多,沒有辦法進去,就上了房頂,從瓦間把癱子和床往當中縋下去,正在耶穌跟前。
19En niet vindende, waardoor zij hem inbrengen mochten, overmits de schare, zo klommen zij op het dak, en lieten hem door de tichelen neder met het beddeken, in het midden, voor Jezus.
20他看見他們的信心,就說:“朋友(“朋友”原文作“人”),你的罪赦了。”
20En Hij ziende hun geloof, zeide tot hem: Mens, uw zonden zijn u vergeven.
21經學家和法利賽人就議論起來,說:“這人是誰,竟然說僭妄的話?除 神一位以外,誰能赦罪呢?”
21En de Schriftgeleerden en de Farizeen begonnen te overdenken, zeggende: Wie is Deze, Die gods lastering spreekt? Wie kan de zonden vergeven, dan God alleen?
22耶穌知道他們的議論,就對他們說:“你們心裡為甚麼議論呢?
22Maar Jezus, hun overdenkingen bekennende, antwoordde en zeide tot hen: Wat overdenkt gij in uw harten?
23說:‘你的罪赦了’,或說:‘起來行走’,哪一樣容易呢?
23Wat is lichter te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op en wandel?
24然而為了要你們知道,人子在地上有赦罪的權柄,(他就對癱子說:)我吩咐你,起來,拿起你的床,回家去吧。”
24Doch opdat gij moogt weten, dat de Zoon des mensen macht heeft op de aarde, de zonde te vergeven (zeide Hij tot den geraakte): Ik zeg u, sta op, en neem uw beddeken op, en ga heen naar uw huis.
25那人立刻當眾起來,拿著他躺過的床,頌讚 神,回家去了。
25En hij, terstond voor Hem opstaande, en opgenomen hebbende hetgeen, daar hij op gelegen had, ging heen naar zijn huis, God verheerlijkende.
26眾人都驚奇,頌讚 神,並且十分懼怕,說:“我們今天看見了不平常的事。”
26En ontzetting heeft hen allen bevangen, en zij verheerlijkten God, en werden vervuld met vreze, zeggende: Wij hebben heden ongelofelijke dingen gezien.
27呼召利未(太9:9~13;可2:14~17)事後,耶穌出去,看見一個稅吏,名叫利未,坐在稅關那裡,就對他說:“來跟從我!”
27En na dezen ging Hij uit, en zag een tollenaar, met name Levi, zitten in het tolhuis, en zeide tot hem: Volg Mij.
28他就撇下一切,起來跟從了耶穌。
28En hij, alles verlatende, stond op en volgde Hem.
29利未在自己家裡,為他大擺筵席,有許多稅吏和別的人一起吃飯。
29En Levi richtte Hem een groten maaltijd aan, in zijn huis; en er was een grote schare van tollenaren, en van anderen, die met hen aanzaten.
30法利賽人和經學家埋怨他的門徒,說:“你們為甚麼跟稅吏和罪人一起吃喝呢?”
30En hun Schriftgeleerden en de Farizeen murmureerden tegen Zijn discipelen, zeggende: Waarom eet en drinkt gij met tollenaren en zondaren?
31耶穌回答:“健康的人不需要醫生,有病的人才需要。
31En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.
32我來不是要召義人,而是要召罪人悔改。”
32Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering.
33新舊的比喻(太9:14~17;可2:18~22)他們說:“約翰的門徒常常禁食、祈禱,法利賽人的門徒也是這樣,而你的門徒卻又吃又喝。”
33En zij zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes dikmaals, en doen gebeden, desgelijks ook de discipelen der Farizeen, maar de Uwe eten en drinken?
34耶穌說:“新郎跟賓客在一起的時候,你們怎麼可以叫賓客禁食呢?
34Doch Hij zeide tot hen: Kunt gij de bruiloftskinderen, terwijl de Bruidegom bij hen is, doen vasten?
35但日子到了,新郎要被取去,離開他們,那一天他們就要禁食了。”
35Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, dan zullen zij vasten in die dagen.
36他又對他們設個比喻說:“沒有人會從新衣服撕下一塊布,補在舊衣服上,如果這樣,不但新衣服撕破了,而且新撕下的布,也和舊的不調和。
36En Hij zeide ook tot hen een gelijkenis: Niemand zet een lap van een nieuw kleed op een oud kleed; anders zo scheurt ook dat nieuwe het oude, en de lap van het nieuwe komt met het oude niet overeen.
37也沒有人會把新酒裝在舊皮袋裡;如果這樣,新酒就會把皮袋脹破,不但酒漏掉,皮袋也損壞了;
37En niemand doet nieuwen wijn in oude leder zakken; anders zo zal de nieuwe wijn de leder zakken doen bersten, en de wijn zal uitgestort worden, en de leder zakken zullen verderven.
38人總是把新酒裝在新皮袋裡。
38Maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen, en zij worden beide te zamen behouden.
39喝慣陳酒的人,就不想喝新酒,他總說陳的好。”
39En niemand, die ouden drinkt, begeert terstond nieuwen; want hij zegt: De oude is beter.