1跟從耶穌的婦女不久,耶穌周遊各城各村講道,宣揚 神的國的福音,和他在一起的有十二個門徒,
1En het geschiedde daarna, dat Hij reisde van de ene stad en vlek tot de andere, predikende en verkondigende het Evangelie van het Koninkrijk Gods; en de twaalven waren met Hem;
2還有幾個蒙了醫治、脫離污鬼與疾病的婦女,其中有稱為抹大拉的馬利亞,曾有七個鬼從她身上趕出來;
2En sommige vrouwen, die van boze geesten en krankheden genezen waren, namelijk Maria, genaamd Magdalena, van welke zeven duivelen uitgegaan waren;
3有希律的管家古撒的妻子約亞拿,又有蘇珊娜,和許多別的婦女,她們都用自己的財物供給耶穌和門徒。
3En Johanna, de huisvrouw van Chusas, den rentmeester van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die Hem dienden van haar goederen.
4撒種的比喻(太13:2~9;可4:1~9)當時有許多人聚在一起,還有人從各城來到耶穌那裡,他就用比喻說:
4Als nu een grote schare bijeenvergaderde, en zij van alle steden tot Hem kwamen, zo zeide Hij door gelijkenis:
5“有一個撒種的出去撒種,撒的時候,有的落在路旁,被人踐踏,或給空中的小鳥吃掉。
5Een zaaier ging uit, om zijn zaad te zaaien; en als hij zaaide, viel het ene bij den weg, en werd vertreden, en de vogelen des hemels aten dat op.
6有的落在石頭地上,一長出來就枯萎了,因為得不著滋潤。
6En het andere viel op een steenrots, en opgewassen zijnde, is het verdord, omdat het geen vochtigheid had.
7有的落在荊棘叢中,荊棘也一齊生長,把它擠住了。
7En het andere viel in het midden van de doornen, en de doornen mede opwassende, verstikten hetzelve.
8有的落在好土裡,就生長起來,結出百倍的果實。”他說了這些話,就大聲說:“有耳可聽的,就應當聽!”
8En het andere viel op de goede aarde, en opgewassen zijnde, bracht het honderdvoudige vrucht voort. Dit zeggende, riep Hij: Wie oren heeft, om te horen, die hore.
9用比喻的目的(太13:10~17;可4:10~12)門徒問他這比喻是甚麼意思。
9En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat mag deze gelijkenis wezen?
10他說:“ 神的國的奧祕,只給你們知道,對別人就用比喻,叫他們看卻看不見,聽卻聽不明白。
10En Hij zeide: U is het gegeven, de verborgenheden van het Koninkrijk Gods te verstaan; maar tot de anderen spreek Ik in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet verstaan.
11解釋撒種的比喻(太13:18~23;可4:13~20)“這比喻是說,種子是 神的道,
11Dit is nu de gelijkenis: Het zaad is het Woord Gods.
12那落在路旁的,就是人聽了,魔鬼隨即來到,從他們心裡把道奪去,恐怕他們相信就得救了。
12En die bij den weg bezaaid worden, zijn dezen, die horen; daarna komt de duivel, en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven, en zalig worden.
13那落在石頭地上的,就是人聽了,歡歡喜喜地接受,但是沒有根,不過是暫時相信,一旦遭遇試煉,就倒退了。
13En die op de steenrots bezaaid worden, zijn dezen, die, wanneer zij het gehoord hebben, het Woord met vreugde ontvangen; en dezen hebben geen wortel, die maar voor een tijd geloven, en in den tijd der verzoeking wijken zij af.
14那落在荊棘裡的,就是人聽了,走開以後,被今世的憂慮、財富和宴樂擠住了,結不出成熟的子粒來。
14En dat in de doornen valt, zijn dezen, die gehoord hebben, en heengaande verstikt worden door de zorgvuldigheden, en rijkdom, en wellusten des levens, en voldragen geen vrucht.
15但那落在好土裡的,就是人用誠實良善的心來聽,把道持守住,忍耐著結出果實。
15En dat in de goede aarde valt, zijn dezen, die, het Woord gehoord hebbende, hetzelve in een eerlijk en goed hart bewaren, en in volstandigheid vruchten voortbrengen.
16隱藏的事終必顯露(可4:21~25)“沒有人點燈用器皿蓋上,或放在床底下,而是放在燈臺上,叫進來的人都看得見光。
16En niemand, die een kaars ontsteekt, bedekt dezelve met een vat, of zet ze onder een bed; maar zet ze op een kandelaar, opdat degenen, die inkomen, het licht zien mogen.
17因為沒有甚麼隱藏的事不被顯明,也沒有甚麼掩蓋的事不被人知道而暴露出來。
17Want er is niets verborgen, dat niet openbaar zal worden; noch heimelijk, dat niet bekend zal worden, en in het openbaar komen.
18所以你們應當留心怎樣聽,因為凡是有的,還要給他;凡是沒有的,連他自以為有的,也要拿去。”
18Ziet dan, hoe gij hoort; want zo wie heeft, dien zal gegeven worden; en zo wie niet heeft, ook hetgeen hij meent te hebben, zal van hem genomen worden.
19誰是耶穌的母親和弟兄(太12:46~50;可3:31~35)耶穌的母親和弟弟來到他那裡,因為人多,不能到他跟前。
19En Zijn moeder en Zijn broeders kwamen tot Hem, en konden bij Hem niet komen, vanwege de schare.
20有人轉告耶穌:“你母親和弟弟站在外面要見你。”
20En Hem werd geboodschapt van enigen, die zeiden: Uw moeder en Uw broeders staan daar buiten, begerende U te zien.
21他回答他們:“聽了 神的道而遵行的人,才是我的母親,我的弟兄。”
21Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen, die Gods Woord horen, en datzelve doen.
22平靜風浪(太8:23~27;可4:35~41)有一天,耶穌和門徒上了船,他對他們說:“我們渡到海那邊去吧。”他們就開了船。
22En het geschiedde in een van die dagen, dat Hij in een schip ging, en Zijn discipelen met Hem; en Hij zeide tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde van het meer. En zij staken af.
23船行的時候,他睡著了。海上忽然起了狂風,他們全身濕透,非常危險。
23En als zij voeren, viel Hij in slaap; en er kwam een storm van wind op het meer, en zij werden vol waters, en waren in nood.
24門徒來叫醒耶穌,說:“主啊!主啊!我們沒命了!”他醒過來,斥責風浪,風浪就止息、平靜了。
24En zij gingen tot Hem, en wekten Hem op, zeggende: Meester, Meester, wij vergaan! en Hij, opgestaan zijnde, bestrafte den wind en de watergolven, en zij hielden op, en er werd stilte.
25耶穌對他們說:“你們的信心在哪裡?”他們又懼怕、又希奇,彼此說:“這到底是誰?他吩咐風浪,連風浪也聽從他。”
25En Hij zeide tot hen: Waar is uw geloof? Maar zij, bevreesd zijnde, verwonderden zich, zeggende tot elkander: Wie is toch Deze, dat Hij ook de winden en het water gebiedt, en zij zijn Hem gehoorzaam?
26治好鬼附的格拉森人(太8:28~34;可5:1~20)船到了格拉森人的地區,正在加利利對面,
26En zij voeren voort naar het land der Gadarenen, hetwelk is tegenover Galilea.
27耶穌一上岸,就有城裡一個被鬼附著的人,迎面而來。這人已經很久不穿衣服,不住在家裡,只住在墳墓裡。
27En als Hij aan het land uitgegaan was, ontmoette Hem een zeker man uit de stad, die van over langen tijd met duivelen was bezeten geweest; en was met geen klederen gekleed, en bleef in geen huis, maar in de graven.
28他一見耶穌,就俯伏喊叫,大聲說:“至高 神的兒子耶穌,我跟你有甚麼關係呢?求你不要使我受苦。”
28En hij, Jezus ziende, en zeer roepende, viel voor Hem neder, en zeide met een grote stem: Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij Zone Gods, des Allerhoogsten, ik bid U, dat Gij mij niet pijnigt!
29因為耶穌已經吩咐這污靈從那人身上出來。原來這污靈屢次抓住那人;那人被鐵鍊和腳鍊捆鎖,而且有人看管,他竟掙斷鎖鍊,被鬼趕入曠野。
29Want Hij had den onreinen geest geboden, dat hij van den mens zou uitvaren; want hij had hem menigen tijd bevangen gehad; en hij werd met ketenen en met boeien gebonden, om bewaard te zijn; en hij verbrak de banden, en werd van den duivel gedreven in de woestijnen.
30耶穌問他:“你叫甚麼名字?”他說:“群。”因為進到那人裡面的鬼很多。
30En Jezus vraagde hem, zeggende: Welke is uw naam? En hij zeide: Legio. Want vele duivelen waren in hem gevaren.
31他們求耶穌,不要趕他們進入無底坑。
31En zij baden Hem, dat Hij hun niet gebieden zou in den afgrond heen te varen.
32那裡有一大群豬正在山上吃東西。他們求耶穌准他們進入豬群。耶穌准許了,
32En aldaar was een kudde veler zwijnen, weidende op den berg; en zij baden Hem, dat Hij hun wilde toelaten in dezelve te varen. En Hij liet het hun toe.
33鬼就從那人身上出來,進入豬群,豬群闖下山崖,掉在海裡淹死了。
33En de duivelen, uitvarende van den mens, voeren in de zwijnen; en de kudde stortte van de steilte af in het meer; en versmoorde.
34放豬的看見所發生的事就逃跑,到城裡和各鄉村把這事傳開。
34En die ze weidden, ziende hetgeen geschied was, zijn gevlucht; en heengaande boodschapten het in de stad, en op het land.
35眾人就出來看發生了甚麼事。來到耶穌那裡,看見鬼已經離開的那人,穿著衣服,神志清醒,坐在耶穌腳前,他們就害怕。
35En zij gingen uit, om te zien hetgeen geschied was, en kwamen tot Jezus, en vonden den mens, van welken de duivelen uitgevaren waren, zittend aan de voeten van Jezus, gekleed en wel bij zijn verstand; en zij werden bevreesd.
36當時看見的人,把被鬼附過的人怎樣得到醫治,說給他們聽。
36En ook, die het gezien hadden, verhaalden hun, hoe de bezetene was verlost geworden.
37格拉森一帶的人,都要求耶穌離開他們,因為他們大大懼怕。他就上船回去了。
37En de gehele menigte van het omliggende land der Gadarenen baden Hem, dat Hij van hen wegging; want zij waren met grote vreze bevangen. En Hij, in het schip gegaan zijnde, keerde wederom.
38鬼已經離開的那人求耶穌,要跟他在一起;但耶穌打發他回去,說:
38En de man, van welken de duivelen uitgevaren waren, bad Hem, dat hij mocht bij Hem zijn. Maar Jezus liet hem van Zich gaan, zeggende:
39“你回家去,述說 神為你作了怎樣的事。”他就走遍全城,傳講耶穌為他作了怎樣的事。
39Keer weder naar uw huis, en vertel, wat grote dingen u God gedaan heeft. En hij ging heen door de gehele stad, verkondigende, wat grote dingen Jezus hem gedaan had.
40治好血漏病的女人(太9:18~22;可5:21~34)耶穌回來的時候,眾人歡迎他,因為大家都在等著他。
40En het geschiedde, als Jezus wederkeerde, dat Hem de schare ontving; want zij waren allen Hem verwachtende.
41那時,有一個人來了,名叫葉魯,他是一位會堂主管。他俯伏在耶穌腳前,求他往他家裡去,
41En ziet, er kwam een man, wiens naam was Jairus, en hij was een overste der synagoge; en hij viel aan de voeten van Jezus, en bad Hem, dat Hij in zijn huis wilde komen.
42因為他的獨生女,約十二歲,快要死了。耶穌去的時候,群眾擁擠著他。
42Want hij had een enige dochter, van omtrent twaalf jaren, en deze lag op haar sterven. En als Hij heenging, zo verdrongen Hem de scharen.
43有一個女人,患了十二年的血漏病,在醫生手裡花盡了全部養生的(有些抄本無“在醫生手裡花盡了全部養生的”一句),沒有一個能醫好她。
43En een vrouw, die twaalf jaren lang den vloed des bloeds gehad had, welke al haar leeftocht aan medicijnmeesters ten koste gelegd had; en van niemand had kunnen genezen worden,
44她從後面擠來,一摸耶穌的衣裳繸子,血就立刻止住。
44Van achteren tot Hem komende, raakte den zoom Zijns kleeds aan; en terstond stelpte de vloed haars bloeds.
45耶穌說:“摸我的是誰?”眾人都不承認。彼得說:“主啊,眾人都擁擠著你。”
45En Jezus zeide: Wie is het, die Mij heeft aangeraakt? En als zij het allen ontkenden, zeide Petrus en die met hem waren: Meester, de scharen drukken en verdringen U, en zegt Gij: Wie is het, die Mij aangeraakt heeft?
46耶穌說:“必定有人摸我,因為我覺得有能力從我身上出去。”
46En Jezus zeide: Iemand heeft Mij aangeraakt; want Ik heb bekend, dat kracht van Mij uitgegaan is.
47那女人見不能隱瞞,就戰戰兢兢地過來,向他俯伏,把摸他的緣故,和怎樣立刻得到醫治,在眾人面前說出來。
47De vrouw nu, ziende, dat zij niet verborgen was, kwam bevende, en voor Hem nedervallende, verklaarde Hem voor al het volk, om wat oorzaak zij Hem aangeraakt had, en hoe zij terstond genezen was.
48耶穌對她說:“女兒,你的信使你痊愈了,平安地去吧!”
48En Hij zeide tot haar: Dochter, wees welgemoed, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.
49使女孩復活(太9:23~26;可5:35~43)耶穌還在說話的時候,有人從會堂主管家裡來,說:“你的女兒死了,不必再勞動老師了。”
49Als Hij nog sprak, kwam er een van het huis des oversten der synagoge, zeggende tot hem: Uw dochter is gestorven; zijt den Meester niet moeilijk.
50耶穌聽見就對他說:“不要怕,只要信,她必得痊愈。”
50Maar Jezus, dat horende, antwoordde hem, zeggende: Vrees niet, geloof alleenlijk, en zij zal behouden worden.
51到了那家,除了彼得、約翰、雅各和女孩的父母以外,他不准任何人同他進屋裡去。
51En als Hij in het huis kwam, liet Hij niemand inkomen, dan Petrus, en Jakobus, en Johannes, en den vader en de moeder des kinds.
52眾人都在痛哭哀號,他說:“不要哭!她不是死了,而是睡著了。”
52En zij schreiden allen, en maakten misbaar over hetzelve. En Hij zeide: Schreit niet; zij is niet gestorven; maar zij slaapt.
53他們明知女孩已經死了,就嘲笑他。
53En zij belachten Hem, wetende, dat zij gestorven was.
54他進去拉著女孩的手,叫她說:“孩子,起來!”
54Maar als Hij ze allen uitgedreven had, greep Hij haar hand en riep, zeggende: Kind, sta op!
55她的靈魂回來了,她就立刻起來。耶穌吩咐給她東西吃。
55En haar geest keerde weder, en zij is terstond opgestaan; en Hij gebood, dat men haar te eten geven zoude.
56她父母非常驚奇。耶穌囑咐他們不要把他所作的事告訴人。
56En haar ouders ontzetten zich; en Hij beval hun, dat zij niemand zouden zeggen hetgeen geschied was.