Dutch Staten Vertaling

聖經新譯本

1 Chronicles

1

1Adam, Seth, Enos,
1從亞當到亞伯拉罕的家譜(創5:1~32,10:1~32,11:10~26)
2Kenan, Mahalal-el, Jered,
2該南、瑪勒列、雅列、
3Henoch, Methusalah, Lamech,
3以諾、瑪土撒拉、拉麥、
4Noach, Sem, Cham en Jafeth.
4挪亞、挪亞生閃、含和雅弗。
5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.
5雅弗的兒子是歌篾、瑪各、瑪代、雅完、土巴、米設、提拉。
6En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.
6歌篾的兒子是亞實基拿、低法、陀迦瑪。
7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.
7雅完的兒子是以利沙、他施,基提人和多單人也是他的子孫。
8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.
8含的兒子是古實、埃及、弗和迦南。
9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.
9古實的兒子是西巴、哈腓拉、撒弗他、拉瑪和撒弗提迦。拉瑪的兒子是示巴和底但。
10Cusch nu gewon Nimrod; die begon geweldig te zijn op aarde.
10古實又生寧錄;寧錄是世上第一位英雄。
11En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
11埃及生路低人、亞拿米人、利哈比人、拿弗土希人、
12En de Pathrusieten, en de Casluchieten, (van welke de Filistijnen zijn voortgekomen) en de Cafthorieten.
12帕斯魯細人、迦斯路希人和迦斐託人;從迦斐託而出的有非利士人。
13Kanaan nu gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
13迦南生了長子西頓,又生赫。
14En den Jebusiet, en den Amoriet, en den Girgasiet,
14他的子孫還有:耶布斯人、亞摩利人、革迦撒人、
15En den Heviet, en den Arkiet, en den Siniet,
15希未人、亞基人、西尼人、
16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.
16亞瓦底人、洗瑪利人和哈馬人。
17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.
17閃的兒子是以攔、亞述、亞法撒、路德、亞蘭;亞蘭的兒子是烏斯、戶勒、基帖、米設。
18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.
18亞法撒生沙拉,沙拉生希伯。
19Aan Heber nu zijn twee zonen geboren; de naam des enen was Peleg, omdat in zijn dagen het aardrijk verdeeld is, en de naam zijns broeders was Joktan.
19希伯生了兩個兒子,一個名叫法勒,因為他在世的時候,世人就分散各地;法勒的兄弟名叫約坍。
20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,
20約坍生亞摩答、沙列、哈薩瑪非、耶拉、
21En Hadoram, en Uzal, en Dikla,
21哈多蘭、烏薩、德拉、
22En Ebal, en Abimael, en Scheba,
22以巴錄、亞比瑪利、示巴、
23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.
23阿斐、哈腓拉、約巴。這些人都是約坍的兒子。
24Sem, Arfachsad, Selah,
24閃、亞法撒、沙拉、
25Heber, Peleg, Rehu,
25希伯、法勒、拉吳、
26Serug, Nahor, Terah,
26西鹿、拿鶴、他拉、
27Abram; die is Abraham.
27亞伯蘭,亞伯蘭就是亞伯拉罕。
28De kinderen van Abraham waren Izak en Ismael.
28亞伯拉罕的子孫(創25:12~16,36:1~19)亞伯拉罕的兒子是以撒和以實瑪利。
29Dit zijn hun geboorten: de eerstgeborene van Ismael was Nebajoth, en Kedar, en Adbeel, en Mibsam,
29以下是他們的後代:以實瑪利的長子是尼拜約,他其餘的兒子是基達、押德別、米比衫、
30Misma en Duma, Massa, Hadad en Thema,
30米施瑪、度瑪、瑪撒、哈達、提瑪、
31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.
31伊突、拿非施、基底瑪;這些人都是以實瑪利的兒子。
32De kinderen nu van Ketura, Abrahams bijwijf: die baarde Zimram, en Joksan, en Medan, en Midian, en Isbak, en Suah. En de kinderen van Joksan waren Scheba en Dedan.
32亞伯拉罕的妾基土拉所生的兒子,就是心蘭、約珊、米但、米甸、伊施巴、書亞。約珊的兒子是示巴和底但。
33De kinderen van Midian nu waren Efa, en Efer, en Henoch, en Abida, en Eldaa. Die allen waren zonen van Ketura.
33米甸的兒子是以法、以弗、哈諾、亞比大、以勒大。這些人都是基土拉的子孫。
34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.
34亞伯拉罕生以撒。以撒的兒子是以掃和以色列。
35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.
35以掃的兒子是以利法、流珥、耶烏施、雅蘭和可拉。
36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.
36以利法的兒子是提幔、阿抹、洗玻、迦坦、基納斯、亭納和亞瑪力。
37De kinderen van Rehuel waren Nahath, Zerah, Samma en Mizza.
37流珥的兒子是拿哈、謝拉、沙瑪和米撒。
38De kinderen van Seir nu waren Lotan, en Sobal, en Zibeon, en Ana, en Dison, en Ezer, en Disan.
38西珥的子孫(創36:20~30)西珥的兒子是羅坍、朔巴、祭便、亞拿、底順、以察和底珊。
39De kinderen van Lotan nu waren Hori en Homam; en de zuster van Lotan was Timna.
39羅坍的兒子是何利、荷幔;羅坍的妹妹是亭納。
40De kinderen van Sobal waren Aljan, en Manahath, en Ebal, Sefi en Onam; en de kinderen van Zibeon waren Aja en Ana.
40朔巴的兒子是亞勒、瑪拿轄、以巴錄、示非和阿南。祭便的兒子是亞雅和亞拿。
41De kinderen van Ana waren Dison; en de zonen van Dison waren Hamram, en Esban, en Jithran, en Cheran.
41亞拿的兒子是底順。底順的兒子是哈默蘭、伊是班、益蘭和基蘭。
42De kinderen van Ezer waren Bilhan, en Zaavan, en Jaakan. De kinderen van Disan waren Uz en Aran.
42以察的兒子是辟罕、撒番、耶亞干。底珊的兒子是烏斯和亞蘭。
43Dit nu zijn de koningen, die geregeerd hebben in het land van Edom, eer er een koning regeerde over de kinderen Israels: Bela, de zoon van Beor; en de naam zijner stad was Dinhaba.
43以東眾王(創36:31~39)以色列人沒有君王統治的時候,在以東地作王的有以下這些人:比珥的兒子比拉,他的京城名叫亭哈巴。
44En Bela stierf, en Jobab regeerde in zijn plaats, een zoon van Zerah, van Bozra.
44比拉死了,波斯拉人謝拉的兒子約巴接續他作王。
45En Jobab stierf, en Husam, uit het land der Themanieten, regeerde in zijn plaats.
45約巴死了,來自提幔地的戶珊接續他作王。
46En Husam stierf, en Hadad, de zoon van Bedad, regeerde in zijn plaats, die de Midianieten in het veld van Moab versloeg; en den naam zijner stad was Avith.
46戶珊死了,比達的兒子哈達接續他作王;這哈達就是在摩押的田野擊敗了米甸人的,他的京城名叫亞未得。
47En Hadad stierf, en Samla, van Masreka, regeerde in zijn plaats.
47哈達死了,瑪士利加人桑拉接續他作王。
48En Samla stierf, en Saul, van Rehoboth aan de rivier, regeerde in zijn plaats.
48桑拉死了,來自幼發拉底河旁邊的利河伯的掃羅接續他作王。
49En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.
49掃羅死了,亞革波的兒子巴勒.哈南接續他作王。
50Als Baal-Hanan stierf, zo regeerde Hadad in zijn plaats, en de naam zijner stad was Pahi, en de naam zijner huisvrouw was Mehetabeel, de dochter van Matred, dochter van Mee-Sahab.
50巴勒.哈南死了,哈達接續他作王,他的京城名叫巴伊;他的妻子名叫米希他別,是米.薩合的孫女、瑪特列的女兒。
51Toen Hadad stierf, zo werden vorsten in Edom: de vorst Timna, de vorst Alja, de vorst Jetheth,
51以東的眾族長(創36:40~43)哈達死了,以東人的族長有亭納族長、亞勒瓦族長、耶帖族長、
52De vorst Aholibama, de vorst Ela, de vorst Pinon,
52阿何利巴瑪族長、以拉族長、比嫩族長、
53De vorst Kenaz, de vorst Theman, de vorst Mibzar,
53基納斯族長、提幔族長、米比薩族長、
54De vorst Magdiel, de vorst Iram. Dezen waren de vorsten van Edom.
54瑪基疊族長、以蘭族長,這些人都是以東的族長。