1Saul was een jaar in zijn regering geweest, en het tweede jaar regeerde hij over Israel.
1掃羅率領人民抵抗非利士人掃羅登基的時候年三十歲,作了以色列王四十二年(原文缺完整的年數,這裡是按《七十士譯本》加上的)。
2Toen verkoos zich Saul drie duizend mannen uit Israel; en er waren bij Saul twee duizend te Michmas en op het gebergte van Beth-El, en duizend waren er bij Jonathan te Gibea-Benjamins; en het overige des volks liet hij gaan, een iegelijk naar zijn tent.
2他從以色列人中為自己揀選了三千人;兩千人和掃羅一同駐在密抹和伯特利山,一千人與約拿單一同駐在便雅憫的基比亞。其餘的人,掃羅都遣散他們各回自己的家去了。
3Doch Jonathan sloeg de bezetting der Filistijnen, die te Geba was, hetwelk de Filistijnen hoorden. Daarom blies Saul met de bazuin in het ganse land, zeggende: Laat het de Hebreen horen.
3約拿單攻打非利士人在迦巴的駐軍,非利士人聽見了;掃羅就在全地吹角,說:“讓希伯來人都聽見。”
4Toen hoorde het ganse Israel zeggen: Saul heeft de bezetting der Filistijnen geslagen, en ook is Israel stinkende geworden bij de Filistijnen. Toen werd het volk samengeroepen achter Saul, naar Gil-gal.
4以色列眾人聽說掃羅攻打了非利士人的駐軍,又聽說非利士人憎恨以色列人,就應召在吉甲跟隨掃羅。
5En de Filistijnen werden verzameld om te strijden tegen Israel, dertig duizend wagens, en zes duizend ruiters, en volk in menigte als het zand, dat aan den oever der zee is; en zij togen op, en legerden zich te Michmas, tegen het oosten van Beth-Aven.
5非利士人聚集起來,要與以色列人交戰,他們有戰車三千(“三千”原文作“三萬”,這裡參考一些《七十士譯本》的抄本及敘利亞譯本翻譯)輛、騎兵六千人、步兵像海邊的沙那麼多。他們上來,在伯.亞文東邊的密抹安營。
6Toen de mannen van Israel zagen, dat zij in nood waren (want het volk was benauwd), zo verborg zich het volk in de spelonken, en in de doornbossen, en in de steenklippen, en in de vestingen, en in de putten.
6以色列人看見自己情況危急,處境窘迫,眾人就藏在山洞、巖穴、地洞裡和地坑之中。
7De Hebreen nu gingen over de Jordaan in het land van Gad en Gilead. Toen Saul nog zelf te Gilgal was, zo kwam al het volk bevende achter hem.
7有些希伯來人渡過了約旦河,逃到迦得和基列地。但是掃羅仍然留在吉甲,跟隨他的眾人都恐懼戰兢。
8En hij vertoefde zeven dagen, tot den tijd, dien Samuel bestemd had. Als Samuel te Gilgal niet opkwam, zo verstrooide het volk van hem.
8掃羅獻祭受責備掃羅照著撒母耳所定的日期等了七天,但撒母耳還沒有來到吉甲,眾人就離開掃羅散去了。
9Toen zeide Saul: Brengt tot mij herwaarts een brandoffer, en dankofferen; en hij offerde brandoffer.
9掃羅說:“你們把燔祭和平安祭帶到我這裡來。”他就獻上燔祭。
10En het geschiedde, toen hij geeindigd had het brandoffer te offeren, ziet, zo kwam Samuel; en Saul ging uit hem tegemoet, om hem te zegenen.
10他剛剛獻完了燔祭,撒母耳就來到了;掃羅出去迎接他,向他問安。
11Toen zeide Samuel: Wat hebt gij gedaan? Saul nu zeide: Omdat ik zag, dat zich het volk van mij verstrooide, en gij op den bestemden tijd der dagen niet kwaamt, en de Filistijnen te Michmas vergaderd waren,
11撒母耳說:“你作了甚麼事?”掃羅回答:“因為我看見眾民都離開我散去了,你又沒有照所定的日子來到,而非利士人正在密抹聚集起來。
12Zo zeide ik: Nu zullen de Filistijnen tot mij afkomen te Gilgal, en ik heb het aangezicht des HEEREN niet ernstelijk aangebeden, zo dwong ik mijzelven, en heb brandoffer geofferd.
12我心裡想:‘非利士人現在就要下到吉甲來攻打我,我卻還沒有向耶和華求恩。’所以我就勉強自己把燔祭獻上了。”
13Toen zeide Samuel tot Saul: Gij hebt zottelijk gedaan; gij hebt het gebod van den HEERE, uw God, niet gehouden, dat Hij u geboden heeft; want de HEERE zou nu uw rijk over Israel bevestigd hebben tot in eeuwigheid.
13撒母耳對掃羅說:“你作了糊塗事了!你沒有謹守耶和華你的 神吩咐你的命令。如果你謹守,耶和華就必在以色列中堅立你的王位,直到永遠。
14Maar nu zal uw rijk niet bestaan. De HEERE heeft Zich een man gezocht naar Zijn hart, en de HEERE heeft hem geboden een voorganger te zijn over Zijn volk, omdat gij niet gehouden hebt, wat u de HEERE geboden had.
14但現在你的王位必不長久,耶和華已經為自己找到一個合他心意的人,立他作自己子民的領袖,因為你沒有謹守耶和華所吩咐你的。”
15Toen maakte zich Samuel op, en hij ging op van Gilgal naar Gibea-Benjamins; en Saul telde het volk, dat bij hem gevonden werd, omtrent zeshonderd man.
15於是撒母耳動身,從吉甲上便雅憫的基比亞去;掃羅數點跟隨他的人,約有六百人。
16En Saul en zijn zoon Jonathan, en het volk, dat bij hen gevonden was, bleven te Gibea-Benjamins; maar de Filistijnen waren te Michmas gelegerd.
16備戰掃羅和他的兒子約拿單,以及跟隨他們的人都停留在便雅憫的迦巴,非利士人卻在密抹安營。
17En de verdervers gingen uit het leger der Filistijnen, in drie hopen; de ene hoop keerde zich op den weg naar Ofra, naar het land Sual;
17有突擊隊從非利士人的營裡出來,分成三隊,一隊往俄弗拉向書亞地去,
18En een hoop keerde zich naar den weg van Beth-horon; en een hoop keerde zich naar den weg der landpale, die naar het dal Zeboim naar de woestijn uitziet.
18一隊往伯.和崙去,一隊往洗波音谷對面的境界向曠野去。
19En er werd geen smid gevonden in het ganse land van Israel; want de Filistijnen hadden gezegd: Opdat de Hebreen geen zwaard noch spies maken.
19以色列人缺乏兵器那時,以色列全地找不到一個鐵匠,因為非利士人說:“恐怕希伯來人製造刀劍或槍矛。”
20Daarom moest gans Israel tot de Filistijnen aftrekken, opdat een iegelijk zijn ploegijzer, of zijn spade, of zijn bijl, of zijn houweel scherpen liet.
20以色列眾人要磨鋤頭、犁頭、斧頭和鏟子,就各自下到非利士人那裡去磨。
21Maar zij hadden tandige vijlen tot hun houwelen, en tot hun spaden, en tot de drietandige vorken, en tot de bijlen, en tot het stellen der prikkelen.
21磨鋤頭或犁頭的價錢是七克銀子,磨三齒叉、斧頭或刺棒的價錢是四克銀子。
22En het geschiedde ten dage des strijds, dat er geen zwaard noch spies gevonden werd in de hand van het ganse volk, dat bij Saul en bij Jonathan was; doch bij Saul en bij Jonathan, zijn zoon, werden zij gevonden.
22所以,到了爭戰的時候,跟隨掃羅和約拿單的眾民,沒有一個手裡有刀或槍的,只有掃羅和他的兒子約拿單有刀槍。
23En der Filistijnen leger toog naar den doortocht van Michmas.
23有一隊非利士人的駐軍出到密抹的隘口去。