Dutch Staten Vertaling

聖經新譯本

2 Samuel

10

1En het geschiedde daarna, dat de koning der kinderen Ammons stierf, en zijn zoon Hanun werd koning in zijn plaats.
1大衛的使者受辱(代上19:1~5)後來,亞捫人的王死了,他的兒子哈嫩繼承他作王。
2Toen zeide David: Ik zal weldadigheid doen aan Hanun, den zoon van Nahas, gelijk als zijn vader weldadigheid aan mij gedaan heeft. Zo zond David heen, om hem door den dienst zijner knechten te troosten over zijn vader. En de knechten van David kwamen in het land van de kinderen Ammons.
2大衛說:“我要恩待拿轄的兒子哈嫩,像他父親恩待我一樣。”於是大衛差派自己的臣僕,為他喪父的事安慰他。大衛的臣僕到了亞捫人境內時,
3Toen zeiden de vorsten der kinderen Ammons tot hun heer Hanun: Eert David uw vader in uw ogen, omdat hij troosters tot u gezonden heeft? Heeft David zijn knechten niet daarom tot u gezonden, dat hij deze stad doorzoeke, en die verspiede, en die omkere?
3亞捫人的眾領袖對他們的主哈嫩說:“大衛差派這些慰問的人到你這裡來,你以為他是尊敬你父親嗎?他派遣臣僕到你這裡來,不是為了要窺探這城,偵察清楚,然後把城傾覆嗎?”
4Toen nam Hanun Davids knechten, en schoor hun baard half af, en sneed hun klederen half af, tot aan hun billen; en hij liet hen gaan.
4於是哈嫩拿住大衛的臣僕,把他們的鬍鬚剃去一半,又把他們的外袍割去半截,露出臀部,然後才放他們走。
5Als zij dit David lieten weten, zo zond hij hun tegemoet; want deze mannen waren zeer beschaamd. En de koning zeide: Blijft te Jericho, totdat uw baard weder gewassen zal zijn, komt dan weder.
5有人告訴大衛,他就派人去迎接他們,因為他們非常羞恥。王就說:“你們可以住在耶利哥,等到你們的鬍鬚長長了才回來。”
6Toen nu de kinderen Ammons zagen, dat zij zich bij David stinkende gemaakt hadden, zonden de kinderen Ammons heen, en huurden van de Syriers van Beth-Rechob, en van de Syriers van Zoba, twintig duizend voetvolks, en van den koning van Maacha duizend man, en van de mannen van Tob twaalf duizend man.
6亞捫人備戰(代上19:6~9)亞捫人知道大衛憎惡他們,就派人去招募伯.利合的亞蘭人和瑣巴的亞蘭人,步兵二萬,瑪迦王的人一千,陀伯人一萬二千。
7Als David dit hoorde, zond hij Joab heen, en het ganse heir met de helden.
7大衛聽見了,就差派約押和全體勇士出去。
8En de kinderen Ammons togen uit, en stelden de slagorde voor de deur der poort; maar de Syriers van Zoba, en Rechob, en de mannen van Tob en Maacha waren bijzonder in het veld.
8亞捫人出來,在城門前擺陣,瑣巴和利合的亞蘭人,陀伯人和瑪迦人,也分別在郊野擺陣。
9Als nu Joab zag, dat de spits der slagorde tegen hem was, van voren en van achteren, zo verkoos hij uit alle uitgelezenen van Israel, en stelde hen in orde tegen de Syriers aan;
9亞蘭人與亞捫人敗退(代上19:10~19)約押看見自己前後受敵,就從以色列所有的精兵中,挑選一部分出來,使他們擺陣去迎戰亞蘭人,
10En het overige des volks gaf hij onder de hand van zijn broeder Abisai, die het in orde stelde tegen de kinderen Ammons aan.
10他把其餘的人交在他兄弟亞比篩手下,使他們擺陣去迎戰亞捫人。
11En hij zeide: Zo de Syriers mij te sterk zullen zijn, zo zult gij mij komen verlossen; en zo de kinderen Ammons u te sterk zullen zijn, zo zal ik komen om u te verlossen.
11約押對亞比篩說:“如果亞蘭人比我強,你就來幫助我。如果亞捫人比你強,我就去幫助你。
12Wees sterk, en laat ons sterk zijn voor ons volk, en voor de steden onzes Gods; de HEERE nu doe, wat goed is in Zijn ogen.
12你要剛強;為了我們的人民和我們 神的眾城鎮,我們要剛強!願耶和華成全他看為美的事。”
13Toen naderde Joab, en het volk, dat bij hem was, tot den strijd tegen de Syriers; en zij vloden voor zijn aangezicht.
13於是約押和與他在一起的人前進,攻擊亞蘭人;亞蘭人在約押面前逃跑。
14Als de kinderen Ammons zagen, dat de Syriers vloden, vloden zij ook voor het aangezicht van Abisai, en kwamen in de stad. En Joab keerde weder van de kinderen Ammons, en kwam te Jeruzalem.
14亞捫人看見亞蘭人逃跑,他們也在亞比篩面前逃跑,逃進城裡去了。約押就從亞捫人那裡回來,回到耶路撒冷去了。
15Toen nu de Syriers zagen, dat zij voor Israels aangezicht geslagen waren, zo vergaderden zij zich weder te zamen.
15亞蘭人見自己被以色列人擊敗,就再聚集起來。
16En Hadad-ezer zond heen, en deed de Syriers uitkomen, die op gene zijde der rivier zijn, en zij kwamen te Helam; en Sobach, Hadad-ezers krijgsoverste, toog voor hun aangezicht heen.
16哈大底謝差遣人把幼發拉底河那邊的亞蘭人調來。他們來到了希蘭,由哈大底謝的將軍朔法率領他們。
17Als dat David werd aangezegd, verzamelde hij gans Israel, en toog over de Jordaan, en kwam te Helam, en de Syriers stelden de slagorde tegen David aan, en streden met hem.
17有人告訴了大衛,他就聚集所有的以色列人,渡過約旦河,來到了希蘭。亞蘭人擺好了陣迎擊大衛,與他交戰。
18Maar de Syriers vloden voor Israels aangezicht, en David versloeg van de Syriers zevenhonderd wagenen, en veertig duizend ruiteren; daartoe sloeg hij Sobach, hun krijgsoverste, dat hij aldaar stierf.
18亞蘭人卻在以色列人面前逃跑。大衛殺了亞蘭七百名駕駛戰車的軍兵,四萬騎兵。又擊殺了亞蘭軍隊的將軍朔法,他就死在那裡。
19Toen nu al de koningen, die Hadad-ezers knechten waren, zagen, dat zij voor Israels aangezicht geslagen waren, maakten zij vrede met Israel, en dienden hen; en de Syriers vreesden de kinderen Ammons meer te verlossen.
19所有臣服於哈大底謝的王看見自己被以色列人打敗,就與以色列人議和,臣服於他們。於是亞蘭人害怕,不敢再幫助亞捫人了。