1Wanneer de HEERE, uw God, de volken zal hebben uitgeroeid, welker land de HEERE, uw God, u geven zal, en gij die erfelijk zult bezitten, en in hun steden en in hun huizen wonen;
1避難城(民35:9~28;書20:1~9)“耶和華你的 神把列國的民剪除了,耶和華你的 神把他們的地賜給了你,你趕走了那些國民,住在他們的城市和房屋以後,
2Zo zult gij u drie steden uitscheiden, in het midden van uw land, hetwelk de HEERE, uw God, u geven zal, om dat erfelijk te bezitten.
2你就要在耶和華你的 神賜給你得為業的地上,為自己分別三座城。
3Gij zult u den weg bereiden, en de pale uws lands, dat u de HEERE, uw God, zal doen erven, in drieen delen; dit nu zal zijn, opdat ieder doodslager daarhenen vliede.
3你要為自己預備道路,又要把耶和華你的 神給你作產業的地分為三區,使誤殺人的可以逃到那裡去。
4En dit zij de zaak des doodslagers, die daarhenen vlieden zal, dat hij leve; die zijn naaste zal geslagen hebben door onwetendheid, dien hij toch van gisteren en eergisteren niet haatte;
4“誤殺人的逃到那裡,就可以存活,規例是這樣:無意殺了人,彼此又素無仇恨的,
5Als, dewelke met zijn naaste in het bos zal zijn gegaan, om hout te houwen, en zijn hand met de bijl wordt aangedreven, om hout af te houwen, en het ijzer schiet af van den steel, en treft zijn naaste, dat hij sterve; die zal in een dezer steden vluchten en leven;
5譬如他和鄰舍同進森林砍伐樹木,他手裡揮著斧子砍伐樹木的時候,斧頭竟脫了把,落在鄰舍身上,以致那人死了,他就可以逃到這些城中的一座去,這樣他就可以活命,
6Opdat de bloedwreker den doodslager niet najage, als zijn hart verhit is, en hem achterhale, omdat de weg te verre zou zijn, en hem sla aan het leven; zo toch geen oordeel des doods aan hem is; want hij haatte hem niet van gisteren en eergisteren.
6免得報血仇的,心中怒火如焚的時候,追趕那誤殺人的,因為路途長遠,就追上了他,把他殺死;其實他沒有該死的罪,因為他和那人素無仇恨。
7Daarom gebiede ik u, zeggende: Gij zult u drie steden uitscheiden.
7因此我吩咐你:‘你要為自己分別三座城。’
8En indien de HEERE, uw God, uw landpale zal verwijden, gelijk als Hij uw vaderen gezworen heeft, en u al dat land geven zal, hetwelk Hij uw vaderen te geven gesproken heeft;
8如果耶和華你的 神照著他向你列祖起過的誓,擴張你的境界,把他應許賜給你列祖的全地,都賜給了你,
9(Wanneer gij al ditzelve gebod zult waarnemen, om dat te doen, hetgeen ik u heden gebiede, den HEERE, uw God, liefhebbende, en alle dagen in Zijn wegen wandelende) zo zult gij u nog drie steden toedoen tot deze drie;
9如果你謹守遵行我今日吩咐你的這一切誡命,愛耶和華你的 神,常常行他的道路,你就要在這三座城以外,再加添三座城;
10Opdat het bloed des onschuldigen niet vergoten worde in het midden van uw land, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft, en bloedschulden op u zouden zijn.
10免得無辜人的血,流在耶和華你的 神要賜給你作產業的地上,以致流人血的罪歸在你身上。
11Maar wanneer er iemand zijn zal, die zijn naaste haat, en hem lagen legt, en staat tegen hem op, en slaat hem aan het leven, dat hij sterve; en vliedt tot een van die steden;
11“但是,如果有人恨他的鄰舍,埋伏著等他,起來攻擊他,把他殺死了,然後逃到這些城中的一座;
12Zo zullen de oudsten zijner stad zenden, en nemen hem van daar, en zij zullen hem in de hand des bloedwrekers geven, dat hij sterve.
12他本城的長老要派人去,把他從那裡帶出來,交在報血仇的人手中,好把他處死。
13Uw oog zal hem niet verschonen; maar gij zult het bloed des onschuldigen uit Israel wegdoen, dat het u welga.
13你的眼睛不可顧惜他,卻要把流無辜人的血的罪從以色列中除掉,好使你平安無事。
14Gij zult uws naasten landpale, die de voorvaderen gepaald hebben, niet verrukken in uw erfdeel, dat gij erven zult, in het land, hetwelk u de HEERE, uw God, geeft, om dat erfelijk te bezitten.
14不可挪移地界“在耶和華你的 神要賜給你承受為業的地上,不可挪移你鄰舍的地界,因為那是先人立定的。
15Een enig getuige zal tegen niemand opstaan over enige ongerechtigheid of over enige zonde, van alle zonde, die hij zou mogen zondigen; op den mond van twee getuigen, of op den mond van drie getuigen zal de zaak bestaan.
15證人的條例“人無論有甚麼過錯,或是犯了甚麼罪惡,不可憑著一個見證人的指證,總要憑著兩個見證人的口供,或是三個見證人的口供,才可以確定。
16Wanneer een wrevelige getuige tegen iemand zal opstaan, om een afwijking tegen hem te betuigen;
16如果有強橫的見證人起來,指證某人作惡,
17Zo zullen die twee mannen, welke den twist hebben, staan voor het aangezicht des HEEREN, voor het aangezicht der priesters, en der rechters, die in diezelve dagen zullen zijn.
17那麼,兩個彼此爭訟的人,就要站在耶和華面前,和當時在職的祭司與審判官面前。
18En de rechters zullen wel onderzoeken; en ziet, de getuige is een vals getuige, hij heeft valsheid betuigd tegen zijn broeder;
18審判官要仔細查問;如果見證人是個假證人,作假見證陷害自己的兄弟,
19Zo zult gijlieden hem doen, gelijk als hij zijn broeder dacht te doen; alzo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen;
19你們就要像他想怎樣對待自己的兄弟一樣對待他,這樣,你就把那惡從你們中間除掉。
20Dat de overgeblevenen het horen en vrezen, en niet voortvaren meer te doen naar dit boze stuk, in het midden van u.
20其餘的人聽見了,就必害怕,不敢再在你中間行這樣的惡事了。
21En uw oog zal niet verschonen; ziel om ziel, oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.
21你的眼睛不可顧惜,要以命償命,以眼還眼,以牙還牙,以手還手,以腳還腳。”