1Die door plettering verwond of uitgesneden is aan de mannelijkheid, zal in de vergadering des HEEREN niet komen.
1不得進耶和華的會的人“睾丸受傷的,或生殖器被割除的,不可進耶和華的會。(本節在《馬索拉抄本》為23:2)
2Geen bastaard zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs zijn tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen.
2私生子不可進耶和華的會;他的後代直到第十代,也不可進耶和華的會。
3Geen Ammoniet, noch Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen tot in eeuwigheid.
3亞捫人或摩押人不可進耶和華的會;他們的後代直到第十代,也永遠不可進耶和華的會。
4Ter oorzake dat zij ulieden op den weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als gij uit Egypte uittoogt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, den zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamie, om u te vloeken.
4因為你們出埃及的時候,他們沒有拿食物和水在路上迎接你們,又因為他們從兩河之間的亞蘭的毗奪雇了比珥的兒子巴蘭,來攻擊你,咒詛你。
5Doch de HEERE, uw God, heeft naar Bileam niet willen horen; maar de HEERE, uw God, heeft u den vloek in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad.
5但耶和華你的 神不願聽從巴蘭;耶和華你的 神使咒詛的話變為你的祝福,因為耶和華你的 神愛你。
6Gij zult hun vrede en hun best niet zoeken, al uw dagen in eeuwigheid.
6你一生一世永不可尋求他們的平安和他們的福樂。
7Den Edomiet zult gij voor geen gruwel houden, want hij is uw broeder; den Egyptenaar zult gij voor geen gruwel houden want gij zijt een vreemdeling geweest in zijn land.
7“你不可厭惡以東人,因為他是你的兄弟;不可厭惡埃及人,因為你在他的地上作過寄居的。
8Aangaande de kinderen, die hun zullen geboren worden in het derde geslacht, elk van die zal in de vergadering des HEEREN komen.
8他們所生的子孫到了第三代,就可以進耶和華的會。
9Wanneer het leger uittrekt tegen uw vijanden, zo zult gij u wachten voor alle kwade zaak.
9“你出兵安營攻打仇敵的時候,要謹守自己,遠避一切惡事。
10Wanneer iemand onder u is, die niet rein is, door enig toeval des nachts, die zal tot buiten het leger uitgaan; hij zal tot binnen het leger niet komen.
10保持軍營潔淨的條例“如果你們中間有人因為夜間偶然夢遺而不潔淨,就要出到營外去,不可進入營中。
11Maar het zal geschieden, dat hij zich tegen het naken van den avond met water zal baden; en als de zon ondergegaan is, zal hij tot binnen het leger komen.
11到了黃昏的時候,他要用水洗澡;日落了,他才可以進入營中。
12Gij zult ook een plaats hebben buiten het leger, en daarhenen zult gij uitgaan naar buiten.
12你在營外要有廁所,你可以出到那裡去便溺。
13En gij zult een schopje hebben, benevens uw gereedschap, en het zal geschieden, als gij buiten gezeten hebt, dan zult gij daarmede graven, en u omkeren, en bedekken wat van u uitgegaan is.
13在你的器械中,要有一把鍬;你在外面便溺以後,可以用來鏟土,轉身把糞便掩蓋。
14Want de HEERE, uw God, wandelt in het midden van uw leger, om u te verlossen, en om uw vijanden voor uw aangezicht te geven; daarom zal uw leger heilig zijn, opdat Hij niets schandelijks onder u zie, en achterwaarts van u afkere.
14因為耶和華你的 神常在你的營中行走,要拯救你,要把你的仇敵交在你的面前;所以你的營要聖潔,免得他看見你那裡有污穢的東西,就離開你。
15Gij zult een knecht aan zijn heer niet overleveren, die van zijn heer tot u ontkomen zal zijn.
15其他各種條例“如果一個奴僕離開了他的主人,逃到你那裡來,你不可把他送交他的主人。
16Hij zal bij u blijven in het midden van u, in de plaats, die hij zal verkiezen, in een van uw poorten, waar het goed voor hem is; gij zult hem niet verdrukken.
16他要在你中間和你同住,住在他自己選擇的地方,住在他喜歡的城市,你不可欺負他。
17Er zal geen hoer zijn onder de dochteren van Israel; en er zal geen schandjongen zijn onder de zonen van Israel.
17“以色列的女子中不可有廟妓,以色列的男子中不可有男廟妓。
18Gij zult geen hoerenloon noch hondenprijs in het huis des HEEREN, uws Gods, brengen, tot enige gelofte; want ook die beiden zijn den HEERE, uw God, een gruwel.
18妓女所得的酬金,或男妓所得的代價,你不可帶入耶和華你的 神的殿裡還任何的願,因為這兩樣都是耶和華你的 神厭惡的。
19Gij zult aan uw broeder niet woekeren, met woeker van geld, met woeker van spijze, met woeker van enig ding, waarmede men woekert.
19你借給你兄弟的銀錢、食物,或是任何可以生利的東西,都不可取利。
20Aan den vreemde zult gij woekeren; maar aan uw broeder zult gij niet woekeren; opdat u de HEERE, uw God, zegene, in alles, waaraan gij uw hand slaat, in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
20借給外族人,你倒可以取利;只是借給你的兄弟,你就不可取利;好使耶和華你的 神,在你要去得為業的地上,和你手裡所辦的一切事上,賜福給你。
21Wanneer gij den HEERE, uw God, een gelofte zult beloofd hebben, gij zult niet vertrekken die te betalen; want de HEERE, uw God, zal ze zekerlijk van u eisen, en zonde zou in u zijn.
21“如果你向耶和華你的 神許了願,就不可遲延還願,因為耶和華你的 神必向你追討,那時你就有罪了。
22Maar als gij nalaat te beloven, zo zal het geen zonde in u zijn.
22如果你不許願,你倒沒有罪。
23Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; gelijk als gij den HEERE, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt.
23你嘴裡說出來的,你要謹守;你親口應許的甘心祭,就是你向耶和華你的 神許的願,你要實行。
24Wanneer gij gaan zult in uws naasten wijngaard, zo zult gij druiven eten naar uw lust, tot uw verzadiging; maar in uw vat zult gij niets doen.
24“你進了你鄰舍的葡萄園,你可以隨意吃飽葡萄,只是不可裝在你的器皿裡。
25Wanneer gij zult gaan in uws naasten staande koren, zo zult gij de aren met uw hand afplukken; maar de sikkel zult gij aan uws naasten staande koren niet bewegen.
25你進了你鄰舍的麥田,你可以用手摘麥穗,只是不可在你鄰舍的麥田裡揮動鐮刀。”