1En Mozes riep het ganse Israel, en zeide tot hen: Hoor, Israel! de inzettingen en rechten, die ik heden voor uw oren spreek, dat gij ze leert en waarneemt, om dezelve te doen.
1 神在何烈山上與以色列人立約摩西把以色列人都召了來,對他們說:“以色列人哪,我今日講給你們聽的律例和典章,你們要聽從,要學習,要謹慎遵行。
2De HEERE, onze God, heeft een verbond met ons gemaakt aan Horeb.
2耶和華我們的 神在何烈山與我們立了約。
3Met onze vaderen heeft de HEERE dit verbond niet gemaakt, maar met ons, wij die hier heden allen levend zijn.
3這約,耶和華不是與我們的列祖立的,而是與我們今日在這裡還活著的人立的。
4Van aangezicht tot aangezicht heeft de HEERE met u op den berg gesproken uit het midden des vuurs,
4耶和華在山上,從火中,面對面的與你們說話。
5(Ik stond te dier tijd tussen den HEERE en tussen u, om u des HEEREN woord aan te zeggen; want gij vreesdet voor het vuur en klomt niet op den berg) zeggende:
5那時,我站在耶和華和你們中間,要把耶和華的話告訴你們;你們因為懼怕那火,所以沒有上到山上來,耶和華說:
6Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.
6重述十誡(出20:1~17)“‘我是耶和華你的 神,曾經把你從埃及地,從為奴之家領出來。
7Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.
7“‘除我以外,你不可有別的神。
8Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gelijkenis, van hetgeen boven in den hemel, of onder op de aarde is; of in het water onder de aarde is;
8“‘你不可為自己做偶像,也不可做天上、地下和地底下水中各物的形象。
9Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE, uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, en aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten;
9不可跪拜它們,也不可事奉它們,因為我耶和華你們的 神是忌邪的 神;恨惡我的,我必追討他們的罪,從父親到兒子,直到三四代。
10En doe barmhartigheid aan duizenden dergenen, die Mij liefhebben, en Mijn geboden onderhouden.
10愛我和遵守我誡命的,我必向他們施慈愛,直到千代。
11Gij zult den Naam des HEEREN, uws Gods, niet ijdellijk gebruiken; want de HEERE zal niet onschuldig houden dengene, die Zijn Naam ijdellijk gebruikt.
11“‘不可妄稱耶和華你 神的名,因為妄稱耶和華的名的,耶和華必不以他為無罪。
12Onderhoudt den sabbatdag, dat gij dien heiligt; gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft.
12“‘要遵守安息日為聖日,照著耶和華你 神吩咐你的。
13Zes dagen zult gij arbeiden, en al uw werk doen;
13六日要勞碌,作你一切工作。
14Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN, uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig van uw vee, noch de vreemdeling, die in uw poorten is; opdat uw dienstknecht, en uw dienstmaagd ruste, gelijk als gij.
14但第七日是屬於耶和華你 神的安息日;這一日,你和你的兒女、僕婢、牛驢和一切牲畜,以及你城裡的寄居者,不可作任何的工,好使你的僕婢可以和你一樣享受安息。
15Want gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt, en dat de HEERE, uw God, u van daar heeft uitgeleid door een sterke hand en een uitgestrekten arm; daarom heeft u de HEERE, uw God, geboden, dat gij den sabbatdag houden zult.
15你要記住:你在埃及地作過奴僕;耶和華你的 神用大能的手和伸出來的膀臂,把你從那裡領出來,因此耶和華你的 神吩咐你要守安息日。
16Eert uw vader, en uw moeder, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden, en opdat het u welga in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
16“‘要孝敬父母,照著耶和華你的 神吩咐你的,使你可以得享長壽,也使你在耶和華你的 神賜給你的地上,得享福樂。
17Gij zult niet doodslaan.
17“‘不可殺人。
18En gij zult geen overspel doen.
18“‘不可姦淫。
19En gij zult niet stelen.
19“‘不可偷盜。
20En gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
20“‘不可作假證供陷害你的鄰舍。
21En gij zult niet begeren uws naasten vrouw; en gij zult u niet laten gelusten uws naasten huis, zijn akker, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.
21“‘不可貪愛你鄰舍的妻子;不可貪圖你鄰舍的房屋、田地、僕婢、牛驢和你鄰舍的任何東西。’
22Deze woorden sprak de HEERE tot uw ganse gemeente, op den berg, uit het midden des vuurs, der wolk en der donkerheid, met een grote stem, en deed daar niets toe; en Hij schreef ze op twee stenen tafelen, en gaf ze mij.
22人民懼怕,摩西作中保(出20:18~21)“這些話就是耶和華在山上,從火中、密雲中、幽暗裡,大聲對你們全體會眾所說的,並沒有加添甚麼;他把這些話寫在兩塊石版上,交給了我。
23En het geschiedde, als gij die stem uit het midden der duisternis hoordet, en de berg van vuur brandde, zo naderdet gij tot mij, alle hoofden uwer stammen, en uw oudsten,
23那時山上被火燒著,你們聽見有聲音從黑暗中發出來的時候,你們各支派的首領和你們的長老,都走到我這裡來,
24En zeidet: Zie, de HEERE, onze God, heeft ons Zijn heerlijkheid en Zijn grootheid laten zien, en wij hebben Zijn stem gehoord uit het midden des vuurs; dezen dag hebben wij gezien, dat God met den mens spreekt, en dat hij levend blijft.
24說:‘看哪,耶和華我們的 神把他的榮耀和偉大顯給我們看,我們又聽見他從火中發出來的聲音;今日我們看見了 神與人說話,而人還能活著。
25Maar nu, waarom zouden wij sterven? Want dit grote vuur zou ons verteren; indien wij voortvoeren de stem des HEEREN, onzes Gods, langer te horen, zo zouden wij sterven.
25現在這大火快要吞滅我們了,我們為甚麼要冒死呢?如果我們再聽見耶和華我們 神的聲音,我們就必死亡。
26Want wie is er van alle vlees, die de stem des levenden Gods, sprekende uit het midden des vuurs, gehoord heeft gelijk wij, en is levend gebleven?
26因為有血肉生命的人,有誰像我們一樣,聽見永活的 神從火中說話的聲音,還能活著呢?
27Nader gij, en hoor alles, wat de HEERE, onze God, zeggen zal; en spreek gij tot ons al wat de HEERE, onze God, tot u spreken zal, en wij zullen het horen en doen.
27現在求你走前去,聽聽耶和華我們的 神要說的一切話;然後你要把耶和華我們的 神對你所說的一切話,都告訴我們;我們就必聽從,也必遵行。’
28Als nu de HEERE de stem uwer woorden hoorde, toen gij tot mij spraakt, zo zeide de HEERE tot mij: Ik heb gehoord de stem der woorden van dit volk, die zij tot u gesproken hebben; het is altemaal goed, dat zij gesproken hebben.
28“你們對我說話的時候,耶和華聽見了你們說話的聲音;耶和華就對我說:‘這人民對你所說的話,我都聽見了;他們所說的都很好。
29Och, dat zij zulk een hart hadden, om Mij te vrezen, en al Mijn geboden te allen dage te onderhouden; opdat het hun en hun kinderen welging in eeuwigheid!
29但願他們常常存著這樣的心,敬畏我,遵守我的一切誡命,使他們和他們的子孫永享福樂。
30Ga, zeg hun: Keert weder naar uw tenten.
30你去對他們說:“你們回到自己的帳棚裡去吧。”
31Maar gij, sta hier bij Mij, dat Ik tot u spreke al de geboden, en inzettingen, en rechten, die gij hun leren zult, dat zij ze doen in het land, hetwelk Ik hun geven zal, om dat te erven.
31至於你,你要站在我這裡;我要把一切誡命、律例、典章,都告訴你;你要教導他們,使他們在我賜給他們作產業的地上遵行。’
32Neemt dan waar, dat gij doet, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft; en wijkt niet af ter rechterhand, noch ter linkerhand.
32所以,你們要照著耶和華你們的 神吩咐你們的,謹守遵行,不可偏離左右。
33In al den weg, dien de HEERE, uw God, u gebiedt, zult gij gaan; opdat gij leeft, en dat het u welga, en gij de dagen verlengt in het land, dat gij erven zult.
33你們要走在耶和華你們的 神吩咐你們走的路上,使你們可以活著,可以享福,並且使你在將要佔領為業的地上,可以長久居住。”