1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
1製造會幕器皿之技工(出35:30~36:1)耶和華對摩西說:
2Zie, Ik heb met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
2“看哪,猶大支派中戶珥的孫子,烏利的兒子比撒列,我已經提名召他。
3En Ik heb hem vervuld met den Geest Gods, met wijsheid, en met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
3我也用 神的靈充滿了他,使他有智慧,有聰明,有知識,有能力作各樣的手工,
4Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,
4可以設計巧工,可以用金、銀、銅製造各物。
5En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding, om te werken in alle handwerk.
5又可以雕刻寶石,鑲嵌寶石;可以雕刻木頭,製造各樣巧工。
6En Ik, zie, Ik heb hem bijgevoegd Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan; en in het hart van een iegelijk, die wijs van hart is, heb Ik wijsheid gegeven; en zij zullen maken al wat Ik u geboden heb.
6看哪,我已經指派但支派中亞希撒抹的兒子亞何利亞伯和他同工;所有心裡有智慧的人,我也把智慧賜給他們,使他們可以作我吩咐你的一切工作,
7Namelijk de tent der samenkomst, en de ark der getuigenis, en het verzoendeksel, dat daarop zal zijn, en al het gereedschap der tent;
7就是會幕、法櫃和櫃上的施恩座,以及會幕中一切的器具、
8En de tafel, met haar gereedschap; en den louteren kandelaar, met al zijn gereedschap; en het reukaltaar;
8桌子和桌子上的器具,純金的燈臺和燈臺上的一切器具、香壇、
9Ook des brandoffers altaar, met al zijn gereedschap; en het wasvat met zijn voet;
9燔祭壇和壇上的一切器具、洗濯盆和盆座、
10En de ambtsklederen, en de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen van zijn zonen, om het priesterambt te bedienen;
10彩衣和亞倫祭司的聖衣,以及他兒子們供祭司職分的衣服、
11Ook de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen voor het heiligdom; naar alles, wat Ik u geboden heb, zullen zij het maken.
11膏油和聖所使用的芬芳的香,他們都要照著我吩咐你的一切去作。”
12Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:
12謹守安息日(出35:1~3)耶和華對摩西說:
13Gij nu, spreek tot de kinderen Israels, zeggende: Gij zult evenwel mijn sabbatten onderhouden; want dit is een teken tussen Mij en tussen ulieden, bij uw geslachten; opdat men wete, dat Ik de HEERE ben, Die u heilige.
13“你要吩咐以色列人說:你們務要守我的安息日,因為這是你我之間世世代代的記號,使你們知道我耶和華是把你們分別為聖的。
14Onderhoudt dan den sabbat, dewijl hij ulieden heilig is! Wie hem ontheiligt, zal zekerlijk gedood worden; want een ieder, die op denzelven enig werk doet, die ziel zal uitgeroeid worden uit het midden harer volken.
14所以你們應該守安息日,因為這是你們的聖日;凡是違反這日的,必要把他處死;凡是在這日工作的,那人必要從他的族人中被剪除。
15Zes dagen zal men het werk doen; doch op den zevenden dag is de sabbat der rust, een heiligheid des HEEREN! Wie op de sabbatdag arbeid doet, zal zekerlijk gedood worden.
15六日可以工作,但第七日是歇工的安息日,是歸耶和華為聖的,凡是在這安息日工作的,必須把那人處死。
16Dat dan de kinderen Israels de sabbat houden, de sabbat onderhoudende in hun geslachten, tot een eeuwig verbond.
16所以,以色列人要守安息日,他們世世代代要遵行安息日的規例,作為永遠的約。
17Hij zal tussen Mij en tussen de kinderen Israels een teken in eeuwigheid zijn; dewijl de HEERE, in zes dagen, den hemel en de aarde gemaakt, en op den zevenden dag gerust en Zich verkwikt heeft.
17這是我和以色列人中間永遠的記號,因為六日之內耶和華創造了天地,但第七日就歇了工休息了。”
18En Hij gaf aan Mozes, als Hij met hem op den berg Sinai te spreken geeindigd had, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven met den vinger Gods.
18摩西領受兩塊法版(申9:9~11)耶和華在西奈山上與摩西說完了話,就把兩塊法版交給他,是 神用指頭寫的石版。