1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.
1挪亞三子的後代(代上1:5~23)以下是挪亞的兒子閃、含、雅弗的後代。洪水以後,他們都生了兒子。
2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.
2雅弗的兒子是歌篾、瑪各、瑪代、雅完、土巴、米設、提拉。
3En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.
3歌篾的兒子是亞實基拿、利法、陀迦瑪。
4En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.
4雅完的兒子是以利沙、他施,基提人和多單人。
5Van dezen zijn verdeeld de eilanden der volken in hun landschappen, elk naar zijn spraak, naar hun huisgezinnen, onder hun volken.
5這些人的後裔分散居住在沿海的土地和島嶼上。各人隨著自己的方言、宗族,住在自己的國土中。
6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.
6含的兒子是古實、埃及、弗和迦南。
7En de zonen van Cusch zijn: Seba en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha. En de zonen van Raema zijn: Scheba en Dedan.
7古實的兒子是西巴、哈腓拉、撒弗他、拉瑪和撒弗提迦。拉瑪的兒子是示巴和底但。
8En Cusch gewon Nimrod; deze begon geweldig te zijn op de aarde.
8古實又生寧錄;寧錄是世上第一位英雄。
9Hij was een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN; daarom wordt gezegd: Gelijk Nimrod, een geweldig jager voor het aangezicht des HEEREN.
9他在耶和華面前是個英勇的獵人;因此有句俗語說:“就像寧錄一樣,在耶和華面前是個英勇的獵人。”
10En het beginsel zijns rijks was Babel, en Erech, en Accad, en Calne in het land Sinear.
10他開始建國是在示拿地的巴別、以力、亞甲和甲尼。
11Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.
11他從那地出來,到亞述去,建造了尼尼微、利河伯城、迦拉,
12En Resen, tussen Nineve en tussen Kalach; deze is die grote stad.
12和尼尼微與迦拉之間的利鮮,就是那大城。
13En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
13埃及生路低人,亞拿米人、利哈比人、拿弗土希人、
14En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.
14帕斯魯細人、迦斯路希人和迦斐託人;從迦斐託出來的有非利士人。
15En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
15迦南生了長子西頓,又生赫,
16En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,
16以及耶布斯人、亞摩利人、革迦撒人、
17En de Hivviet, en de Arkiet, en de Siniet,
17希未人、亞基人、西尼人、
18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.
18亞瓦底人、洗瑪利人、哈馬人,後來迦南人的宗族分散了。
19En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.
19迦南人的境界是從西頓伸向基拉耳,直到迦薩;又伸向所多瑪、蛾摩拉、押瑪、洗扁,直到拉沙。
20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.
20這些人都是含的子孫,隨著自己的宗族、方言,住在自己的國土中。
21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
21雅弗的哥哥閃,就是希伯所有子孫的祖宗,他也生了孩子。
22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
22閃的兒子是以攔、亞述、亞法撒、路德和亞蘭。
23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.
23亞蘭的兒子是烏斯、戶勒、基帖、瑪施。
24En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
24亞法撒生沙拉,沙拉生希伯。
25En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Peleg; want in zijn dagen is de aarde verdeeld; en zijns broeders naam was Joktan.
25希伯生了兩個兒子,一個名叫法勒,因為他在世的時候,世人就分散了;法勒的兄弟名叫約坍。
26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,
26約坍生亞摩答、沙列、哈薩瑪非、耶拉、
27En Hadoram, en Usal, en Dikla,
27哈多蘭、烏薩、德拉、
28En Obal, en Abimael, en Scheba,
28俄巴路、亞比瑪利、示巴、
29En Ofir, en Havila, en Jobab; deze allen waren zonen van Joktan.
29阿斐、哈腓拉、約巴,這些人都是約坍的兒子。
30En hun woning was van Mescha af, daar gij gaat naar Sefar, het gebergte van het oosten.
30他們居住的地方,是從米沙伸向西發,直到東邊的山地。
31Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.
31這都是閃的子孫,隨著自己的宗族、方言,住在自己的國土中。
32Deze zijn de huisgezinnen der zonen van Noach, naar hun geboorten, in hun volken; en van dezen zijn de volken op de aarde verdeeld na den vloed.
32這些宗族都是挪亞的子孫,按著他們的族系住在列國中。洪水以後,地上的列國都是從這些宗族分出來的。