1Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods.
1亞當的後代(代上1:1~4)以下是亞當後代的記錄。 神創造人的時候,是按著自己的樣式造的;
2Man en vrouw schiep Hij hen, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, ten dage als zij geschapen werden.
2他創造了一男一女。在創造他們的時候, 神賜福給他們,稱他們為人。
3En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam Seth.
3亞當一百三十歲的時候,生了一個兒子,樣式和形象都和自己相似,就給他起名叫塞特。
4En Adams dagen, nadat hij Seth gewonnen had, zijn geweest achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
4亞當生塞特以後,還活了八百年,並且生了其他的兒女。
5Zo waren al de dagen van Adam, die hij leefde, negenhonderd jaren, en dertig jaren; en hij stierf.
5亞當共活了九百三十歲,就死了。
6En Seth leefde honderd en vijf jaren, en hij gewon Enos.
6塞特一百零五歲的時候,生了以挪士。
7En Seth leefde, nadat hij Enos gewonnen had, achthonderd en zeven jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
7塞特生以挪士以後,還活了八百零七年,並且生了其他的兒女。
8Zo waren al de dagen van Seth negenhonderd en twaalf jaren; en hij stierf.
8塞特共活了九百一十二歲,就死了。
9En Enos leefde negentig jaren, en hij gewon Kenan.
9以挪士九十歲的時候,生了該南。
10En Enos leefde, nadat hij Kenan gewonnen had, achthonderd en vijftien jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
10以挪士生該南以後,還活了八百一十五年,並且生了其他的兒女。
11Zo waren al de dagen van Enos negenhonderd en vijf jaren; en hij stierf.
11以挪士共活了九百零五歲,就死了。
12En Kenan leefde zeventig jaren, en hij gewon Mahalal-el.
12該南七十歲的時候,生了瑪勒列。
13En Kenan leefde, nadat hij Mahalal-el gewonnen had, achthonderd en veertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
13該南生瑪勒列以後,還活了八百四十年,並且生了其他的兒女。
14Zo waren al de dagen van Kenan negenhonderd en tien jaren; en hij stierf.
14該南共活了九百一十歲,就死了。
15En Mahalal-el leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Jered.
15瑪勒列六十五歲的時候,生了雅列。
16En Mahalal-el leefde, nadat hij Jered gewonnen had, achthonderd en dertig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
16瑪勒列生雅列以後,還活了八百三十年,並且生了其他的兒女。
17Zo waren al de dagen van Mahalal-el achthonderd vijf en negentig jaren; en hij stierf.
17瑪勒列共活了八百九十五歲,就死了。
18En Jered leefde honderd twee en zestig jaren, en hij gewon Henoch.
18雅列一百六十二歲的時候,生了以諾。
19En Jered leefde, nadat hij Henoch gewonnen had, achthonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
19雅列生以諾以後,還活了八百年,並且生了其他的兒女。
20Zo waren al de dagen van Jered negenhonderd twee en zestig jaren; en hij stierf.
20雅列共活了九百六十二歲,就死了。
21En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach.
21以諾六十五歲的時候,生了瑪土撒拉。
22En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
22以諾生瑪土撒拉以後,和 神同行三百年,並且生了其他的兒女。
23Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.
23以諾共活了三百六十五歲。
24Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg.
24以諾和 神同行,所以 神把他取去,他就不在了。
25En Methusalach leefde honderd zeven en tachtig jaren, en hij gewon Lamech.
25瑪土撒拉一百八十七歲的時候,生了拉麥。
26En Methusalach leefde, nadat hij Lamech gewonnen had, zevenhonderd twee en tachtig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
26瑪土撒拉生拉麥以後,還活了七百八十二年,並且生了其他的兒女。
27Zo waren al de dagen van Methusalach negenhonderd negen en zestig jaren; en hij stierf.
27瑪土撒拉共活了九百六十九歲,就死了。
28En Lamech leefde honderd twee en tachtig jaren, en hij gewon een zoon.
28拉麥一百八十二歲的時候,生了一個兒子,
29En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!
29就給他起名叫挪亞,說:“這兒子必使我們從地上的操作和手中的勞苦得著安慰,因為耶和華曾經咒詛這地。”
30En Lamech leefde, nadat hij Noach gewonnen had, vijfhonderd vijf en negentig jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
30拉麥生挪亞以後,還活了五百九十五年,並且生了其他的兒女。
31Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zeven en zeventig jaren; en hij stierf.
31拉麥共活了七百七十七歲,就死了。
32En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon Sem, Cham en Jafeth.
32挪亞五百歲的時候,就生了閃、含和雅弗。