1Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen.
1黑暗中之光但那受過困苦的,必不再見幽暗。以前 神使西布倫和拿弗他利地被輕視,日後卻要使它們在沿海之路、約旦河外和外族人的加利利,得著榮耀。(本節在《馬索拉抄本》為8:23)
2Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt.
2行在黑暗中的人民,看見了大光;住在死蔭之地的人,有光照耀他們。(本節在《馬索拉抄本》為9:1)
3Want het juk van hun last, en den stok hunner schouders, en den staf desgenen, die hen dreef, hebt Gij verbroken, gelijk ten dage der Midianieten;
3你使這國之民增多,又加添他們的歡樂;他們在你面前歡樂,好像收割時的歡樂一樣;又像人在均分戰利品時的快樂一般。
4Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.
4因為他們所負的軛和肩頭上的杖,以及欺壓他們的人的棍,你都折斷了,像在米甸的日子一樣。
5Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;
5因為戰士在戰爭喧嚷中所穿的靴,和輥在血中的袍,都必燒毀,成了燒火的燃料。
6Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde zijn op den troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver des HEEREN der heirscharen zal zulks doen.
6因為有一個嬰孩為我們而生,有一個兒子賜給我們;政權必擔在他的肩頭上;他的名必稱為“奇妙的策士、全能的 神、永恆的父、和平的君”。
7De Heere heeft een woord gezonden in Jakob, en het is gevallen in Israel.
7他的政權與平安必無窮無盡地增加,他在大衛的寶座上治理他的國,以公平和公義使國堅立穩固,從現在直到永遠。萬軍之耶和華的熱心必成全這事。
8En al dit volk zal het gewaar worden, Efraim en de inwoner van Samaria; in hoogmoed en grootsheid des harten, zeggende:
8耶和華向不悔改的子民發怒主發出一個信息攻擊雅各家,信息落在以色列家。
9De tichelstenen zijn gevallen, maar met uitgehouwen stenen zullen wij wederom bouwen; de wilde vijgebomen zijn afgehouwen, maar wij zullen ze in cederen veranderen;
9所有的人民,就是以法蓮和撒瑪利亞的居民,都要知道這事;他們憑著驕傲和自大的心說:
10Want de HEERE zal Rezins tegenpartijders tegen hem verheffen, en Hij zal zijn vijanden samen vermengen:
10“磚牆倒塌了,我們就用鑿好的石頭來建築;桑樹砍倒了,我們就用香柏樹替換。”
11De Syriers van voren, en de Filistijnen van achteren, dat zij Israel opeten met vollen mond. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
11因此,耶和華必興起利汛的敵人來攻擊以色列,並且要激動以色列的仇敵。
12Want dit volk keert zich niet tot Dien, Die het slaat, en den HEERE der heirscharen zoeken zij niet.
12東有亞蘭人,西有非利士人;他們張開口來要吞滅以色列。雖然這樣,耶和華的怒氣還沒有轉消,他的手仍然伸出。
13Daarom zal de HEERE afhouwen uit Israel den kop en den staart, den tak en de bieze, op een dag.
13這人民還沒有回轉、歸向那擊打他們的萬軍之耶和華,也沒有尋求他。
14(De oude en aanzienlijke, die is de kop; maar de profeet, die valsheid leert, die is de staart.)
14因此,耶和華在一日之間,必從以色列中剪除頭和尾、棕枝與蘆葦。
15Want de leiders dezes volks zijn verleiders, en die van hen geleid worden, worden ingeslokt.
15長老和尊貴人就是頭;用謊言教導人的先知就是尾。
16Daarom zal zich de Heere niet verblijden over hun jongelingen, en hunner wezen en hunner weduwen zal Hij zich niet ontfermen, want zij zijn allen te zamen huichelaars en boosdoeners, en alle mond spreekt dwaasheid. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
16因為那些領導這人民的,使他們走錯了路;那些被領導的,都必一片混亂。
17Want de goddeloosheid brandt als vuur, doornen en distelen zal zij verteren, en zal aansteken de verwarde struiken des wouds, die zich verheven hebben als de verheffing des rooks.
17因此,主不喜歡他們的年輕人,也不憐恤他們的孤兒寡婦;因為他們各人都是不敬虔的,是邪惡的,各人的口都說愚昧的話。雖然這樣,耶和華的怒氣還沒有轉消,他的手仍然伸出。
18Vanwege de verbolgenheid des HEEREN der heirscharen, zal het land verduisterd worden; en het volk zal zijn als een voedsel des vuurs: de een zal den ander niet verschonen.
18邪惡像火一般焚燒,吞滅荊棘蒺藜,連樹林中的密叢也燒起火來,它們旋轉上騰,成了煙柱。
19Zo hij ter rechterhand snijdt, zal hij toch hongeren, en zo hij ter linkerhand eet, zal hij toch niet verzadigd worden; een iegelijk zal het vlees zijns arms eten;
19因著萬軍之耶和華的烈怒,地被燒毀,人民成了燒火的燃料一般,沒有人顧惜自己的兄弟。
20Manasse Efraim, en Efraim Manasse, en zij zullen te zamen tegen Juda zijn. Om dit alles keert Zijn toorn zich niet af, maar Zijn hand is nog uitgestrekt.
20有人在右邊切肉,仍然飢餓;在左邊吞吃,仍然不飽足;各人竟吃自己手臂的肉。
21
21瑪拿西吞吃以法蓮,以法蓮吞吃瑪拿西,又一起攻擊猶大。雖然這樣,耶和華的怒氣還沒有轉消,他的手仍然伸出。