1Toen antwoordde Zofar, de Naamathiet, en zeide:
1瑣法首次發言,責約伯自義拿瑪人瑣法回答說:
2Zou de veelheid der woorden niet beantwoord worden, en zou een klapachtig man recht hebben?
2“這許多的話怎可不回答,多嘴多舌的人怎能算為義呢?
3Zouden uw leugenen de lieden doen zwijgen, en zoudt gij spotten, en niemand u beschamen?
3你胡言亂語可使人不作聲嗎?你嘲笑的時候,無人責備嗎?
4Want gij hebt gezegd: Mijn leer is zuiver, en ik ben rein in uw ogen.
4你說:‘我的道理純全,我在你眼前潔淨。’
5Maar gewisselijk, och, of God sprak, en Zijn lippen tegen u opende;
5但願 神說話,願他開口跟你說話,
6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.
6把智慧的奧祕向你顯明,因為真的智慧有兩面。你當知道 神已忘記了你一部分的罪孽。
7Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?
7 神洞悉人的罪 神高深莫測之事你怎能查出呢?全能者的終極你怎能洞悉呢?
8Zij is als de hoogten der hemelen, wat kunt gij doen? Dieper dan de hel, wat kunt gij weten?
8他的智慧高於諸天,你能作甚麼呢?比陰間還深,你怎能識透?
9Langer dan de aarde is haar maat, en breder dan de zee.
9他的智慧比地長,比海寬。
10Indien Hij voorbijgaat, opdat Hij overlevere of vergadere, wie zal dan Hem afkeren?
10他若過來把人囚禁,召人受審,誰能阻止他呢?
11Want Hij kent de ijdele lieden en Hij ziet de ondeugd; zou Hij dan niet aanmerken?
11因為他認識虛謊的人,他看見欺詐,怎能不鑒察?
12Dan zal een verstandeloos man kloekzinnig worden; hoewel de mens als het veulen eens woudezels geboren is.
12虛妄的人悟出慧心,就像野驢生子為人。
13Indien gij uw hart bereid hebt, zo breid uw handen tot Hem uit.
13勸約伯悔改離罪你若心裡歸向他,又向他伸手禱告;
14Indien er ondeugd in uw hand is, doe die verre weg; en laat het onrecht in uw tenten niet wonen.
14你若遠遠地除掉你手裡的欺詐,不讓不義居在你的帳棚裡;
15Want dan zult gij uw aangezicht opheffen uit de gebreken, en zult vast wezen, en niet vrezen.
15那麼你必仰面,毫無愧色;你也必堅定穩妥,無所懼怕。
16Want gij zult de moeite vergeten, en harer gedenken als der wateren, die voorbijgegaan zijn.
16你必忘記你的苦楚,回憶好像逝去的流水,
17Ja, uw tijd zal klaarder dan de middag oprijzen; gij zult uitvliegen, als de morgenstond zult gij zijn.
17你們的人生必明亮如正午,雖然黑暗仍像早晨。
18En gij zult vertrouwen, omdat er verwachting zal zijn; en gij zult graven, gerustelijk zult gij slapen;
18因為有指望,你必安穩,你必四處巡查,安然睡覺。
19En gij zult nederliggen, en niemand zal u verschrikken; en velen zullen uw aangezicht smeken.
19你躺臥,不受驚嚇,必有很多人求你的情面。
20Maar de ogen der goddelozen zullen bezwijken, en de toevlucht zal van hen vergaan; en hun verwachting zal zijn de uitblazing der ziel.
20但惡人的眼目必昏花,逃亡之路也必斷絕,他們的指望就是最後的一口氣。”