1En de HEERE sprak tot Mozes, en tot Aaron, zeggende tot hen:
1潔淨與不潔淨之動物(申14:3~21)耶和華對摩西和亞倫說:
2Spreekt tot de kinderen Israels, zeggende: Dit is het gedierte, dat gij eten zult uit alle beesten, die op de aarde zijn.
2“你們要告訴以色列人:地上所有的走獸中,你們可以吃的動物,就是這些:
3Al wat onder de beesten de klauw verdeelt, en de kloof der klauwen in tweeen klieft, en herkauwt, dat zult gij eten.
3分蹄有趾而且反芻的走獸,你們都可以吃。
4Deze nochtans zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of de klauwen alleen verdelen: de kemel, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn;
4但你們不可吃下列反芻,或分蹄的走獸動物:駱駝,因為牠反芻卻不分蹄,你們應以為不潔淨。
5En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;
5石獾(本章動物名字多不能確定。“石獾”傳統翻譯作“沙番”或“山鼠”),因為牠反芻卻不分蹄,你們應以為不潔淨。
6En den haas, want hij herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; die zal u onrein zijn.
6兔子,因為牠反芻卻不分蹄,你們應以為不潔淨。
7Ook het zwijn, want dat verdeelt wel den klauw, en klieft de klove der klauwen in tweeen, maar herkauwt het gekauwde niet; dat zal u onrein zijn.
7豬,因為牠分蹄有趾卻不反芻,你們應以為不潔淨。
8Van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas niet aanroeren, zij zullen u onrein zijn.
8這些走獸的肉你們不可吃,牠們的屍體你們不可摸,你們應視為不潔淨。
9Dit zult gij eten van al wat in de wateren is: al wat in de wateren, in de zeeen en in de rivieren, vinnen en schubben heeft, dat zult gij eten;
9“水中所有的活物你們可以吃的,就是這些:凡是在水中,有翅有鱗的,不論是在海裡或是河裡的,你們都可以吃。
10Maar al wat in de zeeen en in de rivieren, van alle gewemel der wateren, en van alle levende ziel, die in de wateren is, geen vinnen of schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.
10在水中游動或生存在水中的活物,無論是在海裡或是河裡,若是沒有翅和鱗的,你們都要當作可憎之物。
11Ja, een verfoeisel zullen zij u zijn; van hun vlees zult gij niet eten, en hun dood aas zult gij verfoeien.
11牠們是你們憎惡之物;牠們的肉,你們不可吃;牠們的屍體,你們要憎惡。
12Al wat in de wateren geen vinnen en schubben heeft, dat zal u een verfoeisel zijn.
12所有在水裡沒有翅和鱗的活物,你們都要當作可憎之物。
13En van het gevogelte zult gij deze verfoeien, zij zullen niet gegeten worden, zij zullen een verfoeisel zijn: de arend, en de havik, en de zeearend,
13“在鳥類中,你們要憎惡,也不可吃這些雀鳥:兀鷹(雀鳥的名字中文翻譯還未統一,牠們的學名多不能確定)、鵰、鷲、
14En de gier, en de kraai, naar haar aard;
14鳶、獵鷹等隼類,
15Elke rave naar haar aard;
15所有烏鴉類,
16En de struis, en de nachtuil, en de koekoek, en de sperwer naar zijn aard;
16鴕鳥、貓頭鷹、海鷗、蒼鷺等鷹類。
17En de steenuil, en het duikertje, en de schuifuit,
17鴟鶚、鸕鶿、大鴟梟、
18En de kauw, en de roerdomp, en de pelikaan,
18白鷺、塘鵝、鴇、
19En de ooievaar, de reiger naar zijn aard, en de hop, en de vledermuis.
19鸛、紅鶴等鷺鷥類,戴勝和蝙蝠。
20Alle kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, zal u een verfoeisel zijn.
20“凡有翅膀、四足爬行的生物,你們都要當作可憎之物。
21Dit nochtans zult gij eten van al het kruipend gevogelte, dat op vier voeten gaat, hetwelk boven aan zijn voeten schenkelen heeft, om daarmede op de aarde te springen;
21但在所有有翅膀、四足爬行的生物中,如果有足有腿,能在地上蹦跳的,你們都可以吃。
22Van die zult gij deze eten: de sprinkhaan naar zijn aard, en de solham naar zijn aard, en den hargol naar zijn aard, en den hagab naar zijn aard.
22在昆蟲中,你們可以吃這些:蝗蟲類、螞蚱類、蟋蟀類和蚱蜢類。
23En alle kruipend gevogelte, dat vier voeten heeft, zal u een verfoeisel zijn.
23但是其他所有有翅膀四足的生物,你們都要當作可憎之物。
24En aan deze zult gij verontreinigd worden; zo wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
24“以下事物,會使你們成為不潔:觸摸動物屍體的,就不潔淨到晚上。
25Zo wie van hun dood aas gedragen zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.
25拾起牠們的屍體的,就要洗淨自己的衣服,並且不潔淨到晚上。
26Alle beest, dat den klauw verdeelt, doch de klove niet in tweeen klieft, en niet herkauwt, zal u onrein zijn; zo wie hetzelve aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn.
26所有分蹄卻無趾的、不反芻的走獸,你們應以為不潔淨,觸摸牠們的,就不潔淨。
27En al wat op zijn poten gaat onder alle gedierte, op vier voeten gaande, die zullen u onrein zijn; al wie hun dood aas aangeroerd zal hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
27所有用四足行走的動物中,用腳掌行走的,你們應以為不潔淨,觸摸牠們屍體的,都不潔淨到晚上。
28Ook die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; zij zullen u onrein zijn.
28拾起牠們屍體的,就要洗淨自己的衣服,並且不潔淨到晚上。以上這些你們應以為不潔淨。
29Verder zal u dit onder het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, onrein zijn: het wezeltje, en de muis, en de schildpad, naar haar aard;
29“在地上爬行的生物中,你們應以為不潔淨的是這些:鼬鼠、鼫鼠、蜥蜴這一類,
30En de zwijnegel, en de krokodil, en de hagedis, en de slak, en de mol;
30以及壁虎、龍子、守宮、蛇醫、變色龍。
31Die zullen u onrein zijn onder alle kruipend gedierte; zo wie die zal aangeroerd hebben, als zij dood zijn, zal onrein zijn tot aan den avond.
31在所有爬行的生物中,你們應以這些為不潔淨;牠們死了以後,觸摸牠們的,都不潔淨到晚上。
32Daartoe al hetgeen, waarop iets van dezelve vallen zal, als zij dood zijn, zal onrein zijn, hetzij van alle houten vat, of kleed, of vel, of zak, of alle vat, waarmede werk gedaan wordt; het zal in het water gestoken worden, en onrein zijn tot aan den avond; daarna zal het rein zijn.
32牠們當中死了的,掉在甚麼東西上,無論是木器或是衣服,皮子或是布袋等任何器具,都成為不潔淨,要放在水中。但仍不潔淨到晚上,以後就真潔淨了。
33En alle aarden vat, waarin iets van dezelve zal gevallen zijn, al wat daarin is, zal onrein zijn, en gij zult dat breken.
33牠們當中死了的,掉在甚麼瓦器裡,其中不論是甚麼,都成為不潔淨,你們要把瓦器打碎。
34Van alle spijze, die men eet, waarop het water zal gekomen zijn, die zal onrein zijn; en alle drank, die men drinkt, zal in alle vat onrein zijn.
34瓦器的水若是滴在任何食物上,食物就成了不潔淨,若是滴在裝了飲料的器皿裡,飲料也成為不潔淨。
35En waarop iets van hun dood aas zal vallen, zal onrein zijn; de oven en de aarden pan zal verbroken worden; zij zijn onrein, daarom zullen zij u onrein zijn.
35牠們屍體的任何部分掉在甚麼東西上,那東西就不潔淨,無論是爐或是鍋,都成為不潔淨,應該打碎;你們應以這些為不潔淨。
36Doch een fontein, of put van vergadering der wateren, zal rein zijn; maar wie hun dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn.
36但是水源和儲水池仍算是潔淨的。只有觸摸水中屍體的,才是不潔淨。
37En wanneer van hun dood aas zal gevallen zijn op enig zaaibaar zaad, dat gezaaid wordt, dat zal rein zijn.
37牠們屍體的一部分掉在要播種的種子上,種子還是潔淨的;
38Maar als water op het zaad gedaan zal worden, en van hun dood aas daarop zal gevallen zijn, dat zal u onrein zijn.
38但是,如果種子已經澆了水,牠們屍體的一部分才掉在種子上面,你們應以這種子為不潔淨。
39En wanneer van de dieren, die u tot spijze zijn, iets zal gestorven zijn, wie deszelfs dood aas zal aangeroerd hebben, zal onrein zijn tot aan den avond.
39“一隻你們可以吃的走獸死了,誰摸了牠的屍體,就不潔淨到晚上;
40Ook die van hun dood aas gegeten zal hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond; en die hun dood aas zal gedragen hebben, zal zijn klederen wassen, en onrein zijn tot aan den avond.
40誰吃了牠的屍體,就要洗淨自己的衣服,並且不潔淨到晚上;誰拾起這屍體,也要洗淨自己的衣服,並且不潔淨到晚上。
41Voorts alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, zal een verfoeisel zijn; het zal niet gegeten worden.
41“所有在地上爬行的動物,都是可憎之物,都不可吃。
42Al wat op zijn buik gaat, en al wat gaat op zijn vier voeten, of al wat vele voeten heeft, onder alle kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt, die zult gij niet eten, want zij zijn een verfoeisel.
42凡是用肚子,或用四足或是多足在地上爬行的動物,你們都不可吃,因為牠們是可憎之物。
43Maakt uw zielen niet verfoeilijk aan enig kruipend gedierte, dat kruipt; en verontreinigt u niet daaraan, dat gij daaraan verontreinigd zoudt worden.
43你們不可因任何爬行的動物使自己成為可憎的,也不可因牠們玷污自己,以致不潔淨。
44Want Ik ben de HEERE, uw God; daarom zult gij u heiligen, en heilig zijn, dewijl Ik heilig ben; en gij zult uw ziel niet verontreinigen aan enig kruipend gedierte, dat zich op de aarde roert.
44因為我是耶和華你們的 神,所以你們要使自己成為聖潔。你們要分別為聖,因為我是聖潔的。你們不可因在地上爬行的任何動物玷污自己,
45Want Ik ben de HEERE, Die u uit Egypteland doe optrekken, opdat Ik u tot een God zij, en opdat gij heilig zijt, dewijl Ik heilig ben.
45因為我是耶和華,曾把你們從埃及地領上來,為要作你們的 神;你們要分別為聖,因為我是聖潔的。”
46Dit is de wet van de beesten, en van het gevogelte, en van alle levende ziel, die zich roert in de wateren, en van alle ziel, die kruipt op de aarde;
46以上就是有關走獸、飛禽、所有在水中游行的動物,和所有在地上爬行的動物的律例,
47Om te onderscheiden tussen het onreine en tussen het reine, en tussen het gedierte, dat men eten, en tussen het gedierte, dat men niet eten zal.
47為要把不潔淨的和潔淨的,可吃的生物和不可吃的生物,分別出來。