1Gij zult ulieden geen afgoden maken; noch gesneden beeld, noch opgericht beeld zult gij u stellen, noch gebeelden steen in uw land zetten, om u daarvoor te buigen; want Ik ben de HEERE, uw God!
1遵行誡命蒙福(申7:12~24,28:1~14)“你們不可為自己做偶像,不可為自己立雕像或神柱,也不可在你們的境內安置石像,向它跪拜;因為我是耶和華你們的 神。
2Mijn sabbatten zult gij houden, en Mijn heiligdommen zult gij vrezen; Ik ben de HEERE!
2你們要遵守我的安息日;敬畏我的聖所;我是耶和華。
3Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden, en die doen zult;
3你們遵行我的律例,謹守我的誡命,遵照奉行,
4Zo zal Ik uw regens geven op hun tijd; en het land zal zijn inkomst geven, en het geboomte des velds zal zijn vrucht geven;
4我就按時給你們降下雨露,使地生出土產,田野的樹木也結果實。
5En de dorstijd zal u reiken tot den wijnoogst, en de wijnoogst zal reiken tot den zaaitijd; en gij zult uw brood eten tot verzadiging toe, en gij zult zeker in uw land wonen.
5你們打禾,必打到摘葡萄的時候,摘葡萄必摘到撒種的時候;你們吃食物,吃得飽足,在你們的境內安然居住。
6Ook zal Ik vrede geven in het land, dat gij zult te slapen liggen, en niemand zij, die verschrikke; en Ik zal het boos gedierte uit het land doen ophouden, en het zwaard zal door uw land niet doorgaan.
6我必使你們境內太平;你們睡覺,沒有人驚嚇你們;我使惡獸在境內絕跡;刀劍也不經過你們的地。
7En gij zult uw vijanden vervolgen; en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
7你們必追趕仇敵,他們必在你們面前倒在刀下。
8Vijf uit u zullen honderd vervolgen, en honderd uit u zullen tien duizend vervolgen; en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.
8你們五個人必追趕一百人,一百人必追趕一萬人;你們的仇敵必在你們面前倒在刀下。
9En Ik zal Mij tot u wenden, en zal u vruchtbaar maken, en u vermenigvuldigen; en Mijn verbond zal Ik met u bevestigen.
9我眷顧你們,使你們繁殖增多,也必堅立我與你們所立的約。
10En gij zult het oude, dat verouderd is, eten; en het oude zult gij vanwege het nieuwe uitbrengen.
10你們吃久藏的舊糧,要挪出舊糧,騰空給新糧。
11En Ik zal Mijn tabernakel in het midden van u zetten; en Mijn ziel zal van u niet walgen.
11我必在你們中間安置我的居所,我的心也不厭棄你們。
12En Ik zal in het midden van u wandelen, en zal u tot een God zijn, en gij zult Mij tot een volk zijn.
12我要在你們中間行走;我要作你們的 神,你們要作我的子民。
13Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land der Egyptenaren uitgevoerd heb, opdat gij hun slaven niet zoudt zijn; en Ik heb de disselbomen van uw juk verbroken, en heb u doen rechtop staan.
13我是耶和華你們的 神,曾經把你們從埃及地領出來,使你們不再作他們的奴僕;我折斷了你們所負的軛,使你們挺身昂首地行走。
14Maar indien gij Mij niet zult horen, en al deze geboden niet zult doen;
14違背誡命遭禍(申28:15~68)“但如果你們不聽從我,不遵行這一切誡命;
15En zo gij Mijn inzettingen zult smadelijk verwerpen, en zo uw ziel van Mijn rechten zal walgen, dat gij niet doet al Mijn geboden, om Mijn verbond te vernietigen;
15如果你們棄絕我的律例,你們的心厭棄我的典章,不遵行我的一切誡命,違背我的約,
16Dit zal Ik u ook doen, dat Ik over u stellen zal verschrikking, tering en koorts, die de ogen verteren en de ziel pijnigen; gij zult ook uw zaad te vergeefs zaaien, en uw vijanden zullen dat opeten.
16我就要這樣待你們:我必命驚慌臨到你們,癆病熱病使你們眼目昏花,心靈憔悴;你們必徒然撒種,因為你們的仇敵必吃盡你們的出產。
17Daartoe zal Ik Mijn aangezicht tegen ulieden zetten, dat gij geslagen zult worden voor het aangezicht uwer vijanden; en uw haters zullen over u heerschappij hebben, en gij zult vlieden, als u iemand vervolgt.
17我向你們變臉,你們就敗在仇敵面前;恨惡你們的要管轄你們;雖然沒有人追趕,你們仍然逃跑。
18En zo gij Mij tot deze dingen toe nog niet horen zult, Ik zal nog daar toe doen, om u zevenvoudig over uw zonden te tuchtigen.
18經過這些以後,如果你們還不聽從我,我就要因你們的罪加重七倍管教你們。
19Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.
19我必粉碎你們誇耀的力量;我要使你們的天像鐵,你們的地像銅;
20En uw macht zal ijdelijk verdaan worden; en uw land zal zijn inkomsten niet geven, en het geboomte des lands zal zijn vrucht niet geven.
20你們的氣力徒然用盡;你們的地不出產,境內的樹也不結果實。
21En zo gij met Mij in tegenheid wandelen zult, en Mij niet zult willen horen, zo zal Ik over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen.
21“如果你們行事為人與我的心意相違,不肯聽從我,我就要按著你們的罪,使災禍加重七倍地臨到你們。
22Want Ik zal onder u zenden het gedierte des velds, hetwelk u beroven, en uw vee uitroeien, en u verminderen zal; en uw wegen zullen woest worden.
22打發野地的走獸到你們中間,奪去你們的兒女,殘害你們的牲畜,減少你們的人口,使你們的道路荒涼。
23Indien gij nog door deze dingen Mij niet getuchtigd zult zijn, maar met Mij in tegenheid wandelen;
23“但如果你們經過這些事仍然不歸向我,行事仍與我的心意相違,
24Zo zal Ik ook met u in tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden slaan.
24我也要與你們作對,按著你們的罪,再加重七倍擊打你們;
25Want Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak des verbonds wreken zal, zodat gij in uw steden vergaderd zult worden; dan zal Ik de pest in het midden van u zenden, en gij zult in de hand des vijands overgegeven worden.
25使刀劍臨到你們,報復背約的仇;聚集你們到城裡,好使我打發瘟疫在你們中間,把你們交在仇敵的手裡。
26Als Ik u den staf des broods zal gebroken hebben, dan zullen tien vrouwen uw brood in een oven bakken, en zullen uw brood bij het gewicht wedergeven; en gij zult eten, maar niet verzadigd worden.
26我斷絕你們的糧食來源以後,十個女人要共用一個爐子給你們烤餅,她們配給定量的餅給你們;你們要吃,卻吃不飽。
27Als gij ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid;
27“如果你們經過這事,還是不聽從我,行事仍與我的心意相違,
28Zo zal Ik ook met u in heetgrimmige tegenheid wandelen, en Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen.
28我就必發烈怒,與你們作對;我要按著你們的罪,再加重七倍管教你們。
29Want gij zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochteren zult gij eten.
29你們要吃自己兒子的肉,女兒的肉也要吃。
30En Ik zal uw hoogten verderven, en uw zonnebeelden uitroeien, en zal uw dode lichamen op de dode lichamen uwer drekgoden werpen; en Mijn ziel zal aan u walgen.
30我必毀壞你們的邱壇,砍倒你們的香壇,把你們的屍體扔在你們仆倒的偶像上面;我的心必厭棄你們。
31En Ik zal uw steden een woestijn maken, en uw heiligdommen verwoesten; en Ik zal uw liefelijken reuk niet rieken.
31我必使你們的城市變為荒場,使你們的聖所荒涼;我也不聞你們馨香的祭。
32Ja, Ik zal dat land verwoesten; dat uw vijanden, die daarin zullen wonen, zich daarover ontzetten zullen.
32我要使地荒涼,連住在那裡的仇敵也驚奇。
33Daartoe zal Ik u onder de heidenen verstrooien; en een zwaard achter u uittrekken; en uw land zal woest, en uw steden zullen een woestijn zijn.
33我要把你們分散在萬國中,我又拔出刀來追趕你們;你們的地成為荒涼,你們的城市變成荒場。
34Dan zal het land aan zijn sabbatten een welgevallen hebben, al de dagen der verwoesting, en gij zult in het land uwer vijanden zijn; dan zal het land rusten, en aan zijn sabbatten een welgevallen hebben.
34“當那地荒涼,你們又住在仇敵之地的時候,地就享受安息;那地要休歇,享受安息。
35Al de dagen der verwoesting zal het rusten, overmits het niet rustte in uw sabbatten, als gij daarin woondet.
35因為你們居住在那裡的時候,地不能在你們的安息年中享受安息,唯有在荒涼的日子,才可享安息。
36En aangaande de overgeblevenen onder u, Ik zal in hun hart een wekigheid in de landen hunner vijanden laten komen; zodat het geruis van een gedreven blad hen jagen zal, en zij zullen vlieden, gelijk men vliedt voor een zwaard, en zullen vallen, waar niemand is, die jaagt.
36至於你們剩下的人,我必使他們在仇敵之地膽戰心驚;風吹落葉也會嚇跑他們;他們必逃跑,好像逃避刀劍一樣;雖然無人追趕,他們卻跌倒。
37En zij zullen de een op den ander als voor het zwaard vallen, waar niemand is, die jaagt; en gij zult voor het aangezicht uwer vijanden niet kunnen bestaan.
37雖然無人追趕,他們卻像面臨刀劍,彼此撞跌;你們在仇敵面前,不能站立得住。
38Maar gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren.
38你們要在萬國中滅亡;仇敵之地必吞滅你們。
39En de overgeblevenen onder u zullen om hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden uitteren; ja, ook om de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen uitteren.
39你們剩下的人,必因自己的罪孽在仇敵之地消滅,也因犯了祖先的罪孽日漸衰弱。
40Dan zullen zij hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen met hun overtredingen, waarmede zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij met Mij in tegenheid gewandeld hebben.
40承認罪孽始蒙垂顧“那時他們就會承認自己的罪孽和他們祖先的罪孽,就是他們對我不忠的過犯,又承認因為行事與我的心意相違,
41Dat Ik ook met hen in tegenheid gewandeld, en hen in het land hunner vijanden gebracht zal hebben. Zo dan hun onbesneden hart gebogen wordt, en zij dan aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen hebben;
41以致我也與他們作對,把他們帶到他們的仇敵之地。如果他們未受割禮的心這樣謙卑下來,情願接受他們罪孽的刑罰,
42Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken, en aan het land zal Ik gedenken;
42我就記念我與雅各所立的約,記念我與以撒所立的約,與亞伯拉罕所立的約;我也記念這地。
43Als het land om hunnentwil zal verlaten zijn geweest, en aan zijn sabbatten een welgevallen gehad hebben, wanneer het om hunnentwil verwoest was, en zij aan de straf hunner ongerechtigheid een welgevallen zullen gehad hebben; daarom, en omdat zij Mijn rechten hadden verworpen, en hun ziel van Mijn inzettingen gewalgd had.
43他們會離開這地,地在荒涼無人的時候,就可以享受安息,同時他們要接受他們罪孽的刑罰,因為他們棄絕了我的典章,他們的心厭棄了我的律例。
44En hierenboven is dit ook; als zij in het land hunner vijanden zullen zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om een einde van hen te maken, vernietigende Mijn verbond met hen; want Ik ben de HEERE, hun God!
44雖然這樣,他們住在仇敵之地的時候,我還是不棄絕他們,也不厭棄他們,不把他們滅絕,我不會違背我與他們所立的約;因為我是耶和華他們的 神。
45Maar Ik zal hun ten beste gedenken aan het verbond der voorouderen, die Ik uit Egypteland voor de ogen der heidenen uitgevoerd heb, opdat Ik hun tot een God ware; Ik ben de HEERE!
45因為他們的緣故,我要記念我與他們祖先所立的約;他們的祖先是我在列國眼前,從埃及地領出來的,為要作他們的 神;我是耶和華。”
46Dit zijn die inzettingen, en die rechten, en die wetten, welke de HEERE gegeven heeft, tussen Zich en tussen de kinderen Israels, op den berg Sinai, door de hand van Mozes.
46這些是耶和華在西奈山,藉著摩西頒布他和以色列人之間的律例、典章和法則。