1En Hij begon door gelijkenissen tot hen te zeggen: Een mens plantte een wijngaard, en zette een tuin daarom, en groef een wijnpersbak, en bouwde een toren, en verhuurde dien aan de landlieden, en reisde buitenslands.
1佃戶的比喻(太21:33~46;路20:9~19)耶穌又用比喻對他們說:“有一個人栽種了一個葡萄園,四面圍上籬笆,挖了一個壓酒池,蓋了一座瞭望臺,然後租給佃戶,就遠行去了。
2En als het de tijd was, zond hij een dienstknecht tot de landlieden, opdat hij van de landlieden ontving van de vrucht des wijngaards.
2到了時候,園主派了一個僕人到佃戶那裡,向佃戶收取葡萄園一部分的果子。
3Maar zij namen en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.
3佃戶抓住他,打了他,放他空手回去。
4En hij zond wederom een anderen dienstknecht tot hen, en dien stenigden zij, en wondden hem het hoofd, en zonden hem henen, schandelijk behandeld zijnde.
4園主再派另外一個僕人到他們那裡,他們打傷了他的頭,並且侮辱他。
5En wederom zond hij een anderen, en dien doodden zij; en vele anderen, waarvan zij sommigen sloegen, en sommigen doodden.
5園主又派另一個去,他們就把他殺了。後來又派去許多僕人,有的給他們打了,有的給他們殺了。
6Als hij dan nog een zoon had, die hem lief was, zo heeft hij ook dien ten laatste tot hen gezonden, zeggende: Zij zullen immers mijn zoon ontzien.
6還有一個,就是園主的愛子,最後園主派他到那裡去,說:‘他們必尊敬我的兒子。’
7Maar die landlieden zeiden onder elkander: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal onze zijn.
7那些佃戶卻彼此說:‘這是繼承產業的;來,我們殺了他,產業就是我們的了。’
8En zij namen en doodden hem, en wierpen hem uit, buiten den wijngaard.
8於是抓住他,把他殺了,扔在葡萄園外。
9Wat zal dan de heer des wijngaards doen? Hij zal komen, en de landlieden verderven, en den wijngaard aan anderen geven.
9這樣,葡萄園的主人要怎麼辦呢?他要來除掉那些佃戶,把葡萄園租給別人。
10Hebt gij ook deze Schrift niet gelezen: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks;
10你們沒有念過這段聖經嗎:‘建築工人所棄的石頭,成了房角的主要石頭;
11Van den Heere is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen.
11這是主所作的,在我們眼中看為希奇。’”
12En zij zochten Hem te vangen, maar zij vreesden de schare; want zij verstonden, dat Hij die gelijkenis op hen sprak; en zij verlieten Hem en gingen weg.
12他們知道他這比喻是針對他們說的,就想要捉拿他,但因為害怕群眾,只好離開他走了。
13En zij zonden tot Hem enigen der Farizeen en der Herodianen, opdat zij Hem in Zijn rede vangen zouden.
13以納稅的事問難耶穌(太22:15~22;路20:19~26)後來,他們派了幾個法利賽人和希律黨的人到耶穌那裡去,要找他的把柄來陷害他。
14Dezen nu kwamen en zeiden tot Hem: Meester, wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan, maar Gij leert den weg Gods in der waarheid; is het geoorloofd, den keizer schatting te geven, of niet? Zullen wij geven, of niet geven?
14他們來到了,就對他說:“老師,我們知道你為人誠實,不顧忌任何人,因為你不徇情面,只照著真理把 神的道教導人。請問納稅給凱撒可以不可以?我們該納不該納呢?”
15En Hij, wetende hun geveinsdheid, zeide tot hen: Wat verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, dat Ik hem zie.
15耶穌看出他們的假意,就對他們說:“你們為甚麼試探我呢?拿一個銀幣來給我,讓我看看。”
16En zij brachten een. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld, en het opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers.
16他們就拿來了。耶穌問他們:“這是誰的像,誰的名號?”他們回答他:“凱撒的。”
17En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.
17耶穌說:“凱撒的應當歸給凱撒, 神的應當歸給 神。”他們就對他十分驚奇。
18En de Sadduceen kwamen tot Hem, welke zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, zeggende:
18人復活後不娶不嫁(太22:23~33;路20:27~38)撒都該人向來認為沒有復活的事,他們來到耶穌那裡,問他:
19Meester! Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft, en een vrouw achterlaat, en geen kinderen nalaat, dat zijn broeder deszelfs vrouw nemen zal en zijn broeder zaad verwekken.
19“老師,摩西曾寫給我們說:‘如果一個人死了,留下妻子,沒有兒女,他的弟弟就應當娶他的妻子,為哥哥立後。’
20Er waren nu zeven broeders, en de eerste nam een vrouw, en stervende liet geen zaad na.
20從前有兄弟七人,頭一個娶了妻子,死了,沒有留下孩子;
21De tweede nam haar ook, en is gestorven, en ook deze liet geen zaad na; en de derde desgelijks.
21第二個娶了她,也沒有留下孩子,就死了;第三個也是這樣。
22En al de zeven namen dezelve, en lieten geen zaad na; de laatste van allen is ook de vrouw gestorven.
22那七個人都沒有留下孩子,最後那女人也死了。
23In de opstanding dan, wanneer zij zullen opgestaan zijn, wiens vrouw zal zij van dezen zijn? Want die zeven hebben haar tot een vrouw gehad.
23到了復活的時候,他們都要復活,她是哪一個的妻子呢?因為七個人都娶過她。”
24En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?
24耶穌對他們說:“你們錯了,不正是因為你們不明白聖經,也不曉得 神的能力嗎?
25Want als zij uit de doden zullen opgestaan zijn, zo trouwen zij niet, noch worden ten huwelijk gegeven; maar zij zijn gelijk engelen, die in de hemelen zijn.
25因為人從死裡復活以後,也不娶,也不嫁,而是像天上的天使一樣。
26Doch aangaande de doden, dat zij opgewekt zullen worden, hebt gij niet gelezen in het boek van Mozes, hoe God in het doornenbos tot hem gesproken heeft, zeggende: Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs?
26關於死人復活的事,摩西的經卷中荊棘篇上, 神怎樣對他說:‘我是亞伯拉罕的 神,以撒的 神,雅各的 神’,你們沒有念過嗎?
27God is niet een God der doden, maar een God der levenden. Gij dwaalt dan zeer.
27他不是死人的 神,而是活人的 神。你們是大錯特錯了!”
28En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van allen?
28最重要的誡命(太22:34~40;路10:25~28)有一個經學家,聽到他們的辯論,覺得耶穌回答得好,就來問他:“誡命中哪一條是第一重要的呢?”
29En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere.
29耶穌回答:“第一重要的是:‘以色列啊,你要聽!主我們的 神是獨一的主。
30En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod.
30你要全心、全性、全意、全力,愛主你的 神。’
31En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.
31其次是:‘要愛人如己。’再沒有別的誡命比這兩條更重要的了。”
32En de schriftgeleerde zeide tot Hem: Meester, Gij hebt wel in der waarheid gezegd, dat er een enig God is, en er is geen ander dan Hij;
32那經學家對耶穌說:“老師,是的,你說的很對, 神是獨一的,除了他以外再沒有別的 神。
33En Hem lief te hebben uit geheel het hart, en uit geheel het verstand, en uit geheel de ziel, en uit geheel de kracht; en den naaste lief te hebben als zichzelven, is meer dan al de brandofferen en de slachtofferen.
33我們要用全心、全意、全力去愛他,並且要愛人如己,這就比一切燔祭和各樣祭物好得多了。”
34En Jezus ziende, dat hij verstandelijk geantwoord had, zeide tot hem: Gij zijt niet verre van het Koninkrijk Gods. En niemand durfde Hem meer vragen.
34耶穌見他回答得有智慧,就對他說:“你距離 神的國不遠了。”從此再也沒有人敢問他了。
35En Jezus antwoordde en zeide, lerende in den tempel: Hoe zeggen de Schriftgeleerden, dat de Christus een Zoon van David is?
35大衛稱基督為主(太22:41~46;路20:41~44)耶穌在殿裡教訓人,說:“經學家怎麼說基督是大衛的子孫呢?
36Want David zelf heeft door den Heiligen Geest gezegd: De Heere heeft gezegd tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
36大衛自己被聖靈感動卻說:‘主對我的主說:你坐在我的右邊,等我把你的仇敵放在你的腳下(有些抄本作“等我使你的仇敵作你的腳凳”)。’
37David dan zelf noemt Hem zijn Heere, en hoe is Hij zijn Zoon? En de menigte der schare hoorde Hem gaarne.
37大衛自己既然稱他為主,他又怎麼會是大衛的子孫呢?”群眾都喜歡聽他。
38En Hij zeide tot hen in Zijn leer: Wacht u voor de schriftgeleerden, die daar gaarne willen wandelen in lange klederen, en gegroet zijn op de markten;
38耶穌叫人提防經學家(太23:1~7;路20:45~47)耶穌教導人的時候,說:“你們要提防經學家,他們喜歡穿長袍走來走去,喜歡人在市中心向他們問安,
39En de voorgestoelten hebben in de synagogen, en de vooraanzittingen in de maaltijden;
39又喜歡會堂裡的高位,筵席上的首座。
40Welke de huizen der weduwen opeten, en dat onder den schijn van lang te bidden. Dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.
40他們吞沒了寡婦的房產,又假裝作冗長的禱告。這些人必受更重的刑罰。”
41En Jezus, gezeten zijnde tegenover de schatkist, zag, hoe de schare geld wierp in de schatkist; en vele rijken wierpen veel daarin.
41窮寡婦的奉獻(路21:1~4)耶穌面對銀庫坐著,看著大家怎樣把錢投入庫中。許多有錢的人投入很多的錢。
42En er kwam een arme weduwe, die twee kleine penningen daarin wierp, hetwelk is een oort.
42後來,有一個窮寡婦來投入了兩個小錢,就是一個銅錢。
43En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben.
43耶穌把門徒叫過來,對他們說:“我實在告訴你們,這窮寡婦投入庫裡的,比眾人投的更多。
44Want zij allen hebben van hun overvloed daarin geworpen; maar deze heeft van haar gebrek, al wat zij had, daarin geworpen, haar ganse leeftocht.
44因為他們都是把自己剩餘的投入,這寡婦是自己不足,卻把她一切所有的,就是全部養生的,都投進去了。”