Dutch Staten Vertaling

聖經新譯本

Numbers

29

1Desgelijks in de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het zal u een dag des geklanks zijn.
1吹角日獻的祭(利23:23~25)“‘七月第一日,你們要有聖會;甚麼勞碌的工都不可作。這是你們吹角的日子。
2Dan zult gij een brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE bereiden: een jongen var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
2你們要把燔祭作馨香的祭獻給耶和華,就是一頭公牛犢、一隻公綿羊、七隻一歲沒有殘疾的公羊羔。
3En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd; drie tienden tot den var, twee tienden tot den ram.
3同獻的素祭,是用油調和的細麵,為每頭公牛要獻上三公斤;為每隻公綿羊要獻上兩公斤;
4En een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
4為那七隻公羊羔,每隻要獻一公斤;
5En een geitenbok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen;
5還要獻一隻公山羊作贖罪祭,為你們贖罪;
6Behalve het brandoffer der maand, en zijn spijsoffer, en het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen, naar hun wijze, ten liefelijken reuk, ten vuuroffer den HEERE.
6在月初的燔祭和同獻的素祭、常獻的燔祭和同獻的素祭,以及照例同獻的奠祭以外,還要獻上這些給耶和華作馨香的火祭。
7En op den tienden dezer zevende maand zult gij een heilige samenroeping hebben, en gij zult uw zielen verootmoedigen; geen werk zult gij doen;
7贖罪日獻的祭(利23:26~32)“‘在七月十日,你們要有聖會,刻苦己心,甚麼都不可作,
8Maar gij zult brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE offeren: een jongen var, een ram, zeven eenjarige lammeren; volkomen zullen zij u zijn;
8只要把燔祭作馨香的祭獻給耶和華,就是一頭公牛犢、一隻公綿羊、七隻一歲沒有殘疾的公羊羔。
9En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemend: drie tienden tot den var, twee tienden tot den enen ram;
9同獻的素祭,是用油調和的細麵,為每頭公牛要獻三公斤;為每隻公綿羊要獻兩公斤。
10Tot elk een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
10為那七隻公羊羔,每隻要獻一公斤;
11Een geitenbok ten zondoffer, behalve het zondoffer der verzoeningen, en het gedurig brandoffer; en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
11在為贖罪的贖罪祭、常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻一隻公山羊作贖罪祭。
12Insgelijks op den vijftienden dag dezer zevende maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; maar zeven dagen zult gij den HEERE een feest vieren.
12住棚節獻的祭(利23:33~44)“‘七月十五日,你們要有聖會;甚麼勞碌的工都不可作,要向耶和華守節七天;
13En gij zult een brandoffer ten vuuroffer offeren, ten liefelijken reuk den HEERE: dertien jonge varren, twee rammen, veertien eenjarige lammeren; zij zullen volkomen zijn;
13你們要給耶和華獻燔祭,作馨香的火祭,就是十三頭公牛犢、兩隻公綿羊、十四隻一歲沒有殘疾的公羊羔。
14En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tienden tot een var, tot die dertien varren toe; twee tienden tot een ram, onder die twee rammen;
14同獻的素祭,是用油調和的細麵,為那十三頭公牛,每隻要獻三公斤;為那兩隻公綿羊,每隻要獻兩公斤;
15En tot elke een tiende tot een lam, tot die veertien lammeren toe;
15為那十四隻公羊羔,每隻要獻一公斤;
16En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
16在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻一隻公山羊作贖罪祭。
17Daarna op den tweeden dag: twaalf jonge varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
17“‘第二日,要獻公牛犢十二頭、公綿羊兩隻、一歲沒有殘疾的公羊羔十四隻,
18En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
18並且為公牛、公綿羊和公羊羔,按著數目,照著規例,獻上同獻的素祭和同獻的奠祭。
19En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
19在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻一隻公山羊作贖罪祭。
20En op den dertienden dag: elf varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
20“‘第三日,要獻公牛十一頭、公綿羊兩隻、一歲沒有殘疾的公羊羔十四隻;
21En hun spijsofferen, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
21並且為公牛、公綿羊和公羊羔,按著數目,照著規例,獻上同獻的素祭和同獻的奠祭;
22En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
22在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻一隻公山羊作贖罪祭。
23Verder op den vierden dag: tien varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
23“‘第四日,要獻公牛十頭、公綿羊兩隻、一歲沒有殘疾的公羊羔十四隻;
24Hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
24並且為公牛、公綿羊和公羊羔,按著數目,照著規例,獻上同獻的素祭和同獻的奠祭;
25En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
25在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻一隻公山羊作贖罪祭。
26En op den vijfden dag: negen varren, twee rammen, en veertien volkomen eenjarige lammeren;
26“‘第五日,要獻公牛九頭、公綿羊兩隻、一歲沒有殘疾的公羊羔十四隻;
27En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
27並且為公牛、公綿羊和公羊羔,按著數目,照著規例,獻上同獻的素祭和同獻的奠祭;
28En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
28在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻上一隻公山羊作贖罪祭。
29Daarna op den zesden dag: acht varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
29“‘第六日,要獻公牛八頭、公綿羊兩隻、一歲沒有殘疾的公羊羔十四隻;
30En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
30並且為公牛、公綿羊和公羊羔,按著數目,照著規例,獻上同獻的素祭和同獻的奠祭;
31En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankofferen.
31在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻上一隻公山羊作贖罪祭。
32En op den zevenden dag: zeven varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
32“‘第七日,要獻公牛七頭、公綿羊兩隻、一歲沒有殘疾的公羊羔十四隻;
33En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar hun wijze;
33並且為公牛、公綿羊和公羊羔,按著數目,照著規例,獻上同獻的素祭和同獻的奠祭;
34En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
34在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻上一隻公山羊作贖罪祭。
35Op den achtsten dag zult gij een verbodsdag hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
35“‘第八日,你們要有盛會;甚麼勞碌的工都不可作,
36En gij zult een brandoffer ten vuuroffer offeren, ten liefelijken reuk den HEERE; een var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
36只要給耶和華獻燔祭,作馨香的火祭,就是公牛一頭、公綿羊一隻、一歲沒有殘疾的公羊羔七隻;
37Hun spijsoffer, en hun drankofferen tot den var, tot den ram, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
37並且為公牛、公綿羊和公羊羔,按著數目,照著規例,獻上同獻的素祭和同獻的奠祭;
38En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
38在常獻的燔祭和同獻的素祭,以及同獻的奠祭以外,還要獻一隻公山羊作贖罪祭。
39Deze dingen zult gij den HEERE doen op uw gezette hoogtijden; behalve uw geloften, en uw vrijwillige offeren, met uw brandofferen, en met uw spijsofferen, en met uw drankofferen, en met uw dankofferen.
39“‘在那些為還願或是甘心所獻,作你們的燔祭、素祭、奠祭,或是平安祭的以外,這些是在你們規定的時期內,要獻給耶和華的祭物。’”
40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.
40於是,摩西照著耶和華吩咐他的一切話,對以色列人說了。(本節在《馬索拉抄本》為30:1)