1Desgelijks in de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; het zal u een dag des geklanks zijn.
1吹角日献的祭(利23:23-25)
2Dan zult gij een brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE bereiden: een jongen var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
2你们要把燔祭作馨香的祭献给耶和华,就是一头公牛犊、一只公绵羊、七只一岁没有残疾的公羊羔。
3En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd; drie tienden tot den var, twee tienden tot den ram.
3同献的素祭,是用油调和的细面,为每头公牛要献上三公斤;为每只公绵羊要献上两公斤;
4En een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
4为那七只公羊羔,每只要献一公斤;
5En een geitenbok ten zondoffer, om over ulieden verzoening te doen;
5还要献一只公山羊作赎罪祭,为你们赎罪;
6Behalve het brandoffer der maand, en zijn spijsoffer, en het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen, naar hun wijze, ten liefelijken reuk, ten vuuroffer den HEERE.
6在月初的燔祭和同献的素祭、常献的燔祭和同献的素祭,以及照例同献的奠祭以外,还要献上这些给耶和华作馨香的火祭。
7En op den tienden dezer zevende maand zult gij een heilige samenroeping hebben, en gij zult uw zielen verootmoedigen; geen werk zult gij doen;
7赎罪日献的祭(利23:26-32)“‘在七月十日,你们要有圣会,刻苦己心,什么都不可作,
8Maar gij zult brandoffer, ten liefelijken reuk, den HEERE offeren: een jongen var, een ram, zeven eenjarige lammeren; volkomen zullen zij u zijn;
8只要把燔祭作馨香的祭献给耶和华,就是一头公牛犊、一只公绵羊、七只一岁没有残疾的公羊羔。
9En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemend: drie tienden tot den var, twee tienden tot den enen ram;
9同献的素祭,是用油调和的细面,为每头公牛要献三公斤;为每只公绵羊要献两公斤。
10Tot elk een tiende tot een lam, tot die zeven lammeren toe;
10为那七只公羊羔,每只要献一公斤;
11Een geitenbok ten zondoffer, behalve het zondoffer der verzoeningen, en het gedurig brandoffer; en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
11在为赎罪的赎罪祭、常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献一只公山羊作赎罪祭。
12Insgelijks op den vijftienden dag dezer zevende maand, zult gij een heilige samenroeping hebben; geen dienstwerk zult gij doen; maar zeven dagen zult gij den HEERE een feest vieren.
12住棚节献的祭(利23:33-44)“‘七月十五日,你们要有圣会;什么劳碌的工都不可作,要向耶和华守节七天;
13En gij zult een brandoffer ten vuuroffer offeren, ten liefelijken reuk den HEERE: dertien jonge varren, twee rammen, veertien eenjarige lammeren; zij zullen volkomen zijn;
13你们要给耶和华献燔祭,作馨香的火祭,就是十三头公牛犊、两只公绵羊、十四只一岁没有残疾的公羊羔。
14En hun spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd: drie tienden tot een var, tot die dertien varren toe; twee tienden tot een ram, onder die twee rammen;
14同献的素祭,是用油调和的细面,为那十三头公牛,每只要献三公斤;为那两只公绵羊,每只要献两公斤;
15En tot elke een tiende tot een lam, tot die veertien lammeren toe;
15为那十四只公羊羔,每只要献一公斤;
16En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
16在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献一只公山羊作赎罪祭。
17Daarna op den tweeden dag: twaalf jonge varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
17“‘第二日,要献公牛犊十二头、公绵羊两只、一岁没有残疾的公羊羔十四只,
18En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
18并且为公牛、公绵羊和公羊羔,按着数目,照着规例,献上同献的素祭和同献的奠祭。
19En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, met hun drankofferen.
19在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献一只公山羊作赎罪祭。
20En op den dertienden dag: elf varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
20“‘第三日,要献公牛十一头、公绵羊两只、一岁没有残疾的公羊羔十四只;
21En hun spijsofferen, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
21并且为公牛、公绵羊和公羊羔,按着数目,照着规例,献上同献的素祭和同献的奠祭;
22En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
22在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献一只公山羊作赎罪祭。
23Verder op den vierden dag: tien varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
23“‘第四日,要献公牛十头、公绵羊两只、一岁没有残疾的公羊羔十四只;
24Hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
24并且为公牛、公绵羊和公羊羔,按着数目,照着规例,献上同献的素祭和同献的奠祭;
25En een geitenbok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
25在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献一只公山羊作赎罪祭。
26En op den vijfden dag: negen varren, twee rammen, en veertien volkomen eenjarige lammeren;
26“‘第五日,要献公牛九头、公绵羊两只、一岁没有残疾的公羊羔十四只;
27En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
27并且为公牛、公绵羊和公羊羔,按着数目,照着规例,献上同献的素祭和同献的奠祭;
28En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
28在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献上一只公山羊作赎罪祭。
29Daarna op den zesden dag: acht varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
29“‘第六日,要献公牛八头、公绵羊两只、一岁没有残疾的公羊羔十四只;
30En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
30并且为公牛、公绵羊和公羊羔,按着数目,照着规例,献上同献的素祭和同献的奠祭;
31En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankofferen.
31在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献上一只公山羊作赎罪祭。
32En op den zevenden dag: zeven varren, twee rammen, veertien volkomen eenjarige lammeren;
32“‘第七日,要献公牛七头、公绵羊两只、一岁没有残疾的公羊羔十四只;
33En hun spijsoffer, en hun drankofferen tot de varren, tot de rammen, en tot de lammeren, in hun getal, naar hun wijze;
33并且为公牛、公绵羊和公羊羔,按着数目,照着规例,献上同献的素祭和同献的奠祭;
34En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
34在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献上一只公山羊作赎罪祭。
35Op den achtsten dag zult gij een verbodsdag hebben; geen dienstwerk zult gij doen.
35“‘第八日,你们要有盛会;什么劳碌的工都不可作,
36En gij zult een brandoffer ten vuuroffer offeren, ten liefelijken reuk den HEERE; een var, een ram, zeven volkomen eenjarige lammeren;
36只要给耶和华献燔祭,作馨香的火祭,就是公牛一头、公绵羊一只、一岁没有残疾的公羊羔七只;
37Hun spijsoffer, en hun drankofferen tot den var, tot den ram, en tot de lammeren, in hun getal, naar de wijze;
37并且为公牛、公绵羊和公羊羔,按着数目,照着规例,献上同献的素祭和同献的奠祭;
38En een bok ten zondoffer; behalve het gedurig brandoffer, en zijn spijsoffer, en zijn drankoffer.
38在常献的燔祭和同献的素祭,以及同献的奠祭以外,还要献一只公山羊作赎罪祭。
39Deze dingen zult gij den HEERE doen op uw gezette hoogtijden; behalve uw geloften, en uw vrijwillige offeren, met uw brandofferen, en met uw spijsofferen, en met uw drankofferen, en met uw dankofferen.
39“‘在那些为还愿或是甘心所献,作你们的燔祭、素祭、奠祭,或是平安祭的以外,这些是在你们规定的时期内,要献给耶和华的祭物。’”
40En Mozes sprak tot de kinderen Israels naar al wat de HEERE Mozes geboden had.
40于是,摩西照着耶和华吩咐他的一切话,对以色列人说了。(本节在《马索拉抄本》为30:1)