1Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.
1Keturunan Raja Daud seperti pohon yang sudah ditebang. Tetapi sebagaimana dari tunggul tumbuh tunas baru, demikian pula dari keturunan Daud akan muncul seorang raja.
2En op Hem zal de Geest des HEEREN rusten, de Geest der wijsheid en des verstands, de Geest des raads en der sterkte, de Geest der kennis en der vreze des HEEREN.
2Kuasa TUHAN akan membimbing dia, menjadikan dia berbudi dan bijaksana, cakap mengambil keputusan dan melaksanakannya; mengenal kehendak Allah dan takwa kepada-Nya.
3En Zijn rieken zal zijn in de vreze des HEEREN; en Hij zal naar het gezicht Zijner ogen niet richten; Hij zal ook naar het gehoor Zijner oren niet bestraffen.
3Kesukaannya yaitu taat kepada TUHAN. Ia tidak mengadili sekilas pandang atau berdasarkan kata orang.
4Maar Hij zal de armen met gerechtigheid richten, en de zachtmoedigen des lands met rechtmatigheid bestraffen; doch Hij zal de aarde slaan met de roede Zijns monds, en met den adem Zijner lippen zal Hij den goddeloze doden.
4Orang miskin dihakiminya dengan adil, orang tak berdaya dibelanya dengan jujur; orang bersalah dihukum atas perintahnya, orang jahat ditumpasnya.
5Want gerechtigheid zal de gordel Zijner lendenen zijn; ook zal de waarheid de gordel Zijner lendenen zijn.
5Ia bertindak dengan adil dan setia dalam segala-galanya.
6En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf, en de jonge leeuw, en het mestvee te zamen, en een klein jongske zal ze drijven.
6Serigala akan tinggal bersama domba, macan tutul berbaring di samping kambing. Anak sapi akan merumput bersama anak singa, dan anak kecil menggiring mereka.
7De koe en de berin zullen te zamen weiden, haar jongen zullen te zamen nederliggen, en de leeuw zal stro eten, gelijk de os.
7Sapi akan makan rumput bersama beruang, anak-anaknya berbaring bersama-sama. Singa makan jerami seperti sapi.
8En een zoogkind zal zich vermaken over het hol van een adder; en een gespeend kind zal zijn hand uitsteken in de kuil van den basilisk.
8Bahkan seorang bayi takkan cedera bila bermain dekat ular berbisa.
9Men zal nergens leed doen noch verderven op den gansen berg Mijner heiligheid; want de aarde zal vol van kennis des HEEREN zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.
9Di Sion, Bukit Suci Allah, tak ada yang jahat atau merusak. Negeri akan penuh pengetahuan tentang Allah, seperti air memenuhi lautan.
10Want het zal geschieden ten zelven dage, dat de heidenen naar den Wortel van Isai, Die staan zal tot een banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn.
10Saatnya akan tiba seorang raja keturunan Daud menjadi pusat perhatian bangsa-bangsa. Mereka akan datang kepadanya, dan tempat kediamannya akan disanjung-sanjung.
11Want het zal geschieden te dien dage, dat de Heere ten anderen male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel Zijns volks, hetwelk overgebleven zal zijn van Assyrie, en van Egypte, en van Pathros, en van Morenland, en van Elam, en van Sinear, en van Hamath, en van de eilanden der zee.
11Pada hari itu TUHAN akan sekali lagi memakai kekuasaan-Nya dan membawa pulang umat-Nya yang tersisa di Asyur dan Mesir, di negeri-negeri Patros, Sudan dan Elam, di Babel, Hamat dan pulau-pulau yang jauh.
12En Hij zal een banier oprichten onder de heidenen, en Hij zal de verdrevenen van Israel verzamelen, en de verstrooiden uit Juda vergaderen, van de vier einden des aardrijks.
12TUHAN akan menaikkan sebuah panji-panji untuk bangsa-bangsa. Itulah tandanya Ia mengumpulkan kembali bangsa Israel dan Yehuda yang terserak di segala penjuru bumi dan membawa mereka pulang.
13En de nijd van Efraim zal wegwijken, en de tegenpartijders van Juda zullen uitgeroeid worden; Efraim zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraim niet benauwen.
13Kerajaan Israel tidak lagi iri hati kepada Yehuda, dan Yehuda tidak lagi memusuhi Israel.
14Maar zij zullen den Filistijnen op den schouder vliegen tegen het westen, en zij zullen te zamen die van het oosten beroven; aan Edom en Moab zullen zij hun handen slaan, en de kinderen Ammons zullen hun gehoorzaam zijn.
14Mereka bersama-sama akan menyerang orang Filistin di barat dan merampasi bangsa-bangsa di timur. Mereka akan menaklukkan bangsa Edom dan Moab, dan bangsa Amon akan tunduk kepada mereka.
15Ook zal de HEERE den inham der zee van Egypte verbannen, en Hij zal Zijn hand bewegen tegen de rivier, door de sterkte Zijns winds; en Hij zal dezelve slaan in de zeven stromen, en Hij zal maken, dat men met schoenen daardoor zal gaan.
15TUHAN akan mengeringkan Teluk Suez. Ia membuat angin panas bertiup sehingga Sungai Efrat menjadi tujuh batang air yang dangkal, dan setiap orang dapat menyeberanginya dengan berkasut.
16En er zal een gebaande weg zijn voor het overblijfsel Zijns volks, dat overgebleven zal zijn van Assur, gelijk als Israel geschiedde ten dage, toen het uit Egypteland optoog.
16Bagi umat-Nya yang tersisa akan ada jalan raya untuk keluar dari Asyur, seperti pada waktu Israel keluar dari Mesir.