1En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden.
1ยังอีกสองวันจะถึงเทศกาลปัสกาและเทศกาลกินขนมปังไร้เชื้อ พวกปุโรหิตใหญ่และพวกธรรมาจารย์ก็หาช่องที่จะจับพระองค์ด้วยอุบายและจะฆ่าเสีย
2Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde.
2แต่เขาพูดกันว่า "ในวันเลี้ยง อย่าเพ่อทำเลย กลัวว่าประชาชนจะเกิดวุ่นวาย"
3En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd.
3ในเวลาที่พระองค์ประทับอยู่ที่หมู่บ้านเบธานี ในเรือนของซีโมนคนโรคเรื้อน ขณะเมื่อทรงเอนพระกายลงเสวยอยู่ มีหญิงผู้หนึ่งถือผอบน้ำมันหอมนาระดาที่มีราคามากมาเฝ้าพระองค์ และนางทำให้ผอบนั้นแตกแล้วก็เทน้ำมันนั้นลงบนพระเศียรของพระองค์
4En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied?
4แต่มีบางคนไม่พอใจพูดกันว่า "เหตุใดจึงทำให้น้ำมันนี้เสียเปล่า
5Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar.
5เพราะว่าน้ำมันนี้ ถ้าขายก็คงได้เงินกว่าสามร้อยเหรียญเดนาริอัน แล้วจะแจกให้คนจนก็ได้" เขาจึงบ่นว่าผู้หญิงนั้น
6Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht.
6ฝ่ายพระเยซูตรัสว่า "อย่าว่าเขาเลย กวนใจเขาทำไม เขาได้กระทำการดีแก่เรา
7Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd.
7ด้วยว่าคนยากจนมีอยู่กับท่านเสมอ และท่านจะทำการดีแก่เขาเมื่อไรก็ทำได้ แต่เราจะไม่อยู่กับท่านเสมอไป
8Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis.
8ซึ่งผู้หญิงนี้ได้กระทำก็เป็นการสุดกำลังของเขา เขามาชโลมกายของเราก่อนเพื่อการศพของเรา
9Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.
9เราบอกความจริงแก่ท่านทั้งหลายว่า ที่ไหนๆที่ข่าวประเสริฐนี้จะประกาศทั่วพิภพ การซึ่งผู้หญิงนี้ได้กระทำก็จะลือไปเป็นที่ระลึกถึงเขาที่นั่น"
10En Judas Iskariot, een van de twaalven, ging heen tot de overpriesters, opdat hij Hem hun zou overleveren.
10ฝ่ายยูดาสอิสคาริโอท เป็นคนหนึ่งในพวกสาวกสิบสองคน ได้ไปหาพวกปุโรหิตใหญ่ เพื่อจะทรยศพระองค์ให้เขา
11En zij, dat horende, waren verblijd, en beloofden hem geld te geven; en hij zocht, hoe hij Hem bekwamelijk overleveren zou.
11ครั้นเขาได้ยินอย่างนั้นก็ดีใจ และสัญญาว่าจะให้เงินแก่ยูดาส แล้วยูดาสจึงคอยหาช่องที่จะทรยศพระองค์ให้แก่เขา
12En op den eersten dag der ongehevelde broden, wanneer zij het pascha slachtten, zeiden Zijn discipelen tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij heengaan, en bereiden, dat Gij het pascha eet?
12เมื่อวันต้นเทศกาลกินขนมปังไร้เชื้อ ถึงเวลาเขาเคยฆ่าลูกแกะสำหรับปัสกานั้น พวกสาวกของพระองค์มาทูลถามพระองค์ว่า "พระองค์ทรงประสงค์จะให้ข้าพระองค์ไปจัดเตรียมปัสกาให้พระองค์เสวยที่ไหน"
13En Hij zond twee van Zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat henen in de stad, en u zal een mens ontmoeten, dragende een kruik water, volgt dien;
13พระองค์จึงทรงใช้สาวกสองคนไป สั่งเขาว่า "จงเข้าไปในกรุง แล้วจะมีชายคนหนึ่งทูนหม้อน้ำมาพบท่าน จงตามคนนั้นไป
14En zo waar hij ingaat, zegt tot den heer des huizes: De Meester zegt: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
14เขาจะเข้าไปในที่ใด ท่านจงบอกเจ้าของเรือนนั้นว่า พระอาจารย์ถามว่า `ห้องที่เราจะกินปัสกากับเหล่าสาวกของเราได้นั้นอยู่ที่ไหน'
15En hij zal u wijzen een grote opperzaal, toegerust en gereed; bereidt het ons aldaar.
15เจ้าของเรือนจะชี้ให้ท่านเห็นห้องใหญ่ชั้นบนที่ตกแต่งไว้แล้ว ที่นั่นแหละ จงจัดเตรียมไว้สำหรับพวกเราเถิด"
16En Zijn discipelen gingen uit, en kwamen in de stad, en vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
16สาวกสองคนนั้นจึงออกเดินเข้าไปในกรุง และพบเหมือนพระดำรัสที่พระองค์ได้ตรัสแก่เขา แล้วได้จัดเตรียมปัสกาไว้พร้อม
17En als het avond geworden was, kwam Hij met de twaalven.
17ครั้นถึงเวลาค่ำแล้ว พระองค์จึงเสด็จมากับสาวกสิบสองคน
18En als zij aanzaten en aten, zeide Jezus: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u, die met Mij eet, Mij zal verraden.
18เมื่อกำลังเอนกายลงรับประทานอาหารอยู่ พระเยซูจึงตรัสว่า "เราบอกความจริงแก่ท่านทั้งหลายว่า คนหนึ่งในพวกท่านจะทรยศเราไว้ คือคนหนึ่งที่รับประทานอาหารอยู่กับเรานี่แหละ"
19En zij begonnen bedroefd te worden, en de een na de ander tot Hem te zeggen: Ben ik het? En een ander: Ben ik het?
19ฝ่ายพวกสาวกก็เริ่มพากันเป็นทุกข์ และทูลถามพระองค์ทีละคนว่า "คือข้าพระองค์หรือ" และอีกคนหนึ่งถามว่า "คือข้าพระองค์หรือ"
20Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Het is een uit de twaalven, die met Mij in de schotel indoopt.
20พระองค์จึงตรัสตอบเขาว่า "เป็นคนหนึ่งในสาวกสิบสองคนนี้ คือเป็นคนจิ้มในจานเดียวกันกับเรา
21De Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk van Hem geschreven is; maar wee dien mens, door welken de Zoon des mensen verraden wordt! Het ware hem goed, zo die mens niet geboren ware geweest.
21เพราะบุตรมนุษย์จะเสด็จไปตามที่ได้มีคำเขียนไว้ถึงพระองค์นั้นจริง แต่วิบัติแก่ผู้ที่จะทรยศบุตรมนุษย์ไว้ ถ้าคนนั้นมิได้บังเกิดมาก็จะดีกว่า"
22En als zij aten, nam Jezus brood, en als Hij gezegend had, brak Hij het, en gaf het hun, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.
22ระหว่างอาหารมื้อนั้น พระเยซูทรงหยิบขนมปังมา ทรงขอบพระคุณ แล้วหักส่งให้แก่เหล่าสาวกตรัสว่า "จงรับกินเถิด นี่เป็นกายของเรา"
23En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien; en zij dronken allen uit denzelven.
23แล้วพระองค์จึงทรงหยิบถ้วย ขอบพระคุณและส่งให้เขา เขาก็รับไปดื่มทุกคน
24En Hij zeide tot hen: Dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt.
24แล้วพระองค์ตรัสแก่เขาว่า "นี่เป็นโลหิตของเราอันเป็นโลหิตแห่งพันธสัญญาใหม่ ซึ่งต้องหลั่งออกเพื่อคนเป็นอันมาก
25Voorwaar, Ik zeg u, dat Ik niet meer zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Gods.
25เราบอกความจริงแก่ท่านทั้งหลายว่า เราจะไม่ดื่มน้ำผลแห่งเถาองุ่นนี้ต่อไปอีกจนวันนั้นมาถึง คือวันที่เราจะดื่มใหม่ในอาณาจักรของพระเจ้า"
26En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
26เมื่อร้องเพลงสรรเสริญแล้ว พระองค์กับเหล่าสาวกก็พากันออกไปยังภูเขามะกอกเทศ
27En Jezus zeide tot hen: Gij zult in dezen nacht allen aan Mij geergerd worden; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen zullen verstrooid worden.
27พระเยซูจึงตรัสกับเหล่าสาวกว่า "ท่านทั้งหลายจะสะดุดใจเพราะเราในคืนนี้เอง ด้วยมีคำเขียนไว้ว่า `เราจะตีผู้เลี้ยงแกะ และแกะฝูงนั้นจะกระจัดกระจายไป'
28Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
28แต่เมื่อทรงชุบให้เราฟื้นขึ้นมาแล้ว เราจะไปยังแคว้นกาลิลีก่อนหน้าท่าน"
29En Petrus zeide tot Hem: Of zij ook allen geergerd werden, zo zal ik toch niet geergerd worden.
29เปโตรทูลพระองค์ว่า "แม้คนทั้งปวงจะสะดุดใจ ข้าพระองค์จะไม่สะดุดใจ"
30En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat heden in dezen nacht, eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, gij Mij driemaal zult verloochenen.
30พระเยซูจึงตรัสกับเขาว่า "เราบอกความจริงแก่ท่านว่า ในวันนี้ คือคืนนี้เอง ก่อนไก่จะขันสองหน ท่านจะปฏิเสธเราสามครั้ง"
31Maar hij zeide nog des te meer: Al moest ik met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen. En insgelijks zeiden zij ook allen.
31แต่เปโตรทูลแข็งแรงทีเดียวว่า "ถึงแม้ข้าพระองค์จะต้องตายกับพระองค์ ข้าพระองค์ก็จะไม่ปฏิเสธพระองค์เลย" เหล่าสาวกก็ทูลเช่นนั้นเหมือนกันทุกคน
32En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben.
32พระเยซูกับเหล่าสาวกมายังที่แห่งหนึ่งชื่อเกทเสมนี และพระองค์ตรัสแก่สาวกของพระองค์ว่า "จงนั่งอยู่ที่นี่ขณะเมื่อเราอธิษฐาน"
33En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
33พระองค์ก็พาเปโตร ยากอบ และยอห์นไปด้วย แล้วพระองค์ทรงเริ่มวิตกยิ่งและหนักพระทัยนัก
34En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
34จึงตรัสกับเหล่าสาวกว่า "ใจเราเป็นทุกข์แทบจะตาย จงเฝ้าอยู่ที่นี่เถิด"
35En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op de aarde, en bad, zo het mogelijk ware, dat die ure van Hem voorbijging.
35แล้วพระองค์เสด็จดำเนินไปอีกหน่อยหนึ่ง ซบพระกายลงที่ดินอธิษฐานว่า ถ้าเป็นได้ให้เวลานั้นล่วงพ้นไปจากพระองค์
36En Hij zeide: Abba, Vader, alle dingen zijn U mogelijk; neem dezen drinkbeker van Mij weg, doch niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.
36พระองค์ทูลว่า "อับบา พระบิดาเจ้าข้า พระองค์ทรงสามารถกระทำสิ่งทั้งปวงได้ ขอเอาถ้วยนี้เลื่อนพ้นไปจากข้าพระองค์เถิด แต่ว่าอย่าให้เป็นตามใจปรารถนาของข้าพระองค์ แต่ให้เป็นไปตามพระทัยของพระองค์"
37En Hij kwam, en vond hen slapende, en zeide tot Petrus: Simon, slaapt gij? Kunt gij niet een uur waken?
37พระองค์จึงเสด็จกลับมาทรงพบเหล่าสาวกนอนหลับอยู่ และตรัสกับเปโตรว่า "ซีโมนเอ๋ย ท่านนอนหลับหรือ จะคอยเฝ้าอยู่สักทุ่มหนึ่งไม่ได้หรือ
38Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.
38ท่านทั้งหลายจงเฝ้าระวังและอธิษฐานเพื่อท่านจะไม่ต้องถูกการทดลอง จิตใจพร้อมแล้วก็จริง แต่เนื้อหนังยังอ่อนกำลัง"
39En wederom heengegaan zijnde, bad Hij, sprekende dezelfde woorden.
39พระองค์จึงเสด็จไปอธิษฐานอีกครั้งหนึ่ง ทรงกล่าวคำเหมือนคราวก่อน
40En wedergekeerd zijnde, vond Hij hen wederom slapende, want hun ogen waren bezwaard; en zij wisten niet, wat zij Hem antwoorden zouden.
40ครั้นพระองค์เสด็จกลับมาก็ทรงพบสาวกนอนหลับอยู่อีก (เพราะตาเขาลืมไม่ขึ้น) และเขาไม่รู้ว่าจะทูลประการใด
41En Hij kwam ten derden male, en zeide tot hen: Slaapt nu voort, en rust; het is genoeg, de ure is gekomen; ziet, de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der zondaren.
41เมื่อเสด็จกลับมาครั้งที่สามพระองค์จึงตรัสแก่เขาว่า "ท่านจงนอนต่อไปให้หายเหนื่อย พอเถอะ ดูเถิด เวลาซึ่งบุตรมนุษย์ต้องถูกทรยศไว้ในมือของคนบาปนั้นมาถึงแล้ว
42Staat op, laat ons gaan; ziet, die Mij verraadt, is nabij.
42ลุกขึ้นไปกันเถิด ดูเถิด ผู้ที่จะทรยศเราไว้มาใกล้แล้ว"
43En terstond, als Hij nog sprak, kwam Judas aan, die een was van de twaalven, en met hem een grote schare, met zwaarden en stokken, gezonden van de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
43พระองค์ตรัสยังไม่ทันขาดคำ ในทันใดนั้นยูดาสซึ่งเป็นคนหนึ่งในเหล่าสาวกสิบสองคนนั้น กับหมู่ชนเป็นอันมาก ถือดาบถือไม้ตะบอง ได้มาจากพวกปุโรหิตใหญ่ พวกธรรมาจารย์ และพวกผู้ใหญ่
44En die Hem verried, had hun een gemeen teken gegeven, zeggende: Dien ik kussen zal, Die is het, grijpt Hem, en leidt Hem zekerlijk henen.
44ผู้ที่จะทรยศพระองค์นั้นได้ให้สัญญาณแก่เขาว่า "เราจุบผู้ใด ก็เป็นผู้นั้นแหละ จงจับกุมเขาไปให้มั่นคง"
45En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, Rabbi, en kuste Hem.
45และทันทีที่ยูดาสมาถึง เขาตรงเข้ามาหาพระองค์ทูลว่า "พระอาจารย์เจ้าข้า พระอาจารย์เจ้าข้า" แล้วจุบพระองค์
46En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.
46คนเหล่านั้นก็จับกุมพระองค์ไป
47En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.
47คนหนึ่งในพวกเหล่านั้นที่ยืนอยู่ใกล้ๆ ได้ชักดาบออกฟันผู้รับใช้คนหนึ่งของมหาปุโรหิตถูกหูของเขาขาด
48En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zijt gij uitgegaan, met zwaarden en stokken, als tegen een moordenaar, om Mij te vangen?
48พระเยซูจึงตรัสถามพวกเหล่านั้นว่า "ท่านทั้งหลายเห็นเราเป็นโจรหรือจึงถือดาบ ถือตะบองออกมาจับเรา
49Dagelijks was Ik bij ulieden in den tempel, lerende, en gij hebt Mij niet gegrepen; maar dit geschiedt, opdat de Schriften vervuld zouden worden.
49เราได้อยู่กับท่านทั้งหลายทุกวันสั่งสอนในพระวิหาร ท่านก็หาได้จับเราไม่ แต่จะต้องสำเร็จตามพระคัมภีร์"
50En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.
50แล้วสาวกทั้งหมดได้ละทิ้งพระองค์ไว้และพากันหนีไป
51En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.
51มีชายหนุ่มคนหนึ่งห่มผ้าป่านผืนหนึ่งคลุมร่างกายที่เปลือยเปล่าของตนติดตามพระองค์ไป พวกหนุ่มๆก็จับเขาไว้
52En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.
52แต่เขาได้สลัดผ้าป่านผืนนั้นทิ้งเสีย แล้วเปลือยกายหนีไป
53En zij leidden Jezus henen tot den hogepriester; en bij hem vergaderden al de overpriesters, en de ouderlingen, en de schriftgeleerden.
53เขาพาพระเยซูไปหามหาปุโรหิต และมีบรรดาพวกปุโรหิตใหญ่ พวกผู้ใหญ่ และพวกธรรมาจารย์ชุมนุมพร้อมกันอยู่ที่นั่น
54En Petrus volgde Hem van verre, tot binnen in de zaal des hogepriesters, en hij was mede zittende met de dienaren, en zich warmende bij het vuur.
54ฝ่ายเปโตรได้ติดตามพระองค์ไปห่างๆจนเข้าไปถึงคฤหาสน์ของมหาปุโรหิต และนั่งผิงไฟอยู่กับพวกคนใช้
55En de overpriesters, en de gehele raad, zochten getuigenis tegen Jezus, om Hem te doden, en vonden niet.
55พวกปุโรหิตใหญ่ กับบรรดาสมาชิกสภาจึงหาพยานมาเบิกปรักปรำพระเยซูเพื่อจะประหารพระองค์เสีย แต่หาหลักฐานไม่ได้
56Want velen getuigden valselijk tegen Hem, en de getuigenissen waren niet eenparig.
56ด้วยว่ามีหลายคนเป็นพยานเท็จปรักปรำพระองค์ แต่คำของเขาแตกต่างกัน
57En enigen, opstaande, getuigden valselijk tegen Hem, zeggende:
57มีบางคนยืนขึ้นเบิกความเท็จปรักปรำพระองค์ว่า
58Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal dezen tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een anderen, zonder handen gemaakt, bouwen.
58"ข้าพเจ้าได้ยินคนนี้ว่า `เราจะทำลายพระวิหารนี้ที่สร้างไว้ด้วยมือมนุษย์ และในสามวันจะสร้างขึ้นอีกวิหารหนึ่งซึ่งไม่สร้างด้วยมือมนุษย์เลย'"
59En ook alzo was hun getuigenis niet eenparig.
59แต่คำพยานของคนเหล่านั้นเองก็ยังแตกต่างไม่ถูกต้องกัน
60En de hogepriester, in het midden opstaande, vraagde Jezus, zeggende: Antwoordt Gij niets? Wat getuigen dezen tegen U?
60มหาปุโรหิตจึงลุกขึ้นยืนท่ามกลางที่ชุมนุมถามพระเยซูว่า "ท่านไม่ตอบอะไรบ้างหรือ ซึ่งเขาเบิกความปรักปรำท่านนั้นจะว่าอย่างไร"
61Maar Hij zweeg stil, en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester, en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
61แต่พระองค์ทรงนิ่งอยู่ มิได้ตอบประการใด ท่านมหาปุโรหิตจึงถามพระองค์อีกว่า "ท่านเป็นพระคริสต์พระบุตรของผู้ทรงบรมสุขหรือ"
62En Jezus zeide: Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels.
62พระเยซูทรงตอบว่า "เราเป็น และท่านทั้งหลายจะได้เห็นบุตรมนุษย์นั่งข้างขวาของผู้ทรงฤทธานุภาพ และเสด็จมาในเมฆแห่งฟ้าสวรรค์"
63En de hogepriester, verscheurende zijn klederen, zeide: Wat hebben wij nog getuigen van node?
63ท่านมหาปุโรหิตจึงฉีกเสื้อของตนแล้วกล่าวว่า "เราต้องการพยานอะไรอีกเล่า
64Gij hebt de gods lastering gehoord; wat dunkt ulieden? En zij allen veroordeelden Hem, des doods schuldig te zijn.
64ท่านทั้งหลายได้ยินเขาพูดหมิ่นประมาทแล้ว ท่านทั้งหลายคิดเห็นอย่างไร" คนทั้งปวงจึงเห็นพร้อมกันว่าควรจะมีโทษถึงตาย
65En sommigen begonnen Hem te bespuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars gaven Hem kinnebakslagen.
65บางคนก็เริ่มถ่มน้ำลายรดพระองค์ ปิดพระพักตร์พระองค์ ตีพระองค์ แล้วว่าแก่พระองค์ว่า "พยากรณ์ซิ" และพวกคนใช้ก็เอาฝ่ามือตบพระองค์
66En als Petrus beneden in de zaal was, kwam een van de dienstmaagden des hogepriesters;
66และขณะที่เปโตรอยู่ใต้คฤหาสน์ข้างล่างนั้น มีหญิงคนหนึ่งในพวกสาวใช้ของท่านมหาปุโรหิตเดินมา
67En ziende Petrus zich warmende, zag zij hem aan, en zeide: Ook gij waart met Jezus den Nazarener.
67เมื่อเห็นเปโตรผิงไฟอยู่เขาเขม้นดู แล้วพูดว่า "เจ้าได้อยู่กับเยซูชาวนาซาเร็ธด้วย"
68Maar hij heeft het geloochend, zeggende: Ik ken Hem niet, en ik weet niet, wat gij zegt. En hij ging buiten in de voorzaal, en de haan kraaide.
68แต่เปโตรปฏิเสธว่า "ที่เจ้าว่านั้นข้าไม่รู้เรื่องและไม่เข้าใจ" เปโตรจึงออกไปที่ระเบียงบ้าน แล้วไก่ก็ขัน
69En de dienstmaagd, hem wederom ziende, begon te zeggen tot degenen, die daarbij stonden: Deze is een van die.
69อีกครั้งหนึ่งสาวใช้คนหนึ่งได้เห็นเปโตร แล้วเริ่มบอกกับคนที่ยืนอยู่ที่นั่นว่า "คนนี้แหละ เป็นพวกเขา"
70Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een Galileer, en uw spraak gelijkt.
70แต่เปโตรก็ปฏิเสธอีก แล้วอีกสักครู่หนึ่งคนทั้งหลายที่ยืนอยู่ที่นั่นได้ว่าแก่เปโตรว่า "เจ้าเป็นคนหนึ่งในพวกเขาแน่แล้ว ด้วยว่าเจ้าเป็นชาวกาลิลี และสำเนียงของเจ้าก็ส่อไปทางเดียวกันด้วย"
71En hij begon zichzelven te vervloeken en te zweren: Ik ken dezen Mens niet, Dien gij zegt.
71แต่เปโตรเริ่มสบถและสาบานว่า "คนที่เจ้าว่านั้นข้าไม่รู้จัก"
72En de haan kraaide de tweede maal; en Petrus werd indachtig het woord, hetwelk Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij, zich van daar makende, weende.
72แล้วไก่ก็ขันเป็นครั้งที่สอง เปโตรจึงระลึกถึงคำที่พระเยซูตรัสไว้แก่เขาว่า "ก่อนไก่ขันสองหน ท่านจะปฏิเสธเราสามครั้ง" เมื่อเปโตรหวนคิดขึ้นได้ก็ร้องไห้