1TUHAN adalah Raja; bangsa-bangsa gemetar. Ia bertakhta di atas kerub, bumi berguncang.
1De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.
2TUHAN sangat berkuasa di Sion; Ia agung mengatasi segala bangsa.
2De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.
3Biarlah mereka memuji nama-Nya yang luhur mulia. Kuduslah Ia!
3Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
4Kekuasaan bagi-Mu, Raja yang mencintai hukum; Engkau telah menegakkan kebenaran; Engkau menjalankan hukum dan keadilan di Israel.
4En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.
5Luhurkanlah TUHAN Allah kita, sujudlah di depan takhta-Nya. Kuduslah Ia!
5Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!
6Musa dan Harun termasuk imam-imam-Nya, Samuel salah seorang yang berdoa kepada-Nya. Mereka berseru kepada TUHAN, dan Ia memberi jawaban.
6Mozes en Aaron waren onder Zijn priesters, en Samuel onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE, en Hij verhoorde hen.
7Dari tiang awan Ia berbicara kepada mereka, mereka taat kepada semua hukum dan perintah-Nya.
7Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen onderhouden, en de inzettingen, die Hij hun gegeven had.
8Ya TUHAN Allah kami, Engkau menjawab umat-Mu; bagi mereka Engkau Allah yang suka mengampuni, walaupun mereka Kauhukum karena kesalahan mereka.
8O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.
9Luhurkanlah TUHAN Allah kita, dan sembahlah Dia di bukit-Nya yang suci, sebab kuduslah TUHAN Allah kita.
9Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.