1以色列王巴沙進攻猶大(王上15:17~22)亞撒在位第三十六年,以色列王巴沙上來攻打猶大,修築拉瑪,不許人離開或進入猶大王亞撒的國境。
1In het zes en dertigste jaar van het koninkrijk van Asa, toog Baesa, de koning van Israel, op tegen Juda, en bouwde Rama, opdat hij niemand toeliet uit te gaan en in te komen tot Asa, den koning van Juda.
2於是亞撒從耶和華的殿和王宮的庫房裡取出金銀來,送給住在大馬士革的亞蘭王便.哈達,說:
2Toen bracht Asa het zilver en het goud voort, uit de schatten van het huis des HEEREN en van het huis des konings, en zond tot Benhadad, den koning van Syrie, die te Damaskus woonde, zeggende:
3“你父親和我父親曾經立約,你和我也要立約。現在我把金銀送給你,請你去廢除你和以色列王巴沙訂立的約,好使他離開我而去。”
3Er is een verbond tussen mij en tussen u, en tussen mijn vader en tussen uw vader; zie, ik zend u zilver en goud, ga heen, maak uw verbond te niet met Baesa, den koning van Israel, dat hij van tegen mij aftrekke.
4便.哈達聽從了亞撒王的話,就派遣他屬下的眾軍長去攻擊以色列的城市,他們攻陷了以雲、但、亞伯.瑪音和拿弗他利一切貯藏貨物的城市。
4En Benhadad hoorde naar den koning Asa, en zond de oversten der heiren, die hij had, tegen de steden van Israel, en zij sloegen Ijon, en Dan, en Abel-Maim, en alle schatsteden van Nafthali.
5巴沙聽見了,就停止修築拉瑪,把工程都停止了。
5En het geschiedde, als Baesa zulks hoorde, dat hij afliet van Rama te bouwen, en zijn werk staakte.
6於是亞撒王帶領猶大眾人,把巴沙修築拉瑪所用的石頭和木材都搬走,用來修築迦巴和米斯巴。
6Toen nam de koning Asa gans Juda, en zij droegen weg de stenen van Rama, en het hout daarvan, waarmede Baesa gebouwd had; en hij bouwde daarmede Geba en Mizpa.
7先見哈拿尼責備亞撒那時,先見哈拿尼來見猶大王亞撒,對他說:“因你倚靠亞蘭王,沒有倚靠耶和華你的 神,所以亞蘭王的軍隊才可以脫離你的手。
7En in denzelfden tijd kwam de ziener Hanani tot Asa, den koning van Juda, en hij zeide tot hem: Omdat gij gesteund hebt op den koning van Syrie, en niet gesteund hebt op den HEERE, uw God, daarom is het heir des konings van Syrie uit uw hand ontkomen.
8古實人和路比人不是有強大的軍隊嗎?戰車和馬兵不是極多嗎?只因你倚靠耶和華,耶和華就把他們交在你手裡。
8Waren niet de Moren en de Libiers een groot heir met zeer veel wagenen en ruiteren? Toen gij nochtans op den HEERE steundet, heeft Hij hen in uw hand gegeven.
9耶和華的眼目遍察全地,一心歸向他的,他必以大能扶助他們;你作這事太愚昧了。從今以後,你必常有戰爭。”
9Want den HEERE aangaande, Zijn ogen doorlopen de ganse aarde, om Zich sterk te bewijzen aan degenen, welker hart volkomen is tot Hem; gij hebt hierin zottelijk gedaan; want van nu af zullen oorlogen tegen u zijn.
10於是亞撒對先見發怒,把他囚在監裡。同時亞撒也壓迫人民。
10Doch Asa werd toornig tegen den ziener, en leidde hem in het gevangenhuis; want hij was hierover tegen hem ontsteld; daartoe onderdrukte Asa enigen uit het volk ter zelfder tijd.
11亞撒逝世(王上15:23~24)亞撒所行的事蹟,一生的始末,都記在猶大和以色列諸王記上。
11En ziet, de geschiedenissen van Asa, de eerste met de laatste, ziet, zij zijn beschreven in het boek der koningen van Juda en Israel.
12亞撒在位第三十九年,患了腳病,病情嚴重;可是,連他患病的時候,也沒有尋求耶和華,只管尋求醫生。
12Asa nu werd, in het negen en dertigste jaar van zijn koninkrijk, krank aan zijn voeten; tot op het hoogste toe was zijn krankheid; daartoe ook zocht hij den HEERE niet in zijn krankheid, maar de medicijnmeesters.
13亞撒作王四十一年以後死了,和他的列祖同睡。
13Alzo ontsliep Asa met zijn vaderen; en hij stierf in het een en veertigste jaar zijner regering.
14人把他埋葬在大衛城裡他為自己所鑿的墳墓中。他們把他放在堆滿按著作香的方法調和的各樣香料的床上,又為他燒了很多香料。
14En zij begroeven hem in zijn graf, dat hij voor zich gegraven had in de stad Davids, en legden hem op het bed, hetwelk hij gevuld had met specerijen, en dat van verscheidene soorten, naar apothekerskunst toebereid; en zij brandden over hem een ganse grote branding.