1騎驢進耶路撒冷(太21:1~9;路19:28~38;約12:12~15)他們走近耶路撒冷,到了伯法其和伯大尼,來到橄欖山那裡,耶穌派了兩個門徒,
1En toen zij Jeruzalem genaakten, te Beth-fage en Bethanie, aan den Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,
2對他們說:“你們往對面的村子裡去,一進去,就會看見一頭小驢拴在那裡,是沒有人騎過的,把牠解開牽來。
2En zeide tot hen: Gaat heen in het vlek, dat tegen u over is; en terstond als gij in hetzelve komt, zult gij vinden een veulen gebonden, op hetwelk geen mens gezeten heeft, ontbindt het, en brengt het.
3如果有人問你們:‘為甚麼這樣作?’你們就說:‘主需要牠,並且很快會送還到這裡來。’”
3En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dat? Zo zegt, dat de Heere hetzelve van node heeft; en hij zal het terstond herwaarts zenden.
4門徒去了,就發現一頭小驢,拴在門外的街上,就把牠解開。
4En zij gingen heen, en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de wegscheiding, en zij ontbonden hetzelve.
5站在那裡的人有的問他們說:“你們為甚麼解牠?”
5En sommigen van degenen, die aldaar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen ontbindt?
6門徒照著耶穌所說的話回答他們,那些人就讓他們牽走了。
6Doch zij zeiden tot hen, gelijk Jezus bevolen had; en zij lieten hen gaan.
7門徒把小驢牽到耶穌那裡,把自己的衣服搭在上面,耶穌就騎了上去。
7En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen daarop; en Hij zat op hetzelve.
8許多人把衣服鋪在路上,還有人從田野裡砍了些樹枝也鋪在路上。
8En velen spreidden hun klederen op den weg, en anderen hieuwen meien van de bomen, en spreidden ze op den weg.
9前行後隨的人都喊著說:“‘和散那’,奉主名來的是應當稱頌的!
9En die voorgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna, gezegend is Hij, Die komt in den Naam des Heeren!
10那將要來臨的,我們祖先大衛的國是應當稱頌的!高天之上當唱‘和散那’!”
10Gezegend zij het Koninkrijk van onzen vader David, hetwelk komt in den Naam des Heeren! Hosanna in de hoogste hemelen!
11耶穌到了耶路撒冷,進入聖殿,察看了一切,因為時候已經不早,就和十二門徒出城往伯大尼去。
11En Jezus kwam binnen Jeruzalem, en in den tempel; en als Hij alles rondom bezien had, en het nu avondstond was, ging Hij uit naar Bethanie met de twaalven.
12咒詛無花果樹(太21:18~19)第二天他們從伯大尼出來,耶穌餓了。
12En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem.
13他遠遠看見一棵長滿了葉子的無花果樹,就走過去,看看是否可以在樹上找到甚麼。到了樹下,除了葉子甚麼也找不著,因為這不是收無花果的時候。
13En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet.
14耶穌對樹說:“永遠再沒有人吃你的果子了!”他的門徒也聽見了。
14En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.
15潔淨聖殿(太21:12~17、20~22;路19:45~47;約2:13~16)他們來到耶路撒冷。耶穌進了聖殿,就把殿裡作買賣的人趕走,又推倒找換銀錢的人的桌子,和賣鴿子的人的凳子;
15En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om;
16不許人拿著器皿穿過聖殿。
16En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg.
17他又教訓眾人說:“經上不是寫著‘我的殿要稱為萬國禱告的殿’嗎?你們竟把它弄成賊窩了。”
17En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt.
18祭司長和經學家聽見了,就想辦法怎樣除掉耶穌,卻又怕他,因為群眾都希奇他的教訓。
18En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer.
19到了晚上,他們就到城外去。
19En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.
20早晨,他們經過的時候,看見那棵無花果樹連根都枯萎了。
20En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af.
21彼得想起來就對耶穌說:“拉比,請看,你所咒詛的無花果樹,已經枯萎了。”
21En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord.
22耶穌回答他們:“你們對 神要有信心(“你們對 神要有信心”有些抄本作“如果你們對 神有信心”)。
22En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God.
23我實在告訴你們,無論甚麼人對這座山說‘移開,投到海裡’,只要他心裡不懷疑,相信他所說的一定能夠成就,就必給他成就。
23Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt.
24所以我告訴你們,凡是你們禱告祈求的,只要相信能夠得到,就必得到。
24Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.
25你們站著禱告的時候,如果有誰得罪了你們,就該饒恕他,好使你們的天父也饒恕你們的過犯。”
25En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.
26(有些抄本有第26節:“如果你們不饒恕人,你們的天父也必不饒恕你們的過犯。”)
26Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.
27質問耶穌憑甚麼權柄作事(太21:23~27;路20:1~8)他們又來到耶路撒冷。耶穌在殿裡行走的時候,祭司長、經學家和長老來到他跟前,
27En zij kwamen wederom te Jeruzalem. En als Hij in den tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters, en de schriftgeleerden, en de ouderlingen.
28問他:“你憑甚麼權柄作這些事?誰給你權柄作這些事?”
28En zeiden tot Hem: Door wat macht doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze macht gegeven, dat Gij deze dingen doen zoudt?
29耶穌對他們說:“我要問你們一句話,你們回答了我,我就告訴你們我憑甚麼權柄作這些事。
29Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ik zal u ook een woord vragen; antwoordt Mij ook, en zo zal Ik u zeggen, door wat macht Ik deze dingen doe:
30約翰的洗禮是從天上來的,還是從人來的呢?你們回答我吧。”
30De doop van Johannes, was die uit den hemel, of uit de mensen? Antwoordt Mij.
31他們就彼此議論:“如果我們說‘是從天上來的’,他就會說‘那你們為甚麼不信他呢?’
31En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
32如果我們說‘是從人來的’……”他們害怕群眾,因為眾人都認為約翰的確是先知。
32Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; zo vrezen wij het volk; want zij hielden allen van Johannes, dat hij waarlijk een profeet was.
33於是他們回答耶穌:“我們不知道。”耶穌對他們說:“我也不告訴你們我憑甚麼權柄作這些事。”
33En, antwoordende, zeiden zij tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Zo zeg Ik u ook niet, door wat macht Ik deze dingen doe.