聖經新譯本

Dutch Staten Vertaling

Mark

15

1耶穌被押交彼拉多(太27:1~2、11~14;路23:1~3;約18:29~37)一到清晨,祭司長和長老、經學家以及公議會全體一致議決,把耶穌綁起來,押去交給彼拉多。
1En terstond, des morgens vroeg, hielden de overpriesters te zamen raad, met de ouderlingen en Schriftgeleerden, en den gehelen raad, en Jezus gebonden hebbende, brachten zij Hem heen, en gaven Hem aan Pilatus over.
2彼拉多問他:“你是猶太人的王嗎?”耶穌回答:“你說的是。”
2En Pilatus vraagde Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? En Hij antwoordende, zeide tot hem: Gij zegt het.
3祭司長控告了他許多事。
3En de overpriesters beschuldigden Hem van vele zaken; maar Hij antwoordde niets.
4彼拉多又問他:“你看,他們控告你這麼多的事!你甚麼都不回答嗎?”
4En Pilatus vraagde Hem wederom, zeggende: Antwoordt Gij niet? Zie, hoe vele zaken zij tegen U getuigen!
5耶穌還是一言不答,使彼拉多非常驚奇。
5En Jezus heeft niet meer geantwoord, zodat Pilatus zich verwonderde.
6彼拉多判耶穌釘十字架(太27:15~26;路23:13~25;約18:38~19:16)每逢這節期,彼拉多按著眾人所要求的,照例給他們釋放一個囚犯。
6En op het feest liet hij hun een gevangene los, wien zij ook begeerden.
7有一個人名叫巴拉巴,和作亂的人囚禁在一起,他們作亂的時候,曾殺過人。
7En er was een, genaamd Bar-abbas, gevangen met andere medeoproermakers, die in het oproer een doodslag gedaan had.
8群眾上去,要求彼拉多援例給他們辦理。
8En de schare riep uit, en begon te begeren, dat hij deed, gelijk hij hun altijd gedaan had.
9彼拉多回答他們:“你們要我給你們釋放這個猶太人的王嗎?”
9En Pilatus antwoordde hun, zeggende: Wilt gij, dat ik u den Koning der Joden loslate?
10他知道祭司長是因為嫉妒才把耶穌交了來。
10(Want hij wist, dat de overpriesters Hem door nijd overgeleverd hadden.)
11祭司長卻煽動群眾,寧可要總督釋放巴拉巴給他們。
11Maar de overpriesters bewogen de schare, dat hij hun liever Bar-abbas zou loslaten.
12彼拉多又對他們說:“那麼,你們稱為猶太人的王的,你們要我怎樣處置他呢?”
12En Pilatus, antwoordende, zeide wederom tot hen: Wat wilt gij dan, dat ik met Hem doen zal, Dien gij een Koning der Joden noemt?
13他們就喊著說:“把他釘十字架!”
13En zij riepen wederom: Kruis Hem.
14彼拉多說:“他作了甚麼惡事呢?”眾人卻更加大聲喊叫:“把他釘十字架!”
14Doch Pilatus zeide tot hen: Wat heeft Hij dan kwaads gedaan? En zij riepen te meer: Kruis Hem!
15彼拉多有意討好群眾,就釋放了巴拉巴給他們,把耶穌鞭打了,交給他們釘十字架。
15Pilatus nu, willende der schare genoeg doen, heeft hun Bar-abbas losgelaten, en gaf Jezus over, als hij Hem gegeseld had, om gekruist te worden.
16士兵戲弄耶穌(太27:27~31)士兵把耶穌帶進總督府的院子裡,召集了全隊士兵。
16En de krijgsknechten leidden Hem binnen in de zaal, welke is het rechthuis, en riepen de ganse bende samen;
17他們給他披上紫色的外袍,又用荊棘編成冠冕給他戴上;
17En deden Hem een purperen mantel aan, en een doornenkroon gevlochten hebbende, zetten Hem die op;
18就向他祝賀說:“猶太人的王萬歲!”
18En begonnen Hem te groeten, zeggende: Wees gegroet, Gij Koning der Joden!
19又用一根蘆葦打他的頭,向他吐唾沫,並且跪下來拜他。
19En sloegen Zijn hoofd met een rietstok, en bespogen Hem, en vallende op de knieen, aanbaden Hem.
20他們戲弄完了,就把他的紫色的外袍脫下,給他穿回自己的衣服,帶他出去,要釘十字架。
20En als zij Hem bespot hadden, deden zij Hem den purperen mantel af, en deden Hem Zijn eigen klederen aan, en leidden Hem uit, om Hem te kruisigen.
21耶穌被釘十字架(太27:32~44;路23:26~43;約19:17~24)有一個古利奈人西門,就是亞歷山大和魯孚的父親,從鄉下來到,經過那裡,士兵就強迫他背著耶穌的十字架。
21En zij dwongen een Simon van Cyrene, die daar voorbijging, komende van den akker, den vader van Alexander en Rufus, dat hij Zijn kruis droeg.
22他們把耶穌帶到各各他地方(這地名譯出來就是“髑髏地”),
22En zij brachten Hem tot de plaats Golgotha, hetwelk is, overgezet zijnde, Hoofdschedelplaats.
23拿沒藥調和的酒給他,他卻不接受。
23En zij gaven Hem gemirreden wijn te drinken; maar Hij nam dien niet.
24他們就把他釘了十字架;又抽籤分他的衣服,看誰得著甚麼。
24En als zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij Zijn klederen, werpende het lot over dezelve, wat een iegelijk wegnemen zou.
25他們釘他十字架的時候,是在上午九點鐘。
25En het was de derde ure, en zij kruisigden Hem.
26耶穌的罪狀牌上寫著“猶太人的王”。
26En het opschrift Zijner beschuldiging was boven Hem geschreven: De KONING DER JODEN.
27他們又把兩個強盜和他一同釘十字架,一個在右,一個在左。
27En zij kruisigden met Hem twee moordenaars, een aan Zijn rechter zijde, en een aan Zijn linker zijde.
28(有些抄本有第28節:“這就應驗了經上所說的:‘他和不法者同列。’”)
28En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Hij is met de misdadigers gerekend.
29過路的人譏笑他,搖著頭說:“哼,你這個要拆毀聖所,三日之內又把它建造起來的,
29En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden, en zeggende: Ha! Gij, die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt,
30從十字架上把自己救下來吧!”
30Behoud Uzelven, en kom af van het kruis.
31祭司長和經學家也同樣譏笑他,彼此說:“他救了別人,卻不能救自己;
31En insgelijks ook de overpriesters, met de schriftgeleerden, zeiden tot elkander, al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen.
32以色列的王基督啊,現在可以從十字架上下來,讓我們看見就信吧。”那和他同釘十字架的人也侮辱他。
32De Christus, de Koning Israels, kome nu af van het kruis, opdat wij het zien en geloven mogen. Ook die met Hem gekruist waren, smaadden Hem.
33耶穌死時的情形(太27:45~56;路23:44~49;約19:28~30)從正午到下午三點鐘,遍地都黑暗了。
33En als de zesde ure gekomen was, werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
34下午三點的時候,耶穌大聲呼號:“以羅伊,以羅伊,拉馬撒巴各大尼?”這句話譯出來就是:“我的 神,我的 神,你為甚麼離棄我?”
34En ter negender ure, riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELOI, ELOI, LAMMA SABACHTANI, hetwelk is, overgezet zijnde: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
35有些站在旁邊的人聽見了就說:“看,他呼叫以利亞呢。”
35En sommigen van die daarbij stonden, dit horende, zeiden: Ziet, Hij roept Elias.
36有一個人跑去拿海綿浸滿了酸酒,綁在蘆葦上,遞給他喝,說:“等一等,我們看看以利亞來不來救他。”
36En er liep een, en vulde een spons met edik, en stak ze op een rietstok, en gaf Hem te drinken, zeggende: Houdt stil, laat ons zien, of Elias komt, om Hem af te nemen.
37耶穌大叫一聲,氣就斷了。
37En Jezus, een grote stem van Zich gegeven hebbende, gaf den geest.
38聖所裡的幔子,從上到下裂成兩半。
38En het voorhangsel des tempels scheurde in tweeen, van boven tot beneden.
39站在他對面的百夫長,看見他這樣斷氣,就說:“這人真是 神的兒子!”
39En de hoofdman over honderd, die daarbij tegenover Hem stond, ziende, dat Hij alzo roepende den geest gegeven had, zeide: Waarlijk, deze Mens was Gods Zoon!
40也有些婦女遠遠地觀看,她們之中有抹大拉的馬利亞,小雅各和約西的母親馬利亞,以及撒羅米。
40En er waren ook vrouwen, van verre dit aanschouwende, onder welke ook was Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Jakobus, den kleine, en van Joses, en Salome;
41這些婦女,當耶穌在加利利的時候,就一直跟隨他、服事他。此外,還有許多和他一同上耶路撒冷的婦女。
41Welke ook, toen Hij in Galilea was, Hem waren gevolgd, en Hem gediend hadden; en vele andere vrouwen, die met Hem naar Jeruzalem opgekomen waren.
42耶穌葬在墳墓裡(太27:57~61;路23:50~56;約19:38~42)到了晚上,因為是預備日,就是安息日的前一日,
42En als het nu avond was geworden, dewijl het de voorbereiding was, welke is de voorsabbat;
43一個一向等候 神國度的尊貴的議員,亞利馬太的約瑟來了,就放膽地進去見彼拉多,求領耶穌的身體。
43Kwam Jozef, die van Arimathea was, een eerlijk raadsheer, die ook zelf het Koninkrijk Gods was verwachtende, en zich verstoutende, ging hij in tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus.
44彼拉多驚訝耶穌已經死了,就叫百夫長前來,問他耶穌是不是死了很久。
44En Pilatus verwonderde zich, dat Hij alrede gestorven was; en den hoofdman over honderd tot zich geroepen hebbende, vraagde hem, of Hij lang gestorven was.
45他從百夫長知道了實情以後,就把屍體給了約瑟。
45En als hij het van den hoofdman over honderd verstaan had, schonk hij Jozef het lichaam.
46約瑟買了細麻布,把耶穌取下,用細麻布裹好,安放在一個從磐石鑿出來的墳墓裡,又輥過一塊石頭來擋住墓門。
46En hij kocht fijn lijnwaad, en Hem afgenomen hebbende, wond Hem in dat fijne lijnwaad, en legde Hem in een graf, hetwelk uit een steenrots gehouwen was; en hij wentelde een steen tegen de deur des grafs.
47抹大拉的馬利亞和約西的母親馬利亞都看見安放他的地方。
47En Maria Magdalena, en Maria, de moeder van Joses, aanschouwden, waar Hij gelegd werd.