1Neemt waar de maand Abib, dat gij den HEERE, uw God, pascha houdt; want in de maand Abib heeft u de HEERE, uw God, uit Egypteland uitgevoerd, bij nacht.
1逾越節(出12:1~20)“你要守亞筆月,向耶和華你的 神守逾越節,因為耶和華你的 神在亞筆月的一個晚上,把你從埃及地領出來。
2Dan zult gij den HEERE, uw God, het pascha slachten, schapen en runderen, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te doen wonen.
2你要在耶和華選擇立為他名的居所的地方,把羊和牛作逾越節的祭牲獻給耶和華你的 神。
3Gij zult niets gedesemds op hetzelve eten; zeven dagen zult gij ongezuurde op hetzelve eten, een brood der ellende, (want in der haast zijt gij uit Egypteland uitgetogen); opdat gij gedenkt aan den dag van uw uittrekken uit Egypteland, al de dagen uws levens.
3你吃這祭的時候,不可和有酵的餅一同吃;七日之內,你要吃無酵餅,就是困苦餅,因為你是急急忙忙從埃及地出來的,好使你一生的年日都可以記念你從埃及地出來的日子。
4Er zal bij u in zeven dagen geen zuurdeeg gezien worden in enige uwer landpalen; ook zal van het vlees, dat gij aan den avond van den eersten dag geslacht zult hebben, niets tot den morgen overnachten.
4七天之內,在你的全境不可見有酵。第一天晚上你獻的祭肉,一點也不可剩下,留到早晨。
5Gij zult het pascha niet mogen slachten in een uwer poorten, die de HEERE, uw God, u geeft.
5你不能在耶和華你的 神賜給你的任何一座城裡,宰殺逾越節的祭牲;
6Maar aan de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal om daar Zijn Naam te doen wonen, aldaar zult gij het pascha slachten aan den avond, als de zon ondergaat, ter bestemder tijd van uw uittrekken uit Egypte.
6只能在耶和華你的 神選擇作他名的居所的地方,晚上日落的時候,就是你出埃及的時刻,宰殺逾越節的祭牲;
7Dan zult gij het koken en eten in de plaats, die de HEERE, uw God, verkiezen zal; daarna zult gij u des morgens keren, en heengaan naar uw tenten.
7你要在耶和華你的 神選擇的地方,把祭肉煮了吃;到了早晨,你才可以回到家裡去。
8Zes dagen zult gij ongezuurde broden eten, en aan den zevenden dag is een verbods dag den HEERE, uw God; dan zult gij geen werk doen.
8六日之內你要吃無酵餅;到了第七日,要向耶和華你的 神守聖會;甚麼工都不可作。
9Zeven weken zult gij u tellen; van dat men met de sikkel begint in het staande koren, zult gij de zeven weken beginnen te tellen.
9七七節(出34:22;利23:15~21)“你要計算七個七日,從開鐮收割禾稼的時候算起,共計七個七日。
10Daarna zult gij den HEERE, uw God, het feest der weken houden; het zal een vrijwillige schatting uwer hand zijn, dat gij geven zult, naardat u de HEERE, uw God, zal gezegend hebben.
10你要向耶和華你的 神舉行七七節,照著耶和華你的 神賜福你的,盡你所能的獻上你手裡的甘心祭。
11En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, die in uw poorten is, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in het midden van u zijn; in de plaats, die de HEERE, uw God, zal verkiezen, om Zijnen Naam aldaar te doen wonen.
11你和你的兒女、僕婢,以及在你城裡的利未人、在你們中間的寄居者、孤兒和寡婦,都要在耶和華你的 神選擇作他名的居所的地方歡樂。
12En gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht geweest zijt in Egypte; en gij zult deze inzettingen houden en doen.
12你也要記得你在埃及作過奴僕;你要謹守遵行這些律例。
13Het feest der loofhutten zult gij u zeven dagen houden, als gij zult hebben ingezameld van uw dorsvloer en van uw wijnpers.
13住棚節(利23:33~43)“你從禾場上和榨酒池裡收藏了出產以後,就要舉行住棚節七日。
14En gij zult vrolijk zijn op uw feest, gij, en uw zoon, en uw dochter, en uw dienstknecht, en uw dienstmaagd, en de Leviet, en de vreemdeling, en de wees, en de weduwe, die in uw poorten zijn.
14在這節期以內,你和你的兒女、僕婢,以及住在你城裡的利未人、寄居者、孤兒和寡婦,都要歡樂。
15Zeven dagen zult gij den HEERE, uw God, feest houden, in de plaats, die de HEERE verkiezen zal; want de HEERE, uw God, zal u zegenen in al uw inkomen, en in al het werk uwer handen; daarom zult gij immers vrolijk zijn.
15你要在耶和華選擇的地方,向耶和華你的 神守節七日,因為耶和華你的 神,要在你一切土產上,和你手所作的一切事上,賜福給你,你就滿有歡樂。
16Driemaal in het jaar zal alles, wat mannelijk onder u is, voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods, verschijnen, in de plaats, die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde, en op het feest der weken, en op het feest der loofhutten; maar het zal niet ledig voor het aangezicht des HEEREN verschijnen:
16每年三次,就是在除酵節、七七節、住棚節,你所有的男丁都要在耶和華選擇的地方,朝見耶和華你的 神;但不可空手朝見耶和華。
17Een ieder, naar de gave zijner hand, naar den zegen des HEEREN, uws Gods, dien Hij u gegeven heeft.
17各人要按手中的力量,照著耶和華你的 神賜你的福,奉獻禮物。
18Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.
18設立審判官與官長“在耶和華你的 神賜給你的各城裡,你要按著各支派設立審判官和官長;他們要按著公義的判斷審判人民。
19Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.
19不可屈枉正直,不可徇人的情面,不可收受賄賂,因為賄賂能使智慧人的眼變瞎,也能使義人的話顛倒過來。
20Gerechtigheid, gerechtigheid zult gij najagen; opdat gij leeft, en erfelijk bezit het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
20你要追求公正公義,好使你能存活,並且能承受耶和華你的 神賜給你的地作產業。
21Gij zult u geen bos planten van enig geboomte, bij het altaar des HEEREN, uws Gods, dat gij u maken zult.
21禁拜偶像與邪神“在你為耶和華你的 神築的祭壇旁邊,不可栽種甚麼樹木,作亞舍拉。
22Ook zult gij u geen opgericht beeld stellen, hetwelk de HEERE, uw God, haat.
22也不可為自己豎立神柱,這是耶和華你的 神所恨惡的。”