1En het zal geschieden, indien gij der stem des HEEREN, uws Gods, vlijtiglijk zult gehoorzamen, waarnemende te doen al Zijn geboden, die ik u heden gebiede, zo zal de HEERE, uw God, u hoog zetten boven alle volken der aarde.
1遵行誡命的必蒙福(利26:3~13;申7:12~24)“如果你實在聽從耶和華你的 神的話,謹守遵行他的一切誡命,就是我今日吩咐你的,耶和華你的 神必使你超過地上所有的民族。
2En al deze zegeningen zullen over u komen, en u aantreffen, wanneer gij der stem des HEEREN uws Gods, zult gehoorzaam zijn.
2如果你聽從耶和華你的 神的話,以下這一切福氣必臨到你身上,必把你追上。
3Gezegend zult gij zijn in de stad, en gezegend zult gij zijn in het veld.
3你在城裡必蒙福,在田間也必蒙福。
4Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
4你身所生的、土地所出的、牲畜所出的、牛生殖的和羊所產的,都必蒙福。
5Gezegend zal zijn uw korf, en uw baktrog.
5你的籃子和你的摶麵盆,都必蒙福。
6Gezegend zult gij zijn in uw ingaan, gezegend zult gij zijn in uw uitgaan.
6你出必蒙福,你入也必蒙福。
7De HEERE zal geven uw vijanden, die tegen u opstaan, geslagen voor uw aangezicht; door een weg zullen zij tot u uittrekken, maar door zeven wegen zullen zij voor uw aangezicht vlieden.
7“那起來攻擊你的仇敵,耶和華必使他們在你面前被擊敗;他們從一條路出來攻擊你,必在你面前從七條路逃跑。
8De HEERE zal den zegen gebieden, dat Hij met u zij in uw schuren, en in alles, waaraan gij uw hand slaat; en Hij zal u zegenen in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.
8在你的倉房裡和你手所辦的一切事上,耶和華必吩咐福氣臨到你;在耶和華你的 神賜給你的地上,他必賜福給你。
9De HEERE zal u Zichzelven tot een heilig volk bevestigen, gelijk als Hij u gezworen heeft, wanneer gij de geboden des HEEREN, uws Gods, zult houden, en in Zijn wegen wandelen.
9如果你謹守耶和華你的 神的誡命,遵守他的道路,耶和華就必照著他向你起過的誓,立你作他自己的聖民。
10En alle volken der aarde zullen zien, dat de Naam des HEEREN over u genoemd is, en zij zullen voor u vrezen.
10地上萬民見你被稱為耶和華名下的人,就必懼怕你。
11En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands; op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.
11在耶和華向你列祖起誓應許要賜給你的土地上,他必使你身上所生的、牲畜所產的、土地所出的,都豐富有餘。
12De HEERE zal u opendoen Zijn goeden schat, den hemel, om aan uw land regen te geven te zijner tijd, en om te zegenen al het werk uwer hand; en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet ontlenen.
12耶和華必為你打開他天上的寶庫,按時降雨在你的地上,在你手裡所作的一切事上賜福給你;你要借貸給許多國的民,卻不會向人借貸。
13En de HEERE zal u tot een hoofd maken, en niet tot een staart, en gij zult alleenlijk boven zijn, en niet onder zijn; wanneer gij horen zult naar de geboden des HEEREN, uws Gods, die ik u heden gebiede te houden en te doen;
13耶和華必使你作頭不作尾,居上不居下,只要你聽從耶和華你的 神的誡命,就是我今日吩咐你的,謹守遵行;
14En gij niet afwijken zult van al de woorden, die ik ulieden heden gebiede, ter rechterhand of ter linkerhand, dat gij andere goden nawandelt, om hen te dienen.
14不可偏離我今日吩咐你的一切話,不偏左也不偏右,以致去隨從和事奉別的神。
15Daarentegen zal het geschieden, indien gij de stem des HEEREN, uws Gods, niet zult gehoorzaam zijn, om waar te nemen, dat gij doet al Zijn geboden en Zijn inzettingen, die ik u heden gebiede; zo zullen al deze vloeken over u komen, en u treffen.
15違命的必受咒詛(利26:14~45)“但是,如果你不聽從耶和華你 神的話,不謹守遵行我今日吩咐你的一切誡命和律例,以下這一切咒詛就必臨到你身上,把你趕上。
16Vervloekt zult gij zijn in de stad, en vervloekt zult gij zijn in het veld.
16你在城裡必受咒詛,在田間也必受咒詛。
17Vervloekt zal zijn uw korf, en uw baktrog.
17你的籃子和摶麵盆都必受咒詛。
18Vervloekt zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.
18你身所生的、土地所出的、牛生殖的和羊所產的,都必受咒詛。
19Vervloekt zult gij zijn in uw ingaan, en vervloekt zult gij zijn in uw uitgaan.
19你出必受咒詛,你入也必受咒詛。
20De HEERE zal onder u zenden den vloek, de verstoring en het verderf, in alles, waaraan gij uw hand slaat, dat gij doen zult; totdat gij verdelgd wordt, en totdat gij haastelijk omkomt, vanwege de boosheid uwer werken, waarmede gij Mij verlaten hebt.
20“耶和華必在你手所作的一切事上,使咒詛、紛亂和責備臨到你身上,直到你被消滅,速速地滅亡,因為你行惡,離棄了我的緣故。
21De HEERE zal u de pestilentie doen aankleven, totdat Hij u verdoe van het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
21耶和華必使瘟疫隨著你,直到他把你從你進去得為業的地上滅絕了。
22De HEERE zal u slaan met tering, en met koorts, en met vurigheid, en met hitte, en met droogte, en met brandkoren, en met honigdauw, die u vervolgen zullen, totdat gij omkomt.
22耶和華必用癆病、熱病、炎症、瘧疾、乾旱、旱風和霉爛打擊你;它們必追趕你,直到你滅亡。
23En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn.
23你頭上的天必變成銅,你腳下的地必變成鐵。
24De HEERE, uw God, zal pulver en stof tot regen uws lands geven; van den hemel zal het op u nederdalen, totdat gij verdelgd wordt.
24耶和華必使你地上的雨水變為飛沙塵土,從天上下到你身上,直到你被消滅。
25De HEERE zal u geslagen geven voor het aangezicht uwer vijanden; door een weg zult gij tot hem uittrekken, en door zeven wegen zult gij voor zijn aangezicht vlieden; en gij zult van alle koninkrijken der aarde beroerd worden.
25耶和華必使你在仇敵面前被擊敗;你從一條路出去攻擊他們,必在他們面前從七條路逃跑;你必成為天下萬國驚駭的對象。
26En uw dood lichaam zal aan alle gevogelte des hemels, en aan de beesten der aarde tot spijze zijn; en niemand zal ze afschrikken.
26你的屍體必成為空中的飛鳥和地上的走獸的食物;必沒有人來把牠們嚇走。
27De HEERE zal u slaan met zweren van Egypte, en met spenen, en met droge schurft, en met krauwsel, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden.
27“耶和華必用埃及人的瘡、痔漏、牛皮癬、紅疹打擊你,這是你不能醫治的。
28De HEERE zal u slaan met onzinnigheid, en met blindheid, en met verbaasdheid des harten;
28耶和華必用癲狂、眼瞎、心亂打擊你;
29Dat gij op den middag zult omtasten, gelijk als een blinde omtast in het donkere, en uw wegen niet zult voorspoedig maken; maar gij zult alleenlijk verdrukt en beroofd zijn alle dagen, en er zal geen verlosser zijn.
29你必在中午的時候摸索,好像瞎子在黑暗中摸索一樣;你的道路必不亨通;你必日日受欺壓、被搶奪,沒有人拯救你。
30Gij zult een vrouw ondertrouwen, maar een ander zal haar beslapen; een huis zult gij bouwen, maar daarin niet wonen; een wijngaard zult gij planten, maar dien niet gemeen maken.
30你和女子訂了婚,別人必和她同寢;你建造房屋,必不得住在裡面;你栽種葡萄園,必不得享用它的果子。
31Uw os zal voor uw ogen geslacht worden, maar gij zult daarvan niet eten; uw ezel zal van voor uw aangezicht geroofd worden, en tot u niet wederkeren; uw klein vee zal aan uw vijanden gegeven worden, en voor u zal geen verlosser zijn.
31你的牛在你眼前被宰了,你必不得吃牠的肉;你的驢從你面前被搶奪了,必不歸還給你;你的羊群交給了你的仇敵,必沒有人拯救。
32Uw zonen en uw dochteren zullen aan een ander volk gegeven worden, dat het uw ogen aanzien, en naar hen bezwijken den gansen dag; maar het zal in het vermogen uwer hand niet zijn.
32你的兒女必被交給別國的民,你必親眼看見,日日為他們焦慮;你必無能為力。
33De vrucht van uw land en al uw arbeid zal een volk eten, dat gij niet gekend hebt; en gij zult alle dagen alleenlijk verdrukt en gepletterd zijn.
33你土地的出產和你勞碌得來的一切,都必被你不認識的民族吃盡;你必常常受壓迫和壓制;
34En gij zult onzinnig zijn, vanwege het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
34你因親眼看見的,必要瘋狂。
35De HEERE zal u slaan met boze zweren, aan de knieen en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel.
35耶和華必用毒瘡打擊你的雙膝和雙腿,由踵至頂,使你無法醫治。
36De HEERE zal u, mitsgaders uw koning, dien gij over u zult gesteld hebben, doen gaan tot een volk, dat gij niet gekend hebt, noch uw vaderen; en aldaar zult gij dienen andere goden, hout en steen.
36耶和華必把你和你所立統治你的君王,領到你和你的列祖都不認識的國那裡去;在那裡你必事奉別的神,就是木頭石頭所做的神。
37En gij zult zijn tot een schrik, tot een spreekwoord en tot een spotrede, onder al de volken, waarheen u de HEERE leiden zal.
37在耶和華要領你去的各民族中,你必成為使人驚駭、使人嘲笑和諷刺的對象。
38Gij zult veel zaads op den akker uitbrengen, maar gij zult weinig inzamelen; want de sprinkhaan zal het verteren.
38“你帶到田間的種子雖然很多,但收進來的卻很少,因為蝗蟲把它吞吃了。
39Wijngaarden zult gij planten, en bouwen, maar gij zult geen wijn drinken, noch iets vergaderen; want de worm zal het afeten.
39你栽種修理葡萄園,必不得收葡萄,也不得喝葡萄酒,因為蟲子把它吃盡了。
40Olijfbomen zult gij hebben in al uw landpalen, maar gij zult u met olie niet zalven; want uw olijfboom zal zijn vrucht afwerpen.
40你全境必有橄欖樹,卻沒有油抹身,因為你的橄欖還未成熟就脫落了。
41Zonen en dochteren zult gij gewinnen, maar zij zullen voor u niet zijn; want zij zullen in gevangenis gaan.
41你必生兒養女,卻不是屬你的,因為他們都要被擄去。
42Al uw geboomte, en de vrucht uws lands zal het boos gewormte erfelijk bezitten.
42你所有的樹木和你土地的出產,都必被害蟲吃光。
43De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen.
43住在你中間的寄居者必漸漸高升,比你高而又高;你必漸漸下降,低而又低。
44Hij zal u lenen, maar gij zult hem niet lenen; hij zal tot een hoofd zijn, en gij zult tot een staart zijn.
44他要借給你,你卻不能借給他;他必作頭,你必作尾。
45En al deze vloeken zullen over u komen, en u vervolgen, en u treffen, totdat gij verdelgd wordt; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam zult geweest zijn, om te houden Zijn geboden en Zijn inzettingen, die Hij u geboden heeft.
45這一切咒詛必臨到你,必追趕你,必把你追上,直到你被消滅,因為你不聽從耶和華你的 神的話,沒有遵守他吩咐你的誡命和律例。
46En zij zullen onder u tot een teken, en tot een wonder zijn, ja, onder uw zaad tot in eeuwigheid.
46這些咒詛必在你和你的後裔身上成為異蹟和奇事,直到永遠。
47Omdat gij den HEERE, uw God, niet gediend zult hebben met vrolijkheid en goedheid des harten, vanwege de veelheid van alles;
47因為你在這樣富足的時候,沒有以歡樂和高興的心來事奉耶和華你的 神,
48Zo zult gij uw vijanden, die de HEERE onder u zenden zal, dienen, in honger en in dorst, en in naaktheid, en in gebrek van alles; en Hij zal een ijzeren juk op uw hals leggen, totdat Hij u verdelge.
48所以你必在飢餓、乾渴、赤身露體和缺乏之中,去事奉耶和華派來攻擊你的仇敵;他必把鐵軛放在你的頸項上,直到把你消滅。
49De HEERE zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, gelijk als een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan;
49“耶和華必從遠方,從地極把一國的民帶來,像鷹一般飛來攻擊你;這民的語言你不會聽;
50Een volk, stijf van aangezicht, dat het aangezicht des ouden niet zal aannemen, noch den jonge genadig zijn.
50這民臉無羞恥,不顧老年人的情面,也不恩待青年人。
51En het zal de vrucht uwer beesten, en de vrucht uws lands opeten, totdat gij verdelgd zult zijn; hetwelk u geen koren, most noch olie, voortzetting uwer koeien noch kudden van uw klein vee zal overig laten, totdat Hij u verdoe.
51他們必吞吃你牲畜所生的和你土地所產的,直到把你消滅;必不給你留下五穀、新酒和油、幼小的牛,以及肥嫩的羊,直到使你滅亡為止。
52En het zal u beangstigen in al uw poorten, totdat uw hoge en vaste muren nedervallen, op welke gij vertrouwdet in uw ganse land; ja, het zal u beangstigen in al uw poorten, in uw ganse land, dat u de HEERE, uw God, gegeven heeft.
52他們必把你圍困在你的各城裡,直到在你的全境內你所倚靠高大和堅固的城牆都被攻陷;他們必把你圍困在耶和華你的 神賜給你的全地的各城裡。
53En gij zult eten de vrucht uws buiks, het vlees uwer zonen en uwer dochteren, die u de HEERE, uw God, gegeven zal hebben; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijanden u zullen benauwen
53你在仇敵圍困和窘迫你的時候,要吃你身所生的,就是吃耶和華你的 神賜給你的兒女的肉。
54Aangaande den man, die teder onder u, en die zeer wellustig geweest is, zijn oog zal kwaad zijn tegen zijn broeder en tegen de huisvrouw zijns schoots, en tegen zijn overige zonen, die hij overgehouden zal hebben;
54你們中間溫柔嫩弱的男人,必敵視自己的兄弟、懷中的妻子和餘剩的兒女;
55Dat hij niet aan een van die zal geven van het vlees zijner zonen, die hij eten zal, omdat hij voor zich niets heeft overgehouden; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u in al uw poorten zal benauwen.
55甚至在你的仇敵圍困和窘迫你在各城裡的時候,他要吃自己兒女的肉,卻不肯分給他們任何人,因為他沒有甚麼剩下的。
56Aangaande de tedere en wellustige vrouw onder u, die niet verzocht heeft haar voetzool op de aarde te zetten, omdat zij zich wellustig en teder hield; haar oog zal kwaad zijn tegen den man haars schoots, en tegen haar zoon, en tegen haar dochter;
56你們中間溫柔嬌嫩的婦人,素來因為溫柔嬌嫩不肯把腳掌踏在地上,現在必敵視自己懷中的丈夫和自己的兒女。
57En dat om haar nageboorte, die van tussen haar voeten uitgegaan zal zijn, en om haar zonen, die zij gebaard zal hebben; want zij zal hen eten in het verborgene, vermits gebrek van alles; in de belegering en in de benauwing, waarmede uw vijand u zal benauwen in uw poorten.
57她暗中把自己兩腿之間出來的嬰孩,和自己生的兒女吃掉,因為在你的仇敵圍困和窘迫你在各城裡的時候,她甚麼都沒有了。
58Indien gij niet zult waarnemen te doen al de woorden dezer wet, die in dit boek geschreven zijn, om te vrezen dezen heerlijken en vreselijken Naam den HEERE uw God;
58“如果你不謹守遵行寫在這書上的這律法的一切話,不敬畏這榮耀和可畏的名,就是耶和華你的 神,
59Zo zal de HEERE uw plagen wonderlijk maken, mitsgaders de plagen van uw zaad; het zullen grote en gewisse plagen, en boze en gewisse krankten zijn.
59耶和華就必使你和你的後裔遭受奇災,就是大而長久的災,毒而長久的病。
60En Hij zal op u doen keren alle kwalen van Egypte, voor dewelke gij gevreesd hebt, en zij zullen u aanhangen.
60他必使你懼怕的埃及人的各種疾病都臨到你身上,緊緊地纏著你。
61Ook alle krankte, en alle plage, die in het boek dezer wet niet geschreven is, zal de HEERE over u doen komen, totdat gij verdelgd wordt.
61又把這律法書上沒有記載的各樣災病,都降在你身上,直到你被消滅。
62En gij zult met weinige mensen overgelaten worden, in plaats dat gij geweest zijt als de sterren des hemels in menigte; omdat gij der stem des HEEREN, uws Gods, niet gehoorzaam geweest zijt.
62你們以前雖然像天上的星那麼多,現在剩下的人數卻寥寥可數,因為你不聽從耶和華你的 神的話。
63En het zal geschieden, gelijk als de HEERE Zich over ulieden verblijdde, u goed doende en u vermenigvuldigende, alzo zal Zich de HEERE over u verblijden, u verdoende en u verdelgende; en gij zult uitgerukt worden uit het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven.
63先前耶和華怎樣喜歡你們得好處,使你們人數眾多,將來也必怎樣喜歡你們滅亡,把你們消滅;你們必從要進去得為業的地上被拔除。
64En de HEERE zal u verstrooien onder alle volken, van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; en aldaar zult gij andere goden dienen, die gij niet gekend hebt, noch uw vaders, hout en steen.
64耶和華必使你分散在萬民中,從地的這邊到地的那邊;在那裡你要事奉你和你的列祖不認識的別的神,就是木頭和石頭做的神。
65Daartoe zult gij onder dezelve volken niet stil zijn, en uw voetzool zal geen rust hebben; want de HEERE zal u aldaar een bevend hart geven, en bezwijking der ogen, en mattigheid der ziel.
65在那些國中,你必不得安息,也沒有腳掌歇息的地方;耶和華卻必使你在那裡心中發顫,眼目憔悴,精神頹廢。
66En uw leven zal tegenover u hangen; en gij zult nacht en dag schrikken, en gij zult van uw leven niet zeker zijn.
66你未來的生命必懸而不定;你必晝夜恐懼,生命難保。
67Des morgens zult gij zeggen: Och, dat het avond ware; en des avonds zult gij zeggen: Och, dat het morgen ware; vermits den schrik uws harten, waarmede gij zult verschrikt zijn, en vermits het gezicht uwer ogen, dat gij zien zult.
67因你心裡的懼怕驚恐和你眼中看見的景象,早晨你必說:‘但願現在是晚上!’晚上你必說:‘但願現在是早晨!’
68En de HEERE zal u naar Egypte doen wederkeren in schepen, door een weg, waarvan ik u gezegd heb: Gij zult dien niet meer zien; en aldaar zult gij u aan uw vijanden willen verkopen tot dienstknechten en tot dienstmaagden; maar er zal geen koper zijn.
68耶和華必用船把你送回埃及去,走我曾經告訴你,你不得再見的那條路;在那裡你們必賣身給你的仇敵作奴僕和作婢女,卻沒有人買。”