1Toen zeide de HEERE tot Mozes: Houw u twee stenen tafelen, gelijk de eerste waren, zo zal Ik op de tafelen schrijven dezelfde woorden, die op de eerste tafelen geweest zijn, die gij gebroken hebt.
1重做法版(申10:1~5)耶和華對摩西說:“你要鑿出兩塊石版,好像先前的一樣,我要把先前寫在你摔碎了的石版上的字寫在這兩塊石版上。
2En wees bereid tegen den morgenstond; dat gij in den morgenstond op den berg Sinai klimt, en stel u aldaar voor Mij, op den top des bergs.
2早晨之前,你要預備好了;到早晨的時候,你要上到西奈山來,在山頂上站在我面前。
3En niemand zal met u opklimmen; dat er ook niemand gezien worde op den gansen berg; ook het kleine vee, noch runderen zullen tegenover dezen berg niet weiden.
3誰也不准同你一起上來,整個山都不准有人出現,也不准牛羊在這山前吃草。”
4Toen hieuw hij twee stenen tafelen, gelijk de eerste; en Mozes stond des morgens vroeg op, en klom op den berg Sinai, gelijk als hem de HEERE geboden had; en hij nam de twee stenen tafelen in zijn hand.
4摩西就鑿了兩塊石版,好像先前的一樣。他一早起來,照著耶和華吩咐他的,上到西奈山去,手裡拿著兩塊石版。
5De HEERE nu kwam nederwaarts in een wolk, en stelde Zich aldaar bij hem; en Hij riep uit den Naam des HEEREN.
5耶和華在雲彩中降下來,與摩西一同站在那裡,並且宣告耶和華的名字。
6Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid.
6耶和華在摩西面前經過,並且宣告說:“耶和華,耶和華,是有憐憫有恩典的 神,不輕易發怒,並且有豐盛的慈愛和誠實,
7Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.
7為千千萬萬人留下慈愛,赦免罪孽、過犯和罪惡。一定要清除罪,追討罪孽自父及子至孫,直到三四代。”
8Mozes nu haastte zich en neigde het hoofd ter aarde, en hij boog zich.
8摩西急忙俯首在地敬拜,
9En hij zeide: Heere! indien ik nu genade gevonden heb in Uw ogen, zo ga nu de Heere in het midden van ons, want dit is een hardnekkig volk; doch vergeef onze ongerechtigheid en onze zonde, en neem ons aan tot een erfdeel!
9說:“主啊,我若是在你眼前蒙恩,求我主與我們同行,因為這是硬著頸項的人民。又求你赦免我們的罪孽和我們的罪惡,把我們當作你的產業。”
10Toen zeide Hij: Zie, Ik maak een verbond; voor uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des HEEREN werk zien zal, dat het schrikkelijk is, hetwelk Ik met u doe.
10重新立約(出23:14~19;申7:1~5,16:1~17)耶和華說:“看哪,我要立約,我要在你全體的人民面前作奇妙的事,是在全地萬國中沒有行過的。在你四周的萬民都必看見耶和華的作為,因為我向你所行的是可畏懼的事。
11Onderhoudt gij hetgeen Ik u heden gebiede! zie, Ik zal voor uw aangezicht uitdrijven de Amorieten, en de Kanaanieten, en de Hethieten, en de Ferezieten, en de Hevieten, en de Jebusieten.
11我今天吩咐你的,你務要遵守。看哪,我要把亞摩利人、迦南人、赫人、比利洗人、希未人、耶布斯人,從你面前趕逐出去。
12Wacht u, dat gij toch geen verbond maakt met den inwoners des lands, waarin gij komen zult; dat hij misschien niet tot een strik worde in het midden van u.
12你要小心,不可與你所去的那地的居民立約,恐怕這事在你中間成為陷阱。
13Maar hun altaren zult gijlieden omwerpen, en hun opgerichte beelden zult gij verbreken, en hun bossen zult gij afhouwen.
13他們的祭壇你們卻要拆毀,他們的柱像你們要打碎,他們的亞舍拉你們要砍下。
14(Want gij zult u niet buigen voor een anderen god; want des HEEREN Naam is Ijveraar! een ijverig God is Hij!)
14你不可敬拜別的神,因為耶和華是忌邪的 神,他名為忌邪者。
15Opdat gij misschien geen verbond maakt met den inwoner van dat land; en zij hun goden niet nahoereren, noch hun goden offerande doen, en hij u nodigende, gij van hun offerande etet.
15恐怕你與那地的居民立約,他們隨從自己的神行邪淫,給自己的神獻祭的時候,有人叫你,你就吃他的祭物;
16En gij voor uw zonen vrouwen neemt van hun dochteren; en hun dochteren, haar goden nahoererende, maken, dat ook uw zonen haar goden nahoereren.
16又恐怕你給你的兒子娶他們的女兒為妻,他們的女兒隨從自己的神行邪淫的時候,使你的兒子也隨從她們的神行邪淫。
17Gij zult u geen gegoten goden maken.
17你不可為自己鑄造神像。
18Het feest der ongezuurde broden zult gij houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, gelijk Ik u geboden heb, ter gezetter tijd der maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgegaan.
18“你要守除酵節,要照著我吩咐你的,在亞筆月內所定的時期吃無酵餅七天,因為你是在亞筆月從埃及出來的。
19Al wat de baarmoeder opent, is Mijn; ja, al uw vee, dat mannelijk zal geboren worden, openende de baarmoeder van het grote en kleine vee.
19凡是頭胎的都是我的;你的牲畜中,無論是牛或羊,凡是公的和頭生的,都是我的。
20Doch den ezel, die de baarmoeder opent, zult gij met een stuk klein vee lossen; maar indien gij hem niet zult lossen, zo zult gij hem den nek breken. Al de eerstgeborenen uwer zonen zult gij lossen, en men zal voor Mijn aangezicht niet ledig verschijnen.
20頭生的驢,你要用羊代贖,如果不代贖,就要打斷牠的頸項。你所有頭胎的兒子,你都要代贖出來。沒有人可以空手見我。
21Zes dagen zult gij arbeiden, maar op den zevenden dag zult gij rusten; in den ploegtijd en in den oogst zult gij rusten.
21“你六日要工作,但第七天你要休息,在耕種和收割的時候,也要休息。
22Het feest der weken zult gij ook houden, zijnde het feest der eerstelingen van den tarweoogst, en het feest der inzameling, als het jaar om is.
22在收割初熟麥子的時候,你要守七七節;在年底,你要過收割節。
23Al wat mannelijk is onder u zal driemaal in het jaar verschijnen voor het aangezicht des Heeren HEEREN, den God van Israel.
23你所有的男子,都要一年三次去見主耶和華以色列的 神。
24Wanneer Ik de volken voor uw aangezicht uit de bezitting zal verdrijven, en uw landpalen verwijden, dan zal niemand uw land begeren, terwijl gij henen opgaan zult, om te verschijnen voor het aangezicht des HEEREN uws Gods, driemaal in het jaar.
24我要把列國從你面前趕出去,擴張你的境界;你一年三次上去面見耶和華你的 神的時候,必沒有人貪圖你的地。
25Gij zult het bloed van Mijn slachtoffer niet offeren met gedesemd brood; het slachtoffer van het paasfeest zal ook niet vernachten tot den morgen.
25“你不可把我祭物的血和有酵的餅一同獻上,逾越節的祭物也不可留到早晨。
26De eerstelingen van de eerste vruchten uws lands zult gij in het huis des HEEREN uws Gods brengen. Gij zult het bokje in de melk zijner moeder niet koken.
26你要把你地裡最早生產的初熟之物送到耶和華你的 神的殿裡。不可用羊羔母的奶去煮羊羔。”
27Verder zeide de HEERE tot Mozes: Schrijf u deze woorden; want naar luid dezer woorden heb Ik een verbond met u en met Israel gemaakt.
27耶和華對摩西說:“你要把這些話寫上,因為我是按著這些話與你和以色列人立約的。”
28En hij was aldaar met den HEERE, veertig dagen en veertig nachten; hij at geen brood, en hij dronk geen water; en Hij schreef op de tafelen de woorden des verbonds, de tien woorden.
28摩西在那裡與耶和華在一起共四十晝夜,不吃飯,也不喝水。他把這約的話寫在兩塊版上,這就是十誡。
29En het geschiedde, toen Mozes van den berg Sinai afging (de twee tafelen der getuigenis nu waren in de hand van Mozes, als hij van den berg afging), zo wist Mozes niet, dat het vel zijns aangezichts glinsterde, toen Hij met hem sprak.
29摩西從山上下來摩西從西奈山下來的時候,手裡拿著兩塊法版;摩西從山上下來的時候,不知道自己的臉皮因為與耶和華談過話而發光。
30Als nu Aaron en al de kinderen Israels Mozes aanzagen, ziet, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden.
30亞倫和全體以色列人看見了摩西,見他臉上發光,就害怕接近他。
31Toen riep Mozes hen; en Aaron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.
31摩西叫他們過來,於是,亞倫和會眾中所有的首領才回到摩西那裡去,摩西就與他們談話。
32En daarna traden al de kinderen Israels toe; en hij gebood hun al wat de HEERE met hem gesproken had op den berg Sinai.
32以後,全體以色列人都近前來,摩西就把耶和華在西奈山上與他所說的一切話都吩咐他們。
33Alzo eindigde Mozes met hen te spreken, en hij had een deksel op zijn aangezicht gelegd.
33摩西和他們說完了話,就用帕子蒙上自己的臉。
34Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij het deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israels, wat hem geboden was.
34每逢摩西進到耶和華面前與他談話的時候,就把帕子揭去,直到他出來。他出來了,就把耶和華吩咐他的對以色列人說。
35Zo zagen dan de kinderen Israels het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken.
35以色列人看見摩西的臉,見他的臉皮發光。摩西再用帕子蒙上自己的臉,直到他進去和耶和華說話為止。