1Te dien tijd zond Merodach Baladan, de zoon van Baladan, de koning van Babel, brieven en een geschenk aan Hizkia; want hij had gehoord dat hij krank geweest en weder sterk geworden was.
1希西家展示所有寶物(王下20:12~15。參代下32:27~31)那時,巴比倫王巴拉但的兒子米羅達.巴拉但,聽說希西家病了,又痊愈了,就派人送信和禮物給希西家。
2En Hizkia verblijdde zich over hen, en hij toonde hun zijn schathuis, het zilver, en het goud, en de specerijen, en de beste olie, en zijn ganse wapenhuis, en al wat gevonden werd in zijn schatten; er was geen ding in zijn huis, noch in zijn ganse heerschappij, dat Hizkia hun niet toonde.
2希西家就十分高興,並且把他的寶庫、銀子、金子、香料和貴重的油,以及他整個武器庫裡和他府庫裡的一切物件,都給使者們看;他家裡和他全國裡的東西,希西家沒有一樣不給他們看。
3Toen kwam de profeet Jesaja tot den koning Hizkia, en zeide tot hem: Wat hebben die mannen gezegd, en van waar zijn zij tot u gekomen? En Hizkia zeide: Zij zijn uit verren lande tot mij gekomen, uit Babel.
3於是以賽亞先知來見希西家王,問他說:“這些人說了些甚麼?他們從哪裡來見你?”希西家說:“他們是從遠方的巴比倫來見我的。”
4En hij zeide: Wat hebben zij gezien in uw huis? En Hizkia zeide: Zij hebben alles gezien, wat in mijn huis is; geen ding is er in mijn schatten, dat ik hun niet getoond heb.
4以賽亞又問:“他們在你家裡看見了甚麼?”希西家回答:“我家中所有的,他們都看了;我的財寶中,沒有一樣不給他們看。”
5Toen zeide Jesaja tot Hizkia: Hoor het woord des HEEREN der heirscharen.
5以賽亞預言被擄(王下20:16~19)以賽亞對希西家說:“你要聽萬軍之耶和華的話。
6Zie, de dagen komen, dat al wat in uw huis is, en wat uw vaders opgelegd hebben tot een schat tot op dezen dag, naar Babel weggevoerd zal worden; er zal niets overgelaten worden, zegt de HEERE.
6看哪!日子必到,你家中所有的,以及你列祖所積蓄到今日的,都要被帶到巴比倫去,一樣也不留,這是耶和華說的。
7Daartoe zullen zij van uw zonen, die uit u zullen voortkomen, die gij gewinnen zult, nemen, dat zij hovelingen zijn in het paleis des konings van Babel.
7從你所出的眾子,就是你所生的,其中必有被擄去的,在巴比倫王宮裡作太監。”
8Maar Hizkia zeide tot Jesaja: Het woord des HEEREN, dat gij gesproken hebt, is goed. Ook zeide hij: Doch het zij vrede en waarheid in mijn dagen!
8希西家對以賽亞說:“你所說耶和華的話不錯呀!”因為他心裡想:“在我有生之日,必有平安和穩固。”