1En het feest der ongehevelde broden, genaamd pascha, was nabij.
1商議怎樣殺害耶穌(太26:1~5;可14:1~2、10~11。參約11:45~53)除酵節又名逾越節近了。
2En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem ombrengen zouden; want zij vreesden het volk.
2祭司長和經學家設法怎樣殺害耶穌,因為他們懼怕群眾。
3En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskariot, zijnde uit het getal der twaalven.
3那時,撒但已經進入加略人猶大的心,他原是十二門徒中的一個。
4En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren.
4他去與祭司長和守殿官商量怎樣把耶穌交給他們。
5En zij waren verblijd, en zijn het eens geworden, dat zij hem geld geven zouden.
5他們很高興,約定了給他銀子。
6En hij beloofde het, en zocht gelegenheid, om Hem hun over te leveren, zonder oproer.
6他答應了,就尋找機會,要趁群眾不在的時候,把耶穌交給他們。
7En de dag der ongehevelde broden kwam, op denwelken het pascha moest geslacht worden.
7預備逾越節的筵席(太26:17~19;可14:12~16)除酵日到了,在這一天應當宰殺逾越節的羊羔。
8En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het pascha, opdat wij het eten mogen.
8耶穌差派彼得和約翰,說:“你們去為我們預備逾越節的晚餐給我們吃。”
9En zij zeiden tot Hem: Waar wilt Gij, dat wij het bereiden?
9他們說:“你要我們在哪裡預備呢?”
10En Hij zeide tot hen: Ziet, als gij in de stad zult gekomen zijn, zo zal u een mens ontmoeten, dragende een kruik waters; volgt hem in het huis, daar hij ingaat.
10他說:“你們進了城,必有一個人頂著水罐,迎面而來,你們就跟著他,到他所進的那一家,
11En gij zult zeggen tot den huisvader van dat huis: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal, daar Ik het pascha met Mijn discipelen eten zal?
11對家主說,老師問你:‘客廳在哪裡?我和門徒好在那裡吃逾越節的晚餐。’
12En hij zal u een grote toegeruste opperzaal wijzen, bereidt het aldaar.
12他必指示你們樓上一間布置整齊的大房子,你們就在那裡預備。”
13En zij, heengaande, vonden het, gelijk Hij hun gezegd had, en bereidden het pascha.
13他們去了,所遇見的正像耶穌所說的一樣,就預備好了逾越節的晚餐。
14En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem.
14最後的晚餐(太26:20~24、26~29;可14:17~21;約13:21~30。參林前11:23~25)到了時候,耶穌和使徒一同吃飯。
15En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
15他說:“我十分願意在受難以前,跟你們吃這逾越節的晚餐。
16Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods.
16我告訴你們,我決不再吃這晚餐,直到它成就在 神的國裡。”
17En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt dezen, en deelt hem onder ulieden.
17耶穌接過杯來,感謝了,說:“你們拿這個,大家分著喝。
18Want Ik zeg u, dat Ik niet drinken zal van de vrucht des wijnstoks, totdat het Koninkrijk Gods zal gekomen zijn.
18我告訴你們,從今以後,我決不再喝這葡萄酒,直到 神的國來臨。”
19En Hij nam brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en gaf het hun, zeggende: Dat is Mijn lichaam, hetwelk voor u gegeven wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.
19他拿起餅來,感謝了,擘開遞給他們,說:“這是我的身體,為你們捨的,你們應當這樣行,為的是記念我。”
20Desgelijks ook den drinkbeker na het avondmaal, zeggende: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt.
20飯後,他照樣拿起杯來,說:“這杯是用我的血所立的新約,這血是為你們流的。
21Doch ziet, de hand desgenen, die Mij verraadt, is met Mij aan de tafel.
21你看,出賣我的人的手和我一同在桌子上,
22En de Zoon des mensen gaat wel heen, gelijk besloten is; doch wee dien mens, door welken Hij verraden wordt!
22人子固然要照所預定的離世,但出賣人子的那人有禍了!”
23En zij begonnen onder elkander te vragen, wie van hen het toch mocht zijn, die dat doen zou.
23於是,門徒彼此對問,他們中間誰要作這事。
24En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn.
24門徒再爭論誰最大門徒中間又起了爭論:他們中間誰是最大的。
25En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd.
25耶穌對他們說:“各國都有君王統治他們,他們的掌權者稱為恩主,
26Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient.
26但你們卻不要這樣;你們中間最大的,應當像最小的;作首領的,應當像服事人的。
27Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient.
27哪一個大呢?是坐著吃喝的還是服事人的呢?不是坐著吃喝的嗎?然而我在你們中間,如同服事人的。
28En gij zijt degenen, die met Mij steeds gebleven zijt in Mijn verzoekingen.
28我在磨煉之中,常常和我同在的就是你們。
29En Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft;
29父怎樣把王權賜給我,我也照樣賜給你們,
30Opdat gij eet en drinkt aan Mijn tafel in Mijn Koninkrijk, en zit op tronen, oordelende de twaalf geslachten Israels.
30叫你們在我的國裡坐在我的席上吃喝,又坐在寶座上審判以色列的十二支派。
31En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe;
31預言彼得不認主(太26:31~35;可14:27~31;約13:36~38)“西門,西門,撒但設法要得著你們,好篩你們像篩麥子一樣;
32Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.
32但我已經為你祈求,叫你的信心不至失掉。你回頭的時候,要堅固你的弟兄。”
33En hij zeide tot Hem: Heere, ik ben bereid, met U ook in de gevangenis en in den dood te gaan.
33彼得說:“主啊!我已經準備好要跟你一同下監,一同死。”
34Maar Hij zeide: Ik zeg u, Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult verloochend hebben, dat gij Mij kent.
34耶穌說:“彼得,我告訴你,今天雞叫以前,你會三次說不認得我。”
35En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets.
35要帶錢囊、口袋和刀耶穌又對他們說:“從前我差你們出去,沒有帶錢囊、口袋、鞋子,你們缺乏甚麼沒有?”他們說:“沒有。”
36Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard.
36耶穌說:“但現在,有錢囊的應當帶著,有口袋的也是這樣;沒有刀的,要賣掉衣服去買刀。
37Want Ik zeg u, dat nog dit, hetwelk geschreven is, in Mij moet volbracht worden, namelijk: En Hij is met de misdadigen gerekend. Want ook die dingen, die van Mij geschreven zijn, hebben een einde.
37我告訴你們,‘他被列在不法者之中’這句經文,必定應驗在我身上,因為關於我的事必然成就。”
38En zij zeiden: Heere! zie hier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg.
38他們說:“主啊,請看,這裡有兩把刀。”耶穌說:“夠了。”
39En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar den Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.
39在客西馬尼禱告(太26:36~46;可14:32~42)耶穌照常到橄欖山去,門徒也跟著他。
40En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.
40到了那裡,他對門徒說:“你們應當禱告,免得陷入試探。”
41En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,
41於是耶穌離開他們約有扔一塊石頭那麼遠,跪下禱告說:
42Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
42“父啊,如果你願意,就把這杯拿走!但不要成就我的意思,只要成就你的旨意。”
43En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte.
43(有些抄本有第43、44節:“有一位天使從天上顯現,加給他力量。耶穌非常傷痛,禱告更加懇切,汗如大血點滴在地上。”)
44En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
44
45En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.
45他禱告完了,就起來到門徒那裡,看見他們因為憂愁都睡著了,
46En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.
46就說:“你們為甚麼睡覺呢?起來禱告!免得陷入試探。”
47En als Hij nog sprak, ziet daar een schare; en een van de twaalven, die genaamd was Judas, ging hun voor, en kwam bij Jezus, om Hem te kussen.
47耶穌被捕(太26:47~56;可14:43~50;約18:3~11)耶穌還在說話的時候,來了一群人,十二門徒中的猶大走在前頭,到了耶穌跟前要用嘴親他。
48En Jezus zeide tot hem: Judas, verraadt gij den Zoon des mensen met een kus?
48耶穌對他說:“猶大,你用親嘴作暗號出賣人子嗎?”
49En die bij Hem waren, ziende, wat er geschieden zou, zeiden tot Hem: Heere, zullen wij met het zwaard slaan?
49左右的人見了,就說:“主啊,我們用刀砍好嗎?”
50En een uit hen sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn rechteroor af.
50他們中間有一個人砍了大祭司的僕人一刀,削掉他的右耳。
51En Jezus, antwoordende, zeide: Laat hen tot hiertoe geworden; en raakte zijn oor aan, en heelde hem.
51耶穌說:“由他們吧!”就摸那人的耳朵,醫好了他。
52En Jezus zeide tot de overpriesters, en de hoofdmannen des tempels, en ouderlingen, die tegen Hem gekomen waren: Zijt gij uitgegaan met zwaarden en stokken als tegen een moordenaar?
52耶穌對那些前來捉拿他的祭司長、守殿官和長老說:“你們帶著刀棒出來,把我當作強盜捉拿嗎?
53Als Ik dagelijks met u was in den tempel, zo hebt gij de handen tegen Mij niet uitgestoken; maar dit is uw ure, en de macht der duisternis.
53我天天跟你們在殿裡,你們不向我下手;但現在是你們的時候了,也是黑暗掌權的時候了。”
54En zij grepen Hem en leidden Hem weg, en brachten Hem in het huis des hogepriesters. En Petrus volgde van verre.
54彼得三次不認主(太26:57~58、69~75;可14:53~54、66~72;約18:12~18、25~27)他們拿住耶穌,押到大祭司家裡,彼得遠遠地跟著。
55En als zij vuur ontstoken hadden in het midden van de zaal, en zij te zamen nederzaten, zat Petrus in het midden van hen.
55他們在院內生了火,一同坐著,彼得也坐在他們中間。
56En een zekere dienstmaagd, ziende hem bij het vuur zitten, en haar ogen op hem houdende, zeide: Ook deze was met Hem.
56有一個使女,見他面向火光坐著,就注視他,說:“這人是和他一夥的。”
57Maar hij verloochende Hem, zeggende: Vrouw, ik ken Hem niet.
57彼得卻否認,說:“你這個女人,我不認得他。”
58En kort daarna een ander, hem ziende, zeide: Ook gij zijt van die. Maar Petrus zeide: Mens, ik ben niet.
58不久,另一個人看見他,就說:“你也是他們中間的一個。”彼得說:“你這個人,我不是。”
59En als het omtrent een uur geleden was, bevestigde dat een ander, zeggende: In der waarheid, ook deze was met Hem; want hij is ook een Galileer.
59大約過了一小時,又有一個人肯定地說:“這人真是和他一夥的,因為他也是加利利人。”
60Maar Petrus zeide: Mens, ik weet niet, wat gij zegt. En terstond, als hij nog sprak, kraaide de haan.
60彼得說:“你這個人,我不知道你說的是甚麼!”他還在說話的時候,雞就叫了。
61En de Heere, Zich omkerende, zag Petrus aan; en Petrus werd indachtig het woord des Heeren, hoe Hij hem gezegd had: Eer de haan zal gekraaid hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen.
61主轉過身來看彼得,彼得就想起主對他說過的話:“今天雞叫以前,你要三次說不認得我。”
62En Petrus, naar buiten gaande, weende bitterlijk.
62他就出去痛哭。
63En de mannen, die Jezus hielden, bespotten Hem, en sloegen Hem.
63公議會審問耶穌(太26:59~68;可14:55~65;約18:19~24)看管耶穌的人戲弄他,
64En als zij Hem overdekt hadden, sloegen zij Hem op het aangezicht, en vraagden Hem, zeggende: Profeteer, wie het is, die U geslagen heeft?
64蒙住他的眼睛問他:“你說預言吧,說打你的是誰。”
65En vele andere dingen zeiden zij tegen Hem, lasterende.
65他們還說了許多別的辱罵他的話。
66En als het dag geworden was, vergaderden de ouderlingen des volks, en de overpriesters en Schriftgeleerden, en brachten Hem in hun raad,
66天一亮,民間的長老、祭司長和經學家就都聚集,把他帶到他們的公議會裡,說:
67Zeggende: Zijt Gij de Christus, zeg het ons. En Hij zeide tot hen: Indien Ik het u zeg, gij zult het niet geloven;
67“你若是基督,就告訴我們吧。”耶穌說:“就算我告訴你們,你們也決不相信。
68En indien Ik ook vraag, gij zult Mij niet antwoorden, of loslaten;
68如果我問你們,你們也決不回答。
69Van nu aan zal de Zoon des mensen gezeten zijn aan de rechter hand der kracht Gods.
69從今以後,人子要坐在 神權能的右邊。”
70En zij zeiden allen: Zijt Gij dan de Zoon Gods? En Hij zeide tot hen: Gij zegt, dat Ik het ben.
70他們說:“那麼你是 神的兒子嗎?”耶穌說:“你們說了,我是。”
71En zij zeiden: Wat hebben wij nog getuigenis van node? Want wij zelven hebben het uit Zijn mond gehoord.
71他們說:“我們還需要甚麼證供呢?我們親自聽見他所說的話了。”