Dutch Staten Vertaling

聖經新譯本

Psalms

100

1Een lofzang. Gij ganse aarde! juicht den HEERE.
1感恩詩。全地應當向耶和華歡呼。(本節在《馬索拉抄本》包括細字標題)
2Dient den HEERE met blijdschap, komt voor Zijn aanschijn met vrolijk gezang.
2應當歡歡喜喜事奉耶和華,歡唱著到他的面前。
3Weet, dat de HEERE is God; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij), Zijn volk en de schapen Zijner weide.
3要知道耶和華是 神;他創造了我們,我們是屬他的(“我們是屬他的”有古抄本作“不是我們自己”);我們是他的子民,也是他草場上的羊。
4Gaat in tot Zijn poorten met lof, in Zijn voorhoven met lofgezang; looft Hem, prijst Zijn Naam.
4應當充滿感恩進入他的殿門,滿口讚美進入他的院子;要感謝他,稱頌他的名。
5Want de HEERE is goed; Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht.
5因為耶和華本是美善的,他的慈愛存到永遠,他的信實直到萬代。