1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth;
1大卫的训诲诗,交给诗班长,用丝弦的乐器伴奏,是在西弗人去对扫罗说:“大卫不是在我们中间躲藏吗?”以后作的。(本篇细字标题在《马索拉抄本》为54:1-2) 神啊!求你因你的名拯救我,求你以你的大能为我伸冤。
2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons?
2 神啊!求你垂听我的祷告,留心听我口中的言语。
3O God! verlos mij door Uw Naam, en doe mij recht door Uw macht.
3因为傲慢的人(“傲慢的人”有古抄本作“外族人”)起来攻击我,强横的人寻索我的性命;他们不把 神放在眼里。(细拉)
4O God! hoor mijn gebed; neig de oren tot de redenen mijns monds.
4看哪! 神是我的帮助;主是扶持我性命的。
5Want vreemden staan tegen mij op, en tirannen zoeken mijn ziel; zij stellen God niet voor hun ogen. Sela.
5愿灾祸报应在我仇敌的身上;愿你因你的信实消灭他们。
6Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen.
6我要甘心情愿献祭给你;耶和华啊!我必称赞你的名,因你的名是美好的。
7Hij zal dit kwaad mijn verspieders vergelden; roei hen uit door Uw waarheid. [ (Psalms 54:8) Ik zal U met vrijwilligheid offeren; ik zal Uw Naam, o HEERE! loven, want Hij is goed. ] [ (Psalms 54:9) Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden. ]
7他救我脱离了一切患难;我亲眼看见了我的仇敌灭亡。