Dutch Staten Vertaling

Hebrew: Modern

Proverbs

11

1Een bedriegelijke weegschaal is den HEERE een gruwel; maar een volkomen weegsteen is Zijn welgevallen.
1מאזני מרמה תועבת יהוה ואבן שלמה רצונו׃
2Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.
2בא זדון ויבא קלון ואת צנועים חכמה׃
3De oprechtheid der oprechten leidt hen; maar de verkeerdheid der trouwelozen verstoort hen.
3תמת ישרים תנחם וסלף בוגדים ושדם׃
4Goed doet geen nut ten dage der verbolgenheid; maar de gerechtigheid redt van den dood.
4לא יועיל הון ביום עברה וצדקה תציל ממות׃
5De gerechtigheid des oprechten maakt zijn weg recht; maar de goddeloze valt door zijn goddeloosheid.
5צדקת תמים תישר דרכו וברשעתו יפל רשע׃
6De gerechtigheid der vromen zal hen redden; maar de trouwelozen worden gevangen in hun verkeerdheid.
6צדקת ישרים תצילם ובהות בגדים ילכדו׃
7Als de goddeloze mens sterft, vergaat zijn verwachting; zelfs is de allersterkste hoop vergaan.
7במות אדם רשע תאבד תקוה ותוחלת אונים אבדה׃
8De rechtvaardige wordt uit benauwdheid bevrijd; en de goddeloze komt in zijn plaats.
8צדיק מצרה נחלץ ויבא רשע תחתיו׃
9De huichelaar verderft zijn naaste door den mond; maar door wetenschap worden de rechtvaardigen bevrijd.
9בפה חנף ישחת רעהו ובדעת צדיקים יחלצו׃
10Een stad springt op van vreugde over het welvaren der rechtvaardigen; en als de goddelozen vergaan, is er gejuich.
10בטוב צדיקים תעלץ קריה ובאבד רשעים רנה׃
11Door den zegen der oprechten wordt een stad verheven; maar door den mond der goddelozen wordt zij verbroken.
11בברכת ישרים תרום קרת ובפי רשעים תהרס׃
12Die verstandeloos is, veracht zijn naaste; maar een man van groot verstand zwijgt stil.
12בז לרעהו חסר לב ואיש תבונות יחריש׃
13Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; maar die getrouw is van geest, bedekt de zaak.
13הולך רכיל מגלה סוד ונאמן רוח מכסה דבר׃
14Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden.
14באין תחבלות יפל עם ותשועה ברב יועץ׃
15Als iemand voor een vreemde borg geworden is, hij zal zekerlijk verbroken worden; maar wie degenen haat, die in de hand klappen, is zeker.
15רע ירוע כי ערב זר ושנא תקעים בוטח׃
16Een aangename huisvrouw houdt de eer vast, gelijk de geweldigen den rijkdom vasthouden.
16אשת חן תתמך כבוד ועריצים יתמכו עשר׃
17Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees.
17גמל נפשו איש חסד ועכר שארו אכזרי׃
18De goddeloze doet een vals werk; maar voor degene, die gerechtigheid zaait, is trouwe loon.
18רשע עשה פעלת שקר וזרע צדקה שכר אמת׃
19Alzo is de gerechtigheid ten leven, gelijk die het kwade najaagt, naar zijn dood jaagt.
19כן צדקה לחיים ומרדף רעה למותו׃
20De verkeerden van hart zijn den HEERE een gruwel; maar de oprechten van weg zijn Zijn welgevallen.
20תועבת יהוה עקשי לב ורצונו תמימי דרך׃
21Hand aan hand zal de boze niet onschuldig zijn; maar het zaad der rechtvaardigen zal ontkomen.
21יד ליד לא ינקה רע וזרע צדיקים נמלט׃
22Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.
22נזם זהב באף חזיר אשה יפה וסרת טעם׃
23De begeerte der rechtvaardigen is alleenlijk het goede; maar de verwachting der goddelozen is verbolgenheid.
23תאות צדיקים אך טוב תקות רשעים עברה׃
24Er is een, die uitstrooit, denwelken nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek.
24יש מפזר ונוסף עוד וחושך מישר אך למחסור׃
25De zegenende ziel zal vet gemaakt worden; en die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden.
25נפש ברכה תדשן ומרוה גם הוא יורא׃
26Wie koren inhoudt, dien vloekt het volk; maar de zegening zal zijn over het hoofd des verkopers.
26מנע בר יקבהו לאום וברכה לראש משביר׃
27Wie het goede vroeg nazoekt, zoekt welgevalligheid; maar wie het kwade natracht, dien zal het overkomen.
27שחר טוב יבקש רצון ודרש רעה תבואנו׃
28Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof.
28בוטח בעשרו הוא יפל וכעלה צדיקים יפרחו׃
29Wie zijn huis beroert, zal wind erven; en de dwaas zal een knecht zijn desgenen, die wijs van hart is.
29עוכר ביתו ינחל רוח ועבד אויל לחכם לב׃
30De vrucht des rechtvaardigen is een boom des levens; en wie zielen vangt, is wijs.
30פרי צדיק עץ חיים ולקח נפשות חכם׃
31Ziet, den rechtvaardige wordt vergolden op de aarde, hoeveel te meer den goddeloze en zondaar!
31הן צדיק בארץ ישלם אף כי רשע וחוטא׃