Russian 1876

Dutch Staten Vertaling

Psalms

89

1(88:1) Учение Ефама Езрахита. (88:2) Милости Твои , Господи, буду петь вечно, в род и род возвещатьистину Твою устами моими.
1Een onderwijzing van Ethan, den Ezrahiet.
2(88:3) Ибо говорю: навек основана милость, на небесах утвердил Ты истину Твою, когда сказал :
2Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht.
3(88:4) „Я поставил завет с избранным Моим, клялся Давиду, рабу Моему:
3Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden; in de hemelen zelve hebt Gij Uw waarheid bevestigd, zeggende:
4(88:5) навек утвержу семя твое, в род и род устрою престол твой".
4Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen:
5(88:6) И небеса прославят чудные дела Твои, Господи, иистину Твою в собрании святых.
5Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.
6(88:7) Ибо кто на небесах сравнится с Господом? кто между сынами Божиими уподобится Господу?
6Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen.
7(88:8) Страшен Бог в великом сонме святых, страшенОн для всех окружающих Его.
7Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?
8(88:9) Господи, Боже сил! кто силен, как Ты, Господи? И истина Твоя окрест Тебя.
8God is grotelijks geducht in den raad der heiligen, en vreselijk boven allen, die rondom Hem zijn.
9(88:10) Ты владычествуешь над яростью моря: когда воздымаются волны его,Ты укрощаешь их.
9O HEERE, God der heirscharen! wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE! en Uw getrouwheid is rondom U.
10(88:11) Ты низложил Раава, как пораженного; крепкою мышцею Твоею рассеял врагов Твоих.
10Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze.
11(88:12) Твои небеса и Твоя земля; вселенную и что наполняет ее, Ты основал.
11Gij hebt Rahab verbrijzeld als een verslagene; Gij hebt Uw vijanden verstrooid met den arm Uwer sterkte.
12(88:13) Север и юг Ты сотворил; Фавор и Ермон о имени Твоем радуются.
12De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond.
13(88:14) Крепка мышца Твоя, сильна рука Твоя, высока десница Твоя!
13Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam.
14(88:15) Правосудие и правота – основание престола Твоего; милость и истина предходят пред лицем Твоим.
14Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog.
15(88:16) Блажен народ, знающий трубный зов! Они ходят во свете лица Твоего, Господи,
15Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.
16(88:17) о имени Твоем радуются весь день и правдою Твоею возносятся,
16Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent; o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen.
17(88:18) ибо Ты украшение силы их, и благоволением Твоим возвышается рог наш.
17Zij zullen zich den gansen dag verheugen in Uw Naam, en door Uw gerechtigheid verhoogd worden.
18(88:19) От Господа – щит наш, и от Святаго Израилева – царь наш.
18Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte; en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden.
19(88:20) Некогда говорил Ты в видении святому Твоему, и сказал: „Я оказал помощь мужественному, вознес избранного из народа.
19Want ons schild is van den HEERE, en onze koning is van den Heilige Israels.
20(88:21) Я обрел Давида, раба Моего, святым елеем Моим помазал его.
20Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd.
21(88:22) Рука Моя пребудет с ним, и мышца Моя укрепит его.
21Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd;
22(88:23) Враг не превозможет его, и сын беззакония не притеснит его.
22Met welken Mijn hand vast blijven zal; ook zal hem Mijn arm versterken.
23(88:24) Сокрушу пред ним врагов его и поражу ненавидящих его.
23De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken.
24(88:25) И истина Моя и милость Моя с ним, и Моим именем возвысится рог его.
24Maar Ik zal zijn wederpartijders verpletteren voor zijn aangezicht, en die hem haten, zal Ik plagen.
25(88:26) И положу на море руку его, и на реки – десницу его.
25En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden.
26(88:27) Он будет звать Меня: Ты отец мой, Бог мой и твердыня спасения моего.
26En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren.
27(88:28) И Я сделаю его первенцем, превыше царей земли,
27Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils!
28(88:29) вовек сохраню ему милость Мою, и завет Мой с ним будет верен.
28Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.
29(88:30) И продолжу вовек семя его, и престол его – как дни неба.
29Ik zal hem Mijn goedertierenheid in eeuwigheid houden, en Mijn verbond zal hem vast blijven.
30(88:31) Если сыновья его оставят закон Мой и не будут ходить по заповедям Моим;
30En Ik zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen der hemelen.
31(88:32) если нарушат уставы Мои и повелений Моих не сохранят:
31Indien zijn kinderen Mijn wet verlaten, en in Mijn rechten niet wandelen;
32(88:33) посещу жезлом беззаконие их, и ударами – неправду их;
32Indien zij Mijn inzettingen ontheiligen, en Mijn geboden niet houden;
33(88:34) милости же Моей не отниму от него, и не изменю истины Моей.
33Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen.
34(88:35) Не нарушу завета Моего, и не переменю того, что вышло из устМоих.
34Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen.
35(88:36) Однажды Я поклялся святостью Моею: солгу ли Давиду?
35Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
36(88:37) Семя его пребудет вечно, и престол его, как солнце, предо Мною,
36Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege!
37(88:38) вовек будет тверд, как луна, и верный свидетель на небесах".
37Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.
38(88:39) Но ныне Ты отринул и презрел, прогневался на помазанника Твоего;
38Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel is getrouw. Sela.
39(88:40) пренебрег завет с рабом Твоим, поверг на землю венец его;
39Maar Gij hebt hem verstoten en verworpen; Gij zijt verbolgen geworden tegen Uw gezalfde.
40(88:41) разрушил все ограды его, превратил в развалины крепости его.
40Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde.
41(88:42) Расхищают его все проходящие путем; он сделался посмешищем у соседей своих.
41Gij hebt al zijn muren doorgebroken; Gij hebt zijn vestingen nedergeworpen.
42(88:43) Ты возвысил десницу противников его, обрадовал всех врагов его;
42Allen, die den weg voorbijgingen, hebben hem beroofd; zijn naburen is hij tot een smaad geweest.
43(88:44) Ты обратил назад острие меча его и не укрепил его на брани;
43Gij hebt de rechterhand zijner wederpartijders verhoogd; Gij hebt al zijn vijanden verblijd.
44(88:45) отнял у него блеск и престол его поверг на землю;
44Gij hebt ook de scherpte zijns zwaards omgekeerd, en hebt hem niet staande gehouden in den strijd.
45(88:46) сократил дни юности его и покрыл его стыдом.
45Gij hebt zijn schoonheid doen ophouden; en Gij hebt zijn troon ter aarde nedergestoten.
46(88:47) Доколе, Господи, будешь скрываться непрестанно,будет пылать ярость Твоя, как огонь?
46Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort; Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela.
47(88:48) Вспомни, какой мой век: на какую суету сотворил Ты всех сыновчеловеческих?
47Hoe lang, o HEERE! zult Gij U steeds verbergen, zal Uw grimmigheid branden als een vuur?
48(88:49) Кто из людей жил – и не видел смерти, избавил душу свою от руки преисподней?
48Gedenk van hoedanige eeuw ik ben; waarom zoudt Gij aller mensenkinderen tevergeefs geschapen hebben?
49(88:50) Где прежние милости Твои, Господи? Ты клялся Давиду истиноюТвоею.
49Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.
50(88:51) Вспомни, Господи, поругание рабов Твоих, которое я ношу в недре моем от всех сильных народов;
50HEERE! waar zijn Uw vorige goedertierenheden, die Gij David gezworen hebt bij Uw trouw?
51(88:52) как поносят враги Твои, Господи, как бесславят следы помазанника Твоего.
51Gedenk, HEERE! aan de smaad Uwer knechten, dien ik in mijn boezem draag, van alle grote volken.
52(88:53) Благословен Господь вовек! Аминь, аминь.
52Waarmede, o HEERE! Uw vijanden smaden, waarmede zij de voetstappen Uws gezalfden smaden. [ (Psalms 89:53) Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen. ]