1(89:1) Молитва Моисея, человека Божия.
1Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.
2(89:2) Господи! Ты нам прибежище в род и род.
2Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.
3(89:3) Прежде нежели родились горы, и Ты образовал землю и вселенную, иот века и до века Ты – Бог.
3Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen!
4(89:4) Ты возвращаешь человека в тление и говоришь: „возвратитесь, сыны человеческие!"
4Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.
5(89:5) Ибо пред очами Твоими тысяча лет, как день вчерашний, когда он прошел, и как стража в ночи.
5Gij overstroomt hen; zij zijn gelijk een slaap; in den morgenstond zijn zij gelijk het gras, dat verandert;
6(89:6) Ты как наводнением уносишь их; они – как сон, как трава, которая утром вырастает, утром цветет и зеленеет, вечером подсекается и засыхает;
6In den morgenstond bloeit het, en het verandert; des avonds wordt het afgesneden, en het verdort.
7(89:7) ибо мы исчезаем от гнева Твоего и от ярости Твоей мы в смятении.
7Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt.
8(89:8) Ты положил беззакония наши пред Тобою и тайное наше пред светом лица Твоего.
8Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.
9(89:9) Все дни наши прошли во гневе Твоем; мы теряем лета наши, как звук.
9Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.
10(89:10) Дней лет наших – семьдесят лет, а при большей крепости – восемьдесят лет; и самая лучшая пора их – труд и болезнь, ибо проходят быстро, и мы летим.
10Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.
11(89:11) Кто знает силу гнева Твоего, и ярость Твою по мере страха Твоего?
11Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?
12(89:12) Научи нас так счислять дни наши, чтобы нам приобрести сердце мудрое.
12Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.
13(89:13) Обратись, Господи! Доколе? Умилосердись над рабами Твоими.
13Keer weder, HEERE! tot hoe lange? en het berouwe U over Uw knechten.
14(89:14) Рано насыти нас милостью Твоею, и мы будем радоваться и веселиться во все дни наши.
14Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen.
15(89:15) Возвесели нас за дни, в которые Ты поражал нас, за лета, в которые мы видели бедствие.
15Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben.
16(89:16) Да явится на рабах Твоих дело Твое и на сынах их слава Твоя;
16Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.
17(89:17) и да будет благоволение Господа Бога нашего на нас, и в деле рук наших споспешествуй нам, в деле рук наших споспешествуй.
17En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons; en bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.